ECLI:NL:GHARL:2013:BZ3775
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling redelijkheid aanbod huurprijsverhoging geliberaliseerde woonruimte
In deze zaak draait het om de vraag of de verhuurder een redelijke huurprijsverhoging van €200 per maand na een initiële huurperiode van vier jaar heeft kunnen afdwingen. De huurovereenkomst betrof geliberaliseerde woonruimte met een aanvangshuurprijs van €800 per maand, jaarlijks aangepast volgens de consumentenprijsindex. De verhuurder stelde dat partijen mondeling waren overeengekomen dat na vier jaar de huurprijs zou stijgen met €200, maar slaagde er niet in dit te bewijzen.
De kantonrechter wees de primaire en subsidiaire vorderingen van de verhuurder af, en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de verklaringen van de verhuurder en zijn makelaar onvoldoende bewijs boden, mede vanwege het ontbreken van concrete afspraken met de huurders en het beperkte gewicht van partijgetuigenverklaringen. De verklaring van de huurders over de onderhandelingen werd als betrouwbaarder beschouwd.
Daarnaast overwoog het hof dat bij het beoordelen van de redelijkheid van het aanbod tot huurprijsverhoging niet alleen de markthuurprijs relevant is, maar ook andere omstandigheden zoals door de huurders verrichte verbouwingen en achterstallig onderhoud. De verhuurder had onvoldoende onderbouwd dat de voorgestelde huurprijs van €1.050 redelijk was, onder meer door het ontbreken van een taxatierapport en onvoldoende reactie op stellingen van de huurders.
Het hof bekrachtigde daarom de vonnissen van de kantonrechter en veroordeelde de verhuurder in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De vorderingen van de verhuurder tot huurprijsverhoging en betaling van achterstallige huur worden afgewezen en de vonnissen van de kantonrechter worden bekrachtigd.