In deze civiele zaak staat de vraag centraal of Searocco Yachts en Restant Verkoop gehouden zijn tot betaling van kosten voor stalling, onderhoud en reparaties van het jacht Femina, dat bij Altena Yachting B.V. lag. Altena vordert betaling van deze kosten, waaronder liggeld, walstroom, milieuheffing, antifouling, wasbeurten, antivries en reparaties aan vaarschade en inbraakschade.
De rechtbank Arnhem heeft Searocco Yachts veroordeeld tot betaling van een deel van deze kosten en verklaard dat Restant Verkoop aansprakelijk is voor kosten vanaf februari 2010. Searocco Yachts c.s. betwisten dat zij het schip in bewaarneming hebben gegeven en beroepen zich op een overeenkomst van 15 juni 2007 met [betrokkene] OGEM, waarin onder meer een bonusregeling en kosteloze terbeschikkingstelling voor beurzen is opgenomen.
Het hof oordeelt dat Altena redelijkerwijs mocht vertrouwen op bewaargeving door Searocco Yachts en dat liggeld en onderhoudskosten verschuldigd zijn. Het beroep op een bestendig gebruikelijk beding of consignatieovereenkomst faalt. Reparatiekosten voor vaarschade en inbraak worden eveneens toegewezen. Een factuur voor herstel van het potdeksel wordt afgewezen wegens onvoldoende toestemming voor de grondige methode. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het incidenteel appel af.