ECLI:NL:GHARL:2013:BZ7930
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over proceskostenvergoeding en onzorgvuldig handelen Inspecteur bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd voor de jaren 2005 en 2008, gebaseerd op een strafrechtelijk onderzoek waarbij contant geld werd aangetroffen. De Inspecteur legde zonder voorafgaand overleg en met beperkte onderbouwing hoge aanslagen op, die later deels werden teruggenomen.
Belanghebbende verzocht om vergoeding van de kosten van bezwaar en beroep, maar de Inspecteur nam niet tijdig een beslissing. De Rechtbank verklaarde het beroep gedeeltelijk gegrond en kende een dwangsom toe. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen het deel over de proceskostenvergoeding.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet tegen beter weten in handelde, maar wel onzorgvuldig was door het rauwelijks opleggen van de aanslagen zonder voldoende onderzoek en door traag en onvoldoende te reageren op verzoeken. Dit rechtvaardigde een hogere proceskostenvergoeding dan forfaitair.
De redelijke termijn voor het nemen van een beslissing op het verzoek om kostenvergoeding was niet overschreden. Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor het deel van de proceskostenvergoeding, waarbij het Hof een vergoeding van € 19.030 toekende, en het beroep tegen de dwangsommen niet-ontvankelijk verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldigheid en tijdige besluitvorming door de Inspecteur bij belastingaanslagen en proceskostenvergoedingen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard voor de proceskostenvergoeding, waarbij de Inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van € 19.030 aan proceskosten; het beroep tegen de dwangsommen wordt niet-ontvankelijk verklaard.