ECLI:NL:GHARL:2013:BY8106
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vordering tot schadevergoeding strandt op beroep op exoneratiebeding in aannemingsovereenkomst mestsilo
In deze zaak vorderen appellanten schadevergoeding wegens gebreken aan een door Farmex geleverde en gerealiseerde mestsilo. Appellanten stelden dat de silo ondeugdelijk was vanwege het ontbreken van een spanband en andere gebreken, waardoor zij de silo niet in gebruik namen en schade leden.
Na deskundigenonderzoeken bleek dat het ontbreken van één spanband de constructie niet ondeugdelijk of onveilig maakte en dat de overige gebreken de ingebruikname niet belemmerden. Farmex beroept zich op een exoneratiebeding in haar algemene voorwaarden dat aansprakelijkheid voor schade vrijwel volledig uitsluit.
Het hof overweegt dat het exoneratiebeding, hoewel vergaand, niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid omdat de schade niet het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van Farmex. Appellanten hebben onvoldoende onderbouwd dat Farmex opzettelijk schade heeft veroorzaakt. Ook is het beding niet onredelijk bezwarend geacht, mede gezien de zakelijke aard van de partijen en de omvang van de transactie.
Het hof verklaart appellanten niet-ontvankelijk in het beroep tegen het tussenvonnis, bekrachtigt het eindvonnis van de rechtbank en veroordeelt appellanten in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep op het exoneratiebeding wordt niet onaanvaardbaar geacht en de vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.