Uitspraak
[appellant],
Incassade,
1.Het geding in eerste aanleg
15 januari 2013 van de rechtbank Noord-Nederland, sector kanton, locatie Leeuwarden (hierna: de kantonrechter).
2.Het geding in hoger beroep
3.De vaststaande feiten
fl. 1775.00
fl. 35991.36
fl. 370.13
fl. 35,020.33
fl. 100,00
€ -8.923,89 +
4.De grieven
14 november 1996. Dit vonnis, en niet de opgaven van Incassade, vormt de titel voor de bank om haar vordering te innen bij [appellant]. Indien en voor zover Incassade, die door de bank is ingeschakeld om de vordering bij [appellant] te innen, meer in rekening zou brengen dat de bedragen waartoe [appellant] op grond van voornoemd vonnis is veroordeeld, dan is hij niet gehouden om dit meerdere te voldoen. [appellant] zal dan ook geen schade lijden door de enkele opgaven van de vordering van de bank door Incassade. Om die reden dient de schadevordering van [appellant] alsmede de gevorderde verklaring voor recht te worden afgewezen. In het midden kan blijven of de vordering van [appellant] is verjaard.
grief 1.Volgens [appellant] heeft de kantonrechter miskend dat Incassade door betaling af te dwingen van kosten waarvoor geen executoriale titel bestaat op onrechtmatige wijze gebruik heeft gemaakt van haar executiebevoegdheid. Door het in rekening brengen van kosten waarvoor geen executoriale titel bestaat, heeft Incassade gehandeld in strijd met de op haar rustende zorgplicht, wat jegens [appellant] onrechtmatig is. [appellant] stelt dat zij hierdoor schade heeft geleden. Ook dit heeft de rechtbank miskend, aldus [appellant].
grief 2slaagt dus evenmin.