ECLI:NL:GHARL:2013:BY9723
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kort geding over asbestsanering en boeteclausule Provincie Utrecht
In deze zaak staat centraal of de Provincie Utrecht heeft voldaan aan haar verplichtingen betreffende asbestsanering in het voormalige provinciehuis, zoals vastgelegd in de koopovereenkomst, vaststellingsovereenkomst van 8 mei 2012 en nadere afspraken van 17 juli 2012. Het geschil betreft tevens de vraag of de Provincie contractuele boetes verschuldigd is wegens niet-nakoming.
Het hof stelt vast dat op 1 november 2012 asbestbesmettingen in verschillende bouwdelen van het pand nog aanwezig waren, ondanks de formele vrijgavecertificaten. De Provincie heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet tekortgeschoten is. De bouwdelen D en Dd, waar aanvankelijk geen besmetting was vastgesteld, bleken later toch besmet te zijn. De Provincie erkent dat saneringswerkzaamheden nog nodig zijn.
Het hof bevestigt dat de contractuele boeteclausule van toepassing is en dat de Provincie vanaf 30 november 2012 boetes is gaan verbeuren. Het hof acht een voorschot op de boetes van €2.000.000 toewijsbaar, gelet op het spoedeisend belang en het restitutierisico. Verder worden de kosten van het principaal hoger beroep aan de zijde van [geïntimeerden] toegewezen en de kosten van het incidenteel hoger beroep gecompenseerd.
Het hof vernietigt het bestreden vonnis voor zover het de boeteclausule betreft en doet in zoverre opnieuw recht. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De Provincie Utrecht wordt veroordeeld tot betaling van een voorschot van €2.000.000 aan contractuele boetes wegens niet-nakoming van asbestsaneringsverplichtingen.