ECLI:NL:GHAMS:2026:411

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 februari 2026
Publicatiedatum
21 februari 2026
Zaaknummer
200.357.898/01 OK
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:337 BWArt. 2:339 BWArt. 2:340 BWArt. 2:343 BWArt. 2:201 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uittredingsverzoek certificaathouders Enora Media Holding B.V. toegewezen met deskundigenbenoeming voor waardebepaling

Deze geschillenprocedure betreft het uittredingsverzoek van twee certificaathouders en voormalige bestuurders van Enora Media Holding B.V. (Enora). De certificaathouders vorderen onder meer de overname van hun certificaten tegen een marktconforme prijs, met toepassing van een billijke prijsverhoging indien nodig.

De Ondernemingskamer oordeelt dat er geen eigen regeling in de administratievoorwaarden is die de bevoegdheid van de Kamer uitsluit. De Kamer stelt vast dat de certificaathouders door gedragingen van de grootaandeelhouder, waaronder intimiderend en respectloos gedrag, en door onrechtmatige behandeling bij dividenduitkeringen en onterechte aansprakelijkheidsclaims, zodanig in hun belangen zijn geschaad dat voortzetting van het certificaathouderschap niet van hen kan worden gevergd.

De Kamer benoemt een deskundige om de waarde van de certificaten vast te stellen per datum van de beschikking, met inachtneming van de administratievoorwaarden. Een beslissing over een billijke verhoging wordt aangehouden. Tevens worden voorlopige voorzieningen getroffen die onder meer de overdracht van certificaten zonder goedkeuring van het bestuur van de STAK mogelijk maken en medewerking aan verkoop zonder toestemming van de certificaathouders verbieden.

De procedure toont een complex conflict binnen de aandeelhoudersstructuur, waarbij de Ondernemingskamer een zorgvuldige waardebepaling en bescherming van de certificaathouders waarborgt.

Uitkomst: Het uittredingsverzoek van de certificaathouders wordt toegewezen en een deskundige wordt benoemd voor waardebepaling van de certificaten.

Uitspraak

beschikking
___________________________________________________________________
GERECHTSHOF AMSTERDAM
ONDERNEMINGSKAMER
zaaknummer: 200.357.898/01 OK
beschikking van de Ondernemingskamer van 19 februari 2026
inzake

1.[certificaathouder A] ,

wonende te Amsterdam,
2.
[certificaathouder B],
wonende te Overveen,
VERZOEKERS,
advocaten:
mrs. M.P.H. Sandersen
J.S. Mennema, beiden kantoorhoudende te Amsterdam,
t e g e n
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENORA MEDIA HOLDING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
VERWEERSTER,
advocaten:
mr. E.A. Buziau, mr. A.R. Pagano Miranien
mr. L.M. Wolfs, allen kantoorhoudende te Amsterdam,
en tegen
1. de stichting
STICHTING MANAGEMENTPARTICIPATIE BMG,
gevestigd te Amsterdam,
BELANGHEBBENDE,
advocaten:
mr. Buziau, mr. Pagano Miranien
mr. Wolfsvoornoemd,
2. de commanditaire vennootschap
PURPLE DISCO MACHINE C.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3.
[de uiteindelijke aandeelhouder]
wonende te Amsterdam,
BELANGHEBBENDEN,
advocaat:
mr. J.A. Zee, kantoorhoudende te Amsterdam
Hierna zullen partijen en andere (rechts)personen als volgt worden aangeduid:
verzoekers als:
[certificaathouder A] en [certificaathouder B] (gezamenlijk: de certificaathouders)
verweerster als:
Enora
belanghebbende sub 1 als:
STAK
verweerster en belanghebbende sub 1 als:
Enora c.s.
belanghebbende sub 2 als:
PDM
belanghebbende sub 3 als:
[de uiteindelijke aandeelhouder]
Bang! Media Groep B.V. als:
BMG
[de nieuwe bestuurder] als:
[de nieuwe bestuurder]
Harlem Next B.V.
Harlem Next
Byborg Enterprises S.A.
Byborg
1

1.De zaak in het kort

1.1
Deze geschillenprocedure gaat over een uittredingsverzoek van twee certificaathouders, tevens voormalige bestuurders van Enora. De Ondernemingskamer oordeelt onder meer dat partijen in de administratievoorwaarden van STAK niet een eigen regeling zijn overeengekomen zodat zij bevoegd is kennis te nemen van het geschil. De Ondernemingskamer oordeelt verder dat is voldaan aan de eisen voor uittreding en benoemt een deskundige die de waarde van de certificaten zal vaststellen. De Ondernemingskamer bepaalt dat de deskundige zijn bericht dient op te stellen met inachtneming van enkele uitgangspunten voor de waardering van de certificaten die zijn neergelegd in de administratievoorwaarden. Een beslissing over de verzochte toepassing van een billijke verhoging wordt aangehouden.

2.Het verloop van het geding

2.1
De certificaathouders hebben bij verzoekschrift van 11 augustus 2025, zoals aangevuld bij verzoekschrift van 10 december 2025, de Ondernemingskamer verzocht, samengevat, dat zij:
primair
1. Enora beveelt de certificaten van de certificaathouders over te nemen tegen gelijktijdige betaling van de prijs, binnen twee weken nadat aan haar een afschrift is betekend van de beschikking waarbij de prijs van de certificaten is bepaald;
2. de door Enora aan ieder van de certificaathouders te betalen prijs voor overname van de certificaten op grond van onderdeel 1 bepaalt op € 4.320.000, voor zover nodig met toepassing van een billijke prijsverhoging;
subsidiair
3. Enora veroordeelt de certificaten van de certificaathouders over te nemen tegen gelijktijdige betaling aan ieder van de certificaathouders van € 3.240.000, binnen twee weken nadat aan haar een afschrift is betekend van de in deze procedure te wijzen beschikking;
primair en subsidiair
4. de volgende voorlopige voorzieningen treft:
a. artikel 5 van Pro de administratievoorwaarden van STAK te schorsen, althans te bepalen dat aan dit artikel geen werking toekomt, voor zover dit betrekking heeft op een overdracht van de certificaten door de certificaathouders aan Enora;
b. [de uiteindelijke aandeelhouder] te schorsen als bestuurder van Enora en een derde persoon te benoemen tot bestuurder van vennootschap;
c. te bepalen dat aan deze bestuurder een doorslaggevende stem toekomt en dat deze bestuurder bevoegd is Enora zelfstandig te vertegenwoordigen en dat Enora zonder deze bestuurder niet kan worden vertegenwoordigd;
d. aan de bestuurder op te dragen dat Enora de certificaten van de certificaathouders inkoopt overeenkomstig deze beschikking;
e. aan de bestuurder op te dragen dat Enora al haar verplichtingen jegens de certificaathouders nakomt, waaronder het uitkeren van dividend en het ongedaan maken van eventuele constructies die ertoe strekken dat winsten uit de Enora-groep naar PDM, [de uiteindelijke aandeelhouder] of een aan [de uiteindelijke aandeelhouder] gelieerde entiteit vloeien zonder dat de certificaathouders naar rato van hun certificaten meedelen in die winsten;
f. Enora c.s. te verbieden medewerking te verlenen aan een transactie in de zin van artikel 9 lid 1 onder Pro b van de administratievoorwaarden van de STAK, zonder dat daarvoor de expliciete schriftelijke toestemming van de certificaathouders is verleend;
g. een andere voorlopige voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht.
2.2
Enora c.s. heeft bij verweerschrift van 13 november 2025 de Ondernemingskamer verzocht
a. zich onbevoegd te verklaren; althans
b. het verzoek af te wijzen; althans
c. het uittredingsverzoek op de voet van art. 2:343 lid 5 BW Pro aan te houden; althans
d. de subsidiaire vordering inzake de inkoopplicht af te splitsen;
e. de certificaathouders te veroordelen in de kosten van de procedure.
2.3
Het verzoek is behandeld op de zitting van de Ondernemingskamer van 11 december 2025. De advocaten hebben toen de standpunten van de verschillende partijen toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen. Partijen hebben van tevoren nadere producties toegestuurd en hebben die in het geding gebracht. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord en inlichtingen verstrekt.

3.Feiten

3.1
Enora is een houdstervennootschap van een groep ondernemingen die zich toelegt op digitale marketing en advertenties. Zij is op 27 december 2019 opgericht en houdt onder meer een 100%-belang in BMG die onder de handelsnaam Advidi een onderneming drijft op het gebied van
affiliate marketing. Daarbij draait het om het werven van consumenten voor een opdrachtgever die een product of dienst aanbiedt. BMG opereert daarbij als intermediair: zij heeft een netwerk van zogeheten
affiliatesdie op internet consumenten werven. BMG ontvangt commissie van de opdrachtgever voor elke consument die een product of dienst koopt via een advertentie van een
affiliatein het netwerk van BMG. Van de commissie die BMG ontvangt, betaalt het een deel als vergoeding aan de
affiliate. BMG voert dit verdienmodel internationaal op grote schaal uit. Naast enkele grote retailpartijen zijn de voornaamste opdrachtgevers van BMG aanbieders van online chat- en flirtingdiensten, waar consumenten wereldwijd kunnen chatten met fictieve persona’s.
3.2
BMG werkt nauw samen met Harlem Next, een ontwikkelaar van zogenoemde
high traffic platforms. Deze samenwerking is aangegaan op basis van het zogeheten ‘RevShare’ model dat erop neerkomt dat BMG internetverkeer bij Harlem Next inkoopt, waarbij BMG aan Harlem Next een vergoeding betaalt over de uitgaven van de aangebrachte klanten. BMG en Harlem Next hebben verder enkele gemeenschappelijke deelnemingen.
3.3
De aandelen in Enora worden gehouden door PDM (een persoonlijk vehikel van [de uiteindelijke aandeelhouder] ; 70%) en door STAK (30%). STAK heeft certificaten uitgegeven aan enkele werknemers waaronder de certificaathouders. De certificaathouders houden ieder certificaten die 4,99% van het aandelenkapitaal in Enora vertegenwoordigen. Tot 24 oktober 2025 was [de uiteindelijke aandeelhouder] enig bestuurder van STAK.
3.4
BMG is opgericht door [de uiteindelijke aandeelhouder] en een (in 2018 uitgetreden) compagnon. [certificaathouder A] is in 2015 in dienst getreden als COO van BMG; sinds 2016 was hij CEO van BMG, ter gelegenheid waarvan [de uiteindelijke aandeelhouder] en zijn toenmalige compagnon zich als bestuurder hebben teruggetrokken. [certificaathouder B] trad op 1 oktober 2013 als
finance managerbij BMG in dienst; hij is op 1 november 2018 als CFO in het bestuur van BMG benoemd.
3.5
De certificaathouders hebben in 2018 certificaten van aandelen in BMG verkregen.
3.6
Enora is op 27 december 2019 opgericht met de certificaathouders als eerste bestuurders. Op 31 december 2019 hebben zij, kort gezegd, hun certificaten van aandelen in BMG omgewisseld in certificaten van aandelen in Enora.
3.7
[de uiteindelijke aandeelhouder] , voornamelijk woonachtig in Kaapstad, heeft vanaf 2019 te kampen gehad met gezondheidsproblemen waarvoor hij meermalen is behandeld.
3.8
Op 13 april 2021 zijn de administratievoorwaarden van STAK gewijzigd. Sindsdien luiden de administratievoorwaarden, voor zover van belang:

5. VERHANDELBAARHEID
De certificaten kunnen uitsluitend worden overgedragen nadat daartoe goedkeuring van het bestuur van de stichting is verkregen.
Zolang het bestuur van de stichting haar goedkeuring niet heeft verleend heeft de overdracht geen goederenrechtelijke werking in de zin van artikel 3:83 lid 2 BW Pro.
6. GEDWONGEN AANBIEDING
(…)
6.3.
De certificaten die een werknemer houdt gelden tevens als aangeboden aan [PDM] en als deze de certificaten niet wenst over te nemen gelden de certificaten aangeboden aan [Enora], indien de werknemer ophoudt werknemer te zijn van [Enora] (…).
(…)
7. PRIJSBEPALING
7.1.
De prijs van de aangeboden certificaten wordt door de certificaathouder en de stichting in onderling overleg vastgesteld. Deze prijs dient de marktwaarde te weerspiegelen van de aandelen waarvoor die certificaten zijn toegekend.
7.2.
Indien partijen het niet eens worden over de prijs, zal de prijs worden vastgesteld door een onafhankelijke deskundige die door de certificaathouder en de stichting in onderling overleg wordt benoemd.
Komen zij hieromtrent niet binnen één maand na het tijdstip van aanbieding tot overeenstemming, dan zal de meest gerede partij het Nederlands Arbitrage Instituut (NAI) verzoeken een onafhankelijke deskundige te benoemen.
7.3.
De deskundige is gerechtigd tot inzage van alle boeken en bescheiden van de stichting en van de vennootschap waarvan de aandelen corresponderen met de aangeboden certificaten. De deskundige is gerechtigd tot het verkrijgen van alle inlichtingen, waarvan kennisneming voor de waardering dienstig is.
7.4.
De door de deskundige binnen drie maanden na zijn benoeming vastgestelde prijs wordt ter kennis gebracht van het bestuur en de certificaathouder.
(…)
7.6.
Indien een werknemer zijn certificaten op grond van het bepaald in artikel 6 gedwongen Pro moet aanbieden en kwalificeert als een Bad Leaver, zal de prijs van de certificaten, in afwijking van het bepaalde in lid 1, gelijk zijn aan zevenentachtig vijf/tiende procent (87,5%) van de prijs die de werknemer zelf voor die certificaten heeft betaald of de lagere marktwaarde. (…)
7.7.
Indien een werknemer (…) zijn certificaten op grond van het bepaalde in artikel 6 gedwongen Pro moet aanbieden binnen vijf jaar nadat hij deze heeft verkregen en hij kwalificeert als een Good Leaver, zal de prijs van de aangeboden certificaten gelijk zijn aan het hoogste van:
(i) de prijs die de werknemer zelf voor die certificaten heeft betaald; en
(ii) de helft van de prijs vast te stellen overeenkomstig het bepaalde in de leden 1 tot en met 5. (…)
7.8.
De door [Enora] en/of [PDM] af te nemen certificaten moeten met gelijktijdige betaling van de prijs worden geleverd binnen één maand na de vaststelling van de prijs ingevolge het bepaalde in dit artikel. (…)
8. GOOD LEAVER. BAD LEAVER
8.1
Een certificaathouder wordt voor de toepassing van artikel 7 aangemerkt Pro als een “Bad Leaver” indien:
(a) de arbeidsovereenkomst tussen [Enora] en de werknemer vrijwillig door de werknemer wordt beëindigd binnen vijf jaar na de verkrijging door de werknemer van certificaten;
(b) de arbeidsovereenkomst tussen [Enora] en de werknemer door de rechter wordt ontbonden;
(c) de arbeidsovereenkomst tussen [Enora] en de werknemer wordt beëindigd op initiatief van [Enora] vanwege een dringende reden;
(d) de arbeidsovereenkomst tussen [Enora] en de werknemer wordt beëindigd of niet wordt verlengd op grond van de omstandigheid dat:
(i) de werknemer zich schuldig maakt aan diefstal (…);
(…).
8.2.
Een certificaathouder wordt voor de toepassing van artikel 7 aangemerkt Pro als een “Good Leaver” indien hij niet ingevolge het bepaalde in lid 1 van dit artikel kan worden aangemerkt als een Bad Leaver (…).
(…)
9. VERVREEMDING DOOR DE STICHTING
9.1.
De stichting mag de door haar ten titel van beheer gehouden aandelen niet vervreemden, tenzij:
(a) (…)
(b) sprake is van levering ten titel van verkoop van alle ten titel van beheer gehouden aandelen in het kapitaal van [Enora] en de vervreemding plaatsvindt onder onverwijlde betaling aan de houders van de corresponderende certificaten van de verkoopopbrengst, onder intrekking van hun certificaten.”
3.9
Eind 2022 is het plan opgevat dat Enora tezamen met Harlem Next zou worden overgenomen door Byborg, een derde partij. In dezelfde periode hebben BMG en Harlem Next gesproken om hun samenwerking in te richten op basis van een nieuw verdienmodel, het zogeheten ‘ProfShare’ model. Daarbij zouden alle kosten (waaronder het inkopen van internetverkeer door BMG en het faciliteren van platformen door Harlem Next) gelijkelijk worden gedragen en de toekomstige winsten gelijkelijk worden gedeeld. Het nieuwe samenwerkingsmodel is geen succes geworden, onder meer doordat de hiermee gepaard gaande investeringen van Harlem Next bij het lanceren van nieuwe platformen mede drukten op het resultaat van BMG.
3.1
Na enige jaren afwezigheid heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] op 12 juli 2023 om 03:22 aan onder meer de certificaathouders en aan de toenmalige
chief technology officervan BMG (hierna: CTO) gemaild een ‘AI departement’ op te starten. [de uiteindelijke aandeelhouder] kondigt aan zich weer met de onderneming te willen ‘bemoeien.’ Hij benadrukt het belang dat Enora onafhankelijk blijft van Harlem Next en dat spoed moet worden gezet achter verkoop van het bedrijf.
3.11
Op 13 juli 2023 om 00:32 heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] aan de certificaathouders en de CTO gemaild:
“Heren, graag morgen reactie van iedereen met waardevolle feedback. Eerste meeting en rapportage klaar hebben voor aankomede vrjdag.
Ik stuur niet zomaar een mail en heb hier lang over nagedacht. Jullie hebben bijna 2 jaar weinig van me gehoord, daarom graag julie totale aamdacht.
De komende weken verwacht ik zullen gaan bepalen of wij als bedrijf nog een toekomst hebben. Daarom, de komende weken/maanden, zet je meer in dan de laatste jaren, dt gaat alles bepalend zijn”
3.12
In het najaar van 2023 zijn onder begeleiding van externe adviseurs gesprekken gevoerd met Byborg over een mogelijke overname van Enora. Op 12 oktober 2023 heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] aan de externe adviseurs van Enora per WhatsApp bericht:
“Hey mannen gaat er nog iets gebeuren? Ik heb al het mooi gepraat en onzin zoals je die bij elke M&A partij ziet langskomen ook bij jullie in hoge mate gezien. Vandaar dat ik bij geen enkele meeting aanwezig ben geweest. Maar volgens gebeurt er niks, en hebben jullie keihard gefaald na al mooie verhalen en leuke mooie sheets en documenten. Op welk punt zeggen we dat dit gefaald is en stoppen we dit traject en gaan we het ook eens over jullie fee hebben? Of zien jullie nog hoge kansen in t traject met Byborg of een andere partij? Mijn CEO en mansgement en ook [Harlem Next] hebben anders namelijk exht genoeg tijd en geld verspild aan het trekken aan een dood paard”
3.13
Op 1 november 2023 heeft [certificaathouder A] [de uiteindelijke aandeelhouder] bijgepraat over de overnamegesprekken. In een gespreksverslag schrijft [certificaathouder A] op 3 november 2023 in een e-mail aan [de uiteindelijke aandeelhouder] als prioriteiten voor de komende periode:
“1 Aansturen op een gunstige deal met [Byborg]
(…)
2 Merger met Godai [enig aandeelhouder van Harlem Next] alleen op voorwaarde dat we vol inzetten op de ontwikkeling van een Virtual Girlfriend avatar adult version.”
Uit een gespreksverslag blijkt verder dat een fusie met Harlem Next
on holdstond in het licht van de gesprekken met Byborg. [certificaathouder A] schrijft in zijn gespreksverslag verder: “Als [Byborg]
nietdoorgaat, lijkt fuseren [met Harlem Next] de route die we moeten bewandelen.” [de uiteindelijke aandeelhouder] reageert hierop:
“Plan van aanpak:
- proberen te verkopen aan Byborg
- absoluut geen fusie met [Harlem Next]”
3.14
Op 1 december 2023, om 01:43 heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] aan de CTO (met kopie aan onder meer [certificaathouder A] ) gemaild:
“Hoi [CTO], dit was natuurlijk niet me vraag: (…) Tot nu toe heb je alleen flut documenten met me gedeeld (…) harstikke leuk, maar dat was natuurlijk niet me vraag. (…) Dus nogmaals:
Graag vooral uitzoeken voor:
- lead generation (alles wat met online marketing / affiliate marketing te maken heeft - al onze bedrijven)
- investerings bots
- stocks bots
- real estate (NL, maar ook wereldwijd - kijken wat er nu al is)
- goud, zilver, en andere resources bots
- VC bots
- muziek creatie bots - op welk vlak dan ook - graag alles kijken met muziek creatie, tot audio finetuning, etc etc
- alles wat met muziek en de ‘healing’ van muziek te maken heeft
- alle soorten bots die te maken hebben met het optimaliseren van het doen van research, het van alle mogelijkheden die er zijn naar een probleem kijlen en alle mogelijkheden die er zijn om naar oplossingen te kijken. Pas hierbij ook toe om bots naar de toekomst te kijken en dan terug te redeneren etc etc. you get the picture
- healing bots (van westerse geneeskunde, tot aziatischte, ancient, shamantische, etc etc)
- alle soort van optimalisatie bots op welk vlak dan ook
(…) Laat me weten of t lukt!”
3.15
De CTO heeft op 1 december 2023 aan [certificaathouder A] per WhatsApp bericht:
“Ik snap wat hij wilt; al die custom GPT tekstjes die mensen hebben gemaakt. Ik zie wel dat hij niet goed snapt wat het allemaal is, hij is er erg van onder de indruk allemaal. Ik ga gewoon die door kleine hobbyisten gemaakte tekstjes en internetverwijzingen voor hem in een tabel zetten. Ik ga dat zelf wel doen want onze mensen (tech en AI) denken echt dat er een steekje bij ons los zit als ik ze zou vragen om dit te doen. Ik begin me zo langzamerhand wel echt een beetje zorgen te maken nu.”
3.16
Op (zaterdag) 2 december 2023 om 06:47 heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] aan de CTO (met kopie aan onder meer [certificaathouder A] ) gemaild:
“Hoi [CTO], ligt het nou aan mij of heb je nou voor nog geen een van die custom gpt bots echt de custom instructions opgehaald? Alles wat in die sheet staat hebben we tot nu toe volgens mij helemaal niks aan. […] Graag zsm. uitleg. […] Praat ik in een andere taal tegen je ofzo dat je dat soort simpele instructies niet kan volgen? Graag zie ik per direct een antwoord van je terug […]. Anders ga ik echt twijfelen aan jou positie binnen ons bedrijf, en zeker wat AI betreft. Als nu ook blijkt dat je wederom weer niet deze toch hele simpele instructies hebt kunnen opvolgen, net als eigenlijk het hele jaar al met alles betreffende AI, ga ik onderzoeken in hoeverre ik jou kan ontslaan als zijnde badleaver.”
3.17
Op 2 december 2023, tussen 06:50 en 07:11 heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] aan [certificaathouder A] per WhatsApp bericht:
“Wat mij betreft flikker je er [CTO] zsm. uit en ga je zoeken naar iemand die het echt snapt en gehaaid is […] En dan durf je mij teksten te schrijven als ‘Bedankt voor je visie van buitenaf’ etc (…) Als [CTO] dit maandag niet gefixed heeft, dan ga je meteen iemand anders op AI zetten en ga je onderzoeken in hoeverre we [CTO] kunnen ontslaan als badleaver (…) En dan word ik gvd al een jaar lang genegeerd en krijg ik als klap op de vuurpijl teksten als bedankt voor je visie van buitenaf en laat (…) niet in je hoofd kruipen
Terwijl je eigenlijk bedoeld dat ik in alles gelijk had wat ik een jaar geleden zei en dat iedereen vergeten is wie al 20 jaar lang de visionair is in deze industrie. Om me vervolgens doodleuk vorige week te vertellen dat we als netwerk eigenlijk niks meer waard zijn, nadat je een jaar lang niet naar me geluisterd hebt (…) Ik laat het voor nu even hierbij, maar je schijnt te denken dat ik niet helder denk of aan de drugs zit ofzo. Maar ik zie het heel helder.”
3.18
Op 2 december 2023 hadden [de uiteindelijke aandeelhouder] en [certificaathouder A] per WhatsApp de volgende conversatie:
[02-12-2023 19:42:13] [de uiteindelijke aandeelhouder] : Was jij nog van plan te reageren [certificaathouder A] ?
[02-12-2023 19:42:44] [de uiteindelijke aandeelhouder] : Of is de grootaandeelhouder negeren dit jaar de blijvende trend?
[02-12-2023 20:30:29] [certificaathouder A] : Nope, dat is geen trend (…). Ik probeer in het weekend bij te komen en mijn batterij op te laden van de hectische week zodat ik weer fris door kan komende week en tijd kan besteden aan mijn gezin die ik doordeweeks weinig zie. (…) Overigens heb ik met [CTO] gesproken over support op je vragen. Hij gaat daarmee aan de slag. Ik ga maandag inhoudelijk aan de slag met je vragen. Fijn weekend nog. […]
[02-12-2023 20:43:03] [de uiteindelijke aandeelhouder] : Dag [ [certificaathouder A] ], ik vind het heel leuk van je dat je je nu onder het excuus van ‘ik heb ook een gezin’, en het is ‘weekend, en ‘batterij opladen berust. Maar ik je de afgelopen weken en vooral de laatste dagen heel duidelijk gemaakt dat er niet naar mij geluisterd wordt en dat je mijn verzoeken niet serieus neemt, danwel volledig verkeerd uitvoert. Ik heb je woensdag gevraagd om bevestiging over mijn verzoek naar [CTO] - daar heb je wederom niet op gereageerd. […]
[02-12-2023 20:43:31] [de uiteindelijke aandeelhouder] : Veel succes met je batterij en je gezin, ik zal dit soort overwegingen meenemen in toekomstige gesprekken die wij hebben.”
3.19
Op 4 december 2023 heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] aan [certificaathouder A] gevraagd te onderzoeken of [certificaathouder B] kon worden ontslagen ‘als bad leaver’. Als reden voerde hij aan dat [certificaathouder B] getrouwd is met een goede vriendin van de oud-compagnon van [de uiteindelijke aandeelhouder] . [certificaathouder A] heeft zich daartegen verzet.
3.2
[certificaathouder A] heeft de advocaat van Enora gevraagd te adviseren over een eventueel ontslag van CTO als
bad leaver. Na een negatief advies heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] op 11 december 2023 aan [certificaathouder A] gemaild:
“Dank voor het doorsturen voor mij allang bekende stukken. Dat was natuurlijk niet mijn vraag naar jou toe als CEO. Ik zei letterlijk ga dit eens onderzoeken, ik hoef geen copy paste te ontvangen van onze good leaver bad leaver clausule die ken ik zelf ook wel.
Maargoed, Hierbij concludeer ik dus dat je als CEO zijnde mijn verzoek niet serieus hebt genomen en meteen hebt geforward naar een advocaat om te vragen naar een clausule die ik zelf al ken, zonder zelf enig iniatief tot onderzoek te tonen (…)”
3.21
Aan een bestuurder van BMG, met kopie aan onder meer [certificaathouder A] , heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] op 11 december 2023 per e-mail bericht:
“Ik hoef van jou kant geen AI updates meer aangezien je daar echt helemaal niks mee te maken hebt en ook geen verstand van hebt. Je snapt niks van techniek, development en hebt daar ook helemaal niks mee te maken. Dat [ [certificaathouder A] ] jou daarover laat rapporteren is op zijn minst gezegd ‘vreemd’, maar dat zal ik verder met hem bespreken. Smoesjes over vacatures en AI-expert bureaus zit ik ook niet op te wachten. […] Dat er nog steeds niks waardevols staat is echt ongelofelijk en wederom een bewijs dat jullie echt 0,0% verstand hebben van AI en de mogelijkheden daarvan. […] Ik heb voor de volledigheid de vacature van een jaar geleden nog een toegevoegd, zodat jullie ook meteen kunnen inzien dat het jullie ontbreekt aan alles qua motivatie en kennis om AI echt op te zetten. [ [certificaathouder A] ], ik zie graag je reactie tegemoet.”
3.22
[certificaathouder A] heeft zich 11 december 2023 ziek gemeld. [de uiteindelijke aandeelhouder] heeft onmiddellijk gereageerd:
“Dag [ [certificaathouder A] ], Grappig dat je dezelfde weg kiest als (…), waarvan je mij gedurende maanden hebt laten weten te moeten overgeven omdat je het zo’n misselijkmakend spelletje van hem vond. ‘Ziekmelden’ om het bedrijf te chanteren was een van je quotes.
Algoed, Ik zal je ‘ziekmelding’ serieus nemen en morgen overleggen over de verdere gang van zaken. Beterschap gewenst, je zal t zwaar hebben gehad na al die emails van me opeens”
3.23
[de uiteindelijke aandeelhouder] heeft vervolgens de assistent van [certificaathouder A] verzocht diens agenda met hem te delen. Verder heeft hij [certificaathouder B] op 13 december 2023 gevraagd om een vertrouweling – die op dat moment geen positie binnen Enora vervulde – toegang te geven tot de financiële administratie en zijn team te instrueren aan deze volledige medewerking te geven. [certificaathouder B] heeft hiermee ingestemd maar op 14 december 2023 toegevoegd:
“Nog even een nabrander. Ik werk graag open en transparant en heb je instructie om (…) toegang te geven tot de financiele systemen/administratie dan ook opgevolgd, maar heb hier wel mijn bedenkingen over (d.w.z. met welk doel dit wordt gedaan en of dit wel het belang van de organisatie dient). Je bent aandeelhouder en jij en (…) zijn niet een direct onderdeel van onze organisatie. Jullie zijn je er natuurlijk van bewust dat (…) niet bevoegd is om vanuit de financiële kolom/de organisatie te handelen of instructies aan werknemers te geven. Ik ga ervan uit dat dit dus ook niet gaat gebeuren. Het lijkt me goed hier volgende week nog even contact over te hebben met (…) en jou.”
3.24
Op 15 december 2023 heeft [certificaathouder A] met onmiddellijke ingang ontslag genomen als bestuurder van Enora. Volgens [certificaathouder A] is voor hem ‘een onwerkbare situatie ontstaan door het diepe wantrouwen dat de aandeelhouder heeft laten blijken’. [certificaathouder A] schrijft dat sprake is van oneigenlijke en ongewenste inmenging in de bedrijfsvoering. Hij verwijt [de uiteindelijke aandeelhouder] op de stoel van de bestuurder te zijn gaan zitten. Dezelfde middag heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] (als indirect beherend vennoot van PDM en enig bestuurder van STAK) besloten zichzelf tot bestuurder van Enora te benoemen. Na ondertekening van het aandeelhoudersbesluit heeft hij [certificaathouder B] in de gelegenheid gesteld een raadgevende stem uit te brengen. Dezelfde avond heeft ook [certificaathouder B] ontslag genomen. [certificaathouder B] achtte het niet mogelijk met [de uiteindelijke aandeelhouder] in collegiaal bestuur te zitten.
3.25
Begin 2024 heeft Byborg besloten af te zien van een overname van Enora. Ook een fusie met Harlem Next is niet gerealiseerd.
3.26
Op 2 januari 2024 hebben de certificaathouders hun certificaten aangeboden aan STAK en Enora.
3.27
Op 6 januari 2024 heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] in enkele boze WhatsApp-berichten aan [certificaathouder A] € 0,01 voor de certificaten van de certificaathouders geboden.
3.28
Op 1 februari 2024 hebben de certificaathouders het NAI gevraagd op de voet van art. 7.2 van de administratievoorwaarden een deskundige aan te wijzen die de waarde van hun aangeboden certificaten zou vaststellen.
3.29
Bij brieven van 3 april 2024 aan de certificaathouders heeft Enora geschreven dat de certificaathouders moeten worden aangemerkt als
Bad Leaver. Verder stelt Enora zich op het standpunt dat de certificaathouders ernstig verwijtbaar hebben gehandeld en houdt zij hen aansprakelijk voor de schade die Enora daardoor heeft geleden. Bij brieven van 11 april 2024 becijfert Enora de schade op € 6,1 miljoen.
3.3
Bij Enora was het gebruikelijk maandelijks (interim)dividend uit te keren. In totaal heeft Enora aan dividend uitgekeerd € 28,2 miljoen (2020), € 23,75 miljoen (2021), € 15,5 miljoen (2022) en € 7 miljoen (2023). In januari en maart 2024 heeft Enora een interim-dividend van in totaal € 1 miljoen uitgekeerd aan de aandeelhouders en (via STAK) aan de overige certificaathouders. De verzoekende certificaathouders hebben geen interim-dividend ontvangen.
3.31
Op 4 juni 2024 hebben de certificaathouders Enora c.s. in kort geding gedagvaard waarin zij naar rato van hun belang aanspraak maken op interim-dividenden en waarin zij vorderen dat zij door middel van een door een accountant geverifieerde verklaring worden geïnformeerd over betaling van (interim-)dividenden.
3.32
Op 5 juni 2024 zijn partijen tot een vergelijk gekomen. Zij zijn overeengekomen dat een registeraccountant een door deze gecontroleerde driemaandelijks overzicht zal verstrekken van alle tussentijdse dividenduitkeringen, alsmede dat de achterstallige (interim-)dividenden aan hen zullen worden uitgekeerd. Nadat Enora ter uitvoering van deze minnelijke dividendregeling een bedrag van € 113.343,25 aan elk van de certificaathouders had uitgekeerd, is het kort geding ingetrokken.
3.33
Nadat het NAI een deskundige had aangewezen om de certificaten te waarderen, hebben partijen op 19 juli 2024 een waarderingsopdracht aan de deskundige gegeven.
3.34
Omdat een door een accountant geverifieerde dividendverklaring uitbleef, hebben de certificaathouders Enora c.s. op 17 juli 2024 opnieuw in kort geding gedagvaard. Daarin vorderden zij (i) nakoming van de minnelijke dividendregeling en (ii) inkoop van de door certificaathouders gehouden certificaten op basis van de administratievoorwaarden. Nadat Enora in haar conclusie van antwoord had bevestigd dat zij de minnelijke dividendregeling voortaan zou nakomen, zijn de vorderingen met betrekking tot deze regeling ingetrokken. De laatste accountantsverklaring dateert van 14 november 2024. Sinds die laatste verklaring hebben de certificaathouders geen (interim-)dividend ontvangen.
3.35
Bij vonnis van 16 oktober 2024 (ECLI:NL:RBAMS:2024:6337) heeft de voorzieningenrechter de gevraagde voorzieningen met betrekking tot de inkoop van de certificaten geweigerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan niet zonder meer ervan worden uitgegaan dat een verplichting tot afname bestaat.
3.36
Op 27 februari 2025 is [certificaathouder A] via zijn persoonlijke houdstervennootschap bestuurder geworden van de enig aandeelhouder van Harlem Next.
3.37
Op 14 juli 2025 heeft de deskundige het waarderingsrapport voltooid. Als peildatum is gekozen 31 december 2023. Het waarderingsrapport concludeert:
“[De certificaathouders] houden gezamenlijk certificaten op aandelen gelijk aan 9,99% van het aandelenkapitaal in [Enora]. De pro rata parte waarde van het door [de certificaathouders] gehouden pakket bedraagt gezamenlijk op Waarderingsdatum € 8,6 miljoen (9,99% van € 86,5 miljoen). De waarde van het pakket van [de certificaathouders] afzonderlijk, zonder korting voor het minderheidsbelang, is dan € 4,32 miljoen. Bij de bepaling van de waarde van het door [de certificaathouders] gehouden pakket is rekening gehouden met een korting voor een minderheidsbelang. Een dergelijke korting bedraagt circa 15%-35%. De afzonderlijke pakketwaarden liggen dan tussen € 2,81 miljoen en € 3,67 miljoen, gemiddeld € 3,24 miljoen.”
3.38
STAK en Enora hebben de certificaten van de certificaathouders niet willen afnemen op basis van het waarderingsrapport.
3.39
In de loop van 2024 en 2025 zijn de overige certificaathouders uitgekocht op basis van een waardering van Enora van € 30 miljoen.
3.4
Op 9 september 2025, respectievelijk op 24 oktober 2025 is [de uiteindelijke aandeelhouder] teruggetreden als bestuurder van Enora en van STAK. In beide rechtspersonen is [de nieuwe bestuurder] , zijn moeder, hem als bestuurder opgevolgd; zij is op dit moment de enige bestuurder van Enora en van STAK.
3.41
Op 16 oktober 2025 heeft Enora de certificaathouders aangeboden hun certificaten in te ruilen tegen aandelen in Enora. Verder heeft Enora voorgesteld een overeenkomst te sluiten tussen Enora, BMG, PDM, STAK en de certificaathouders waarin afspraken worden gemaakt over het dividendbeleid en inzagerecht in de boeken van Enora/BMG. Ook heeft Enora meegedeeld dat zij en BMG hun (gepretendeerde) vorderingen op de certificaathouders zullen overdragen aan een stichting die als doel heeft te onderzoeken of het opportuun is deze vorderingen in te stellen, waarna de opbrengst pro rata wordt verdeeld onder de aandeelhouders en certificaathouders.
3.42
Bij akte van 3 november 2025 hebben BMG en Enora de door hen gepretendeerde vorderingen op de certificaathouders overgedragen aan Stichting Dossierbeheer. [de nieuwe bestuurder] is enig bestuurder van Stichting Dossierbeheer. De certificaathouders zijn op 7 november 2025 geïnformeerd over deze overdracht.
3.43
Op 7 november 2025 heeft Enora eventuele interesse bij Harlem Next gepeild om de aandelen in BMG over te nemen. Deze is hierop niet ingegaan.

4.De gronden van de beslissing

Bevoegdheid
4.1
Enora c.s. betoogt dat de Ondernemingskamer onbevoegd is nu de administratievoorwaarden volgens de certificaathouders reeds een inkoopplicht bevatten. Als die stelling juist is (wat Enora c.s. betwist), dan volgt uit de eigen stelling van de certificaathouders dat de Ondernemingskamer ingevolge art. 2:343 lid 2 BW Pro, in verbinding met artikel 2:337 lid 1 BW Pro onbevoegd is om kennis te nemen van het uittredingsverzoek en daarmee van de subsidiaire samenhangende vordering.
4.2
De certificaathouders hebben bestreden dat de Ondernemingskamer onbevoegd is.
4.3
Het betoog van Enora c.s. slaagt niet. Op een in statuten of overeenkomst opgenomen bepaling die afwijkt van de wettelijke geschillenregeling als bedoeld in artikel 2:337 lid 1 BW Pro kan uitsluitend een beroep worden gedaan, voor zover die afwijkende bepaling de overdracht van (in dit geval: certificaten van) aandelen niet onmogelijk of uiterst bezwaarlijk maakt. Dit brengt mee dat voor een geslaagd beroep op een eigen regeling nodig is dat de toepassing daarvan ook tot een daadwerkelijke overdracht van de certificaten zal leiden (vgl. o.a. OK 19 september 2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:2665). Daarvan is in dit geval geen sprake. Uit artikel 6.3 van de administratievoorwaarden volgt weliswaar dat de certificaathouders geacht worden hun certificaten te hebben aangeboden, maar uit de administratievoorwaarden volgt niet met voldoende duidelijkheid dat de aangeboden certificaten moeten worden afgenomen. Wat PDM betreft, ligt dit reeds besloten in artikel 6.3 van de administratievoorwaarden (3.8). Wat Enora betreft, valt uit de administratievoorwaarden niet met voldoende duidelijkheid af te leiden dat zij tot afname gehouden is indien PDM de certificaten niet wenst af te nemen. Artikel 7 van Pro de administratievoorwaarden laat de lezing toe dat het Enora vrij staat de certificaten na waardering toch niet af te nemen. Artikel 7.8 ziet in die lezing uitsluitend op het geval waarin Enora na waardering vrijwillig besluit in te gaan op het aanbod. Een andersluidende uitleg waarin wel een afnameplicht in de administratievoorwaarden wordt gelezen, zou voor Enora kunnen leiden tot een aanzienlijke financiële verplichting, zonder dat zij controle heeft op het ontstaan daarvan. Zeker nu niet zeer gebruikelijk is dat een afnameplicht in administratievoorwaarden wordt gekoppeld aan een aanbiedingsplicht, had het in de rede gelegen dat Enora, indien zij zich wel tot afname jegens de certificaathouders zou hebben willen binden, dit expliciet in de administratievoorwaarden zou hebben laten opnemen.
4.4
Het voorgaande voert de Ondernemingskamer tot het oordeel dat in de administratievoorwaarden geen afnameplicht voor (PDM en) Enora besloten ligt. Dit brengt mee dat toepassing van de administratievoorwaarden niet tot een daadwerkelijke overdracht van de certificaten behoeft te leiden. Daarmee zijn partijen geen eigen regeling als bedoeld in artikel 2:337 lid 1 BW Pro overeengekomen. Dit betekent dat de Ondernemingskamer bevoegd is kennis te nemen van het verzoek tot uittreding.
Inhoudelijke beoordeling
Het verzoek tot uittreding
4.5
De certificaathouders hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat zij door gedragingen van PDM en Enora zodanig in hun rechten of belangen zijn geschaad dat het voortduren van hun certificaathouderschap in redelijkheid niet meer van hen kan worden gevergd (artikel 2:343 lid 1 en Pro lid 6 BW). Het verzoek is op de voet van artikel 2:343 lid Pro 1, tweede volzin, BW gericht tegen Enora. Als toelichting op het verzoek hebben de certificaathouders – samengevat – het volgende naar voren gebracht.
a. zij zijn door de onberekenbare, intimiderende en onzinnige bemoeienis van [de uiteindelijke aandeelhouder] met hun bestuur gedwongen ontslag te nemen als CEO en CFO bij een goedlopende onderneming;
b. [de uiteindelijke aandeelhouder] heeft de certificaathouders onder dreiging van persoonlijke aansprakelijkheid onder druk gezet om voor € 0,01 per persoon hun certificaten aan [de uiteindelijke aandeelhouder] over te dragen. Daarbij maakte [de uiteindelijke aandeelhouder] gebruik van een heimelijke geluidsopname van een gesprek tussen [certificaathouder A] en zijn persoonlijke advocaat;
c. De certificaathouders zijn in privé aansprakelijk gesteld voor een uit de lucht gegrepen vordering uit bestuurdersaansprakelijkheid van € 6,1 miljoen;
d. De certificaathouders zijn ten onrechte aangemerkt als
bad leaver;
e. De certificaathouders zijn uitgesloten van meerdere dividenduitkeringen die Enora heeft getracht geheim te houden;
f. Zij zijn door selectieve betaling genoodzaakt een minnelijke regeling te sluiten over inzage in en uitbetaling van dividenden waartoe de certificaathouders zijn gerechtigd. Doordat Enora deze regeling niet nakwam, moesten de certificaathouders een tweede kort geding starten en ook nadien komt Enora deze regeling niet na;
g. het recht op onafhankelijke waardebepaling is gefrustreerd;
h. de certificaathouders blijven verstoken van het recht op inkoop van hun certificaten tegen de door de bindend adviseur vastgestelde prijs;
i. sinds de gedwongen aanbieding van de certificaten hebben ten minste zes (andere) certificaathouders hun certificaten overgedragen. De verzoekende certificaathouders zijn hierover niet geïnformeerd en blijven als enige certificaathouders over.
4.6
Enora c.s. voert gemotiveerd verweer. De Ondernemingskamer zal hieronder waar nodig op dit verweer ingaan.
4.7
De Ondernemingskamer dient als eerste te beoordelen in hoeverre gedragingen van [de uiteindelijke aandeelhouder] (in de periode waarin hij nog geen bestuurder van Enora was) kunnen worden betrokken in de beoordeling van dit uittredingsverzoek; [de uiteindelijke aandeelhouder] is immers niet rechtstreeks aandeelhouder in Enora maar houdt zijn belang via de door hem gecontroleerde commanditaire vennootschap PDM. De Ondernemingskamer beantwoordt deze vraag bevestigend in het licht van de strekking van artikel 2:343 lid Pro 1 (en lid 6) BW. Daarbij moet worden bedacht dat Enora en [de uiteindelijke aandeelhouder] organisatorisch zijn verbonden: [de uiteindelijke aandeelhouder] was immers tot oktober 2025 de bestuurder van de twee stichtingen die optreden als beherend, respectievelijk commanditaire vennoot van PDM. Daarmee is hij gebonden aan de eisen van redelijkheid en billijkheid die de bij Enora betrokkenen in acht moeten nemen; zijn gedragingen kunnen daarom ten grondslag worden gelegd aan toewijzing van het uittredingsverzoek.
4.8
De Ondernemingskamer oordeelt dat het uittredingsverzoek kan worden toegewezen. Dit oordeel steunt op drie gronden.
4.8.1
De eerste grond betreft het gedrag van [de uiteindelijke aandeelhouder] vanaf 12 juli 2023. Nadat hij zich enkele jaren als passief aandeelhouder had opgesteld, heeft [de uiteindelijke aandeelhouder] zich vanaf die datum weer intensief met Enora en BMG ingelaten. [de uiteindelijke aandeelhouder] bestookte de certificaathouders, werknemers en externe adviseurs met e-mails en WhatsApp-berichten die geregeld werden verzonden op ontijdige momenten: midden in de nacht of vroege ochtend, al dan niet in het weekend. De bevelen van [de uiteindelijke aandeelhouder] hadden soms weinig te maken met de onderneming (3.14), waren uiterst dwingend en respectloos, soms ronduit schofferend en gingen regelmatig de fatsoensgrenzen te buiten (3.11, 3.13, 3.14, 3.16, 3.17, 3.18, 3.21, 3.22). Bij dit alles miskende [de uiteindelijke aandeelhouder] ook zijn eigen positie binnen Enora: hij was geen bestuurder maar (indirect) aandeelhouder – die zich bovendien jarenlang afzijdig had gehouden. Dat belette hem niet vanaf 12 juli 2023 allerhande instructies te geven, niet alleen aan de certificaathouders en bestuurders van BMG, maar ook rechtstreeks aan werknemers en externe adviseurs. Met zijn gedragingen handelde hij in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid die hij als (indirect) aandeelhouder in acht moest nemen en negeerde hij de vennootschapsrechtelijke verdeling van bevoegdheden volkomen. De Ondernemingskamer acht het dan ook alleszins begrijpelijk dat de certificaathouders hun bestuursverantwoordelijkheid onder die omstandigheid niet konden dragen en daaraan hun conclusies hebben verbonden. Tegen de achtergrond van de vele berichten van [de uiteindelijke aandeelhouder] hebben Enora c.s. onvoldoende concreet onderbouwd dat de certificaathouders om strategische redenen zouden zijn opgestapt. Wat daar verder ook van zij, dit doet niet af aan het grensoverschrijdende optreden van [de uiteindelijke aandeelhouder] .
4.8.2
De tweede grond heeft betrekking op het dividendbeleid. In de nasleep van hun zelfgekozen ontslag als bestuurders werden de certificaathouders in strijd met het in artikel 2:201 lid 2 BW Pro neergelegde gelijkheidsbeginsel zonder rechtvaardigingsgrond ongelijk behandeld ten opzichte van PDM en de overige certificaathouders. Anders dan PDM en de overige certificaathouders ontvingen de verzoekende certificaathouders geen (interim)dividend en bleven zij verstoken van informatie daarover. Dit verwijt treft ook STAK, waarvan [de uiteindelijke aandeelhouder] destijds de enig bestuurder was, die evenmin aanleiding heeft gezien de verzoekende certificaathouders op gelijke wijze te behandelen als de overige certificaathouders. Pas na dagvaarding in kort geding bleek Enora bereid tot een minnelijke regeling die vervolgens meermalen niet werd nagekomen.
4.8.3
In de derde plaats rekent de Ondernemingskamer het Enora aan dat zij vanaf april 2024 een aansprakelijkheidsclaim van € 6,1 miljoen op de certificaathouders pretendeerde zonder deze van serieuze onderbouwing te voorzien. Dat mocht van Enora wel worden verwacht, onder meer omdat zij zichzelf al op 11 april 2024 kennelijk in staat achtte haar claim op dit bedrag te becijferen (3.29) en Enora daarin volhardt nu deze claim inmiddels is overgedragen aan Stichting Dossierbeheer. Gelet op het ontbreken van een serieuze feitelijke en juridische onderbouwing valt deze claim moeilijk anders te zien dan als een drukmiddel in het conflict met de certificaathouders. Daarmee handelde Enora onder leiding van [de uiteindelijke aandeelhouder] en [de nieuwe bestuurder] in strijd met de eisen van redelijkheid en billijkheid die zij jegens de certificaathouders hadden te betrachten.
Voor zover Enora met de cessie van deze pretense vorderingen heeft gepoogd deze grond voor uittreding weg te nemen, is zij daarin niet geslaagd. De op onduidelijke gronden gebaseerde claim op de certificaathouders blijft met de cessie immers gehandhaafd. [de nieuwe bestuurder] is bovendien de enig bestuurder van Stichting Dossierbeheer, zodat vraagtekens kunnen worden geplaatst bij het met de cessie (zo begrijpt de Ondernemingskamer) beoogde onafhankelijke beleid met betrekking tot de claim. Ook op zitting heeft Enora niet kunnen toelichten hoe de bezwaren tegen deze claim met een cessie werden weggenomen.
4.9
Reeds op grond van het voorgaande zijn de certificaathouders door gedragingen van [de uiteindelijke aandeelhouder] en Enora zodanig in hun rechten en belangen geschaad dat het voortduren van hun certificaathouderschap in redelijkheid niet meer van hen kan worden gevergd. De overige gronden die de certificaathouders aan hun verzoek ten grondslag hebben gelegd, kunnen daarom onbesproken blijven.
4.1
De Ondernemingskamer ziet geen aanleiding het verzoek op de voet van artikel 2:343 lid 5 BW Pro aan te houden, zoals Enora c.s. heeft bepleit. De maatregelen waarop Enora c.s. zich beroept, doen aan het bovenstaande niet af en zijn overigens onvoldoende. Daarbij moet nog worden bedacht dat de certificaathouders hun certificaten hebben verkregen in het kader van een managementparticipatieplan en dat de ratio voor hun participatie met hun vertrek uit de onderneming niet meer bestaat.
Prijsbepaling
4.11
De certificaathouders hebben betoogd dat de Ondernemingskamer op de voet van artikel 2:339 lid 3 BW Pro en 2:340 lid 2 BW kan afzien van de benoeming van een deskundige nu de administratievoorwaarden een duidelijke maatstaf voor de waardering van de certificaten bevatten en de certificaten overeenkomstig de administratievoorwaarden per datum uitdiensttreding (31 december 2023) reeds zijn gewaardeerd door een onafhankelijke deskundige. Eventuele negatieve ontwikkelingen in de waarde van de certificaten dienen volgens de certificaathouders geen invloed te hebben op de prijs. Enora heeft het waarderingsproces namelijk verschillende malen gefrustreerd. Een eventuele waardedaling dient daarom volgens hen voor rekening van Enora te komen. Tot december 2023 werd Enora door certificaathouders geleid zodat een waardevermindering uitsluitend het gevolg moet zijn van de wijze waarop Enora sindsdien en zonder de certificaathouders is bestuurd. Bovendien is sinds hun vertrek vrijwel het gehele hogere management opgestapt, al dan niet daartoe gedwongen door [de uiteindelijke aandeelhouder] . Het zou onredelijk zijn die waardedaling voor rekening te laten komen van de certificaathouders, aldus steeds de certificaathouders. Subsidiair verzoeken de certificaathouders op de voet van artikel 2:343 lid 3 BW Pro een billijke verhoging toe te passen voor zover de waarde lager is dan door een door de Ondernemingskamer te benoemen deskundige zal worden vastgesteld. Enora c.s. heeft dit betoog van de certificaathouders bestreden.
4.12
Voor de vaststelling door de Ondernemingskamer van de prijs van de over te nemen certificaten geldt als uitgangspunt dat de certificaathouders recht hebben op een reële en redelijke vergoeding voor de waarde van hun certificaten. Daarbij geldt als uitgangspunt voor de peildatum van de waardering de datum van deze beschikking.
4.13
Daarbij moet worden bedacht dat partijen geen afwijkende peildatum zijn overeengekomen; ook in de aanbiedingsplicht op grond van artikel 6.3 van de administratievoorwaarden ligt geen peildatum voor de toepassing van de geschillenregeling besloten. Aan die aanbiedingsplicht is immers geen afnameplicht gekoppeld (4.4); er bestaat dan ook geen grond een afwijkende peildatum te lezen in het tijdstip waarop de certificaathouders geacht worden hun certificaten te hebben aangeboden. Dit gegeven brengt weer mee dat de omstandigheid dat Enora c.s. in het waarderingstraject weinig meegaand is geweest ook geen grond oplevert om de peildatum te stellen op 31 december 2023. In de overige gronden die de certificaathouders hebben aangevoerd ziet de Ondernemingskamer evenmin aanleiding de peildatum te vervroegen naar 31 december 2023.
4.14
Dit brengt mee dat niet op de voet van artikel 2:339 lid 3 BW Pro kan worden afgezien van de benoeming van een deskundige. De Ondernemingskamer zal hierna op grond van artikel 2:339 lid 1 BW Pro, één deskundige benoemen en deze vragen een onderzoek te verrichten naar de waarde van de aandelen en daarover schriftelijk te berichten. De Ondernemingskamer wijst in dat kader op de door de haar gepubliceerde Leidraad voor de deskundigen in de geschillenregeling (hierna: de Leidraad) die van toepassing zal zijn en waarop de deskundige acht dient te slaan. De peildatum voor de waardering van de aandelen zal zijn de datum van deze beschikking – althans een zo dicht mogelijk daarbij liggende door de deskundige te bepalen praktische datum.
4.15
Op grond van artikel 2:339 lid 2 BW Pro dient de deskundige zijn/haar bericht op te stellen met inachtneming van een overeenkomst omtrent de vaststelling van de waarde van de aandelen. In de administratievoorwaarden is hierover het een en ander bepaald. Volgens artikel 7.1 van de administratievoorwaarden dient de prijs de marktwaarde te weerspiegelen van de aandelen waarvoor die certificaten zijn toegekend. Dit betekent vooreerst dat bij de waardering geen afslag dient plaats te vinden voor het feit dat het hier niet gaat om aandelen maar om certificaten. In de tweede plaats wijkt een waardering naar
marktwaarde af van het uitgangspunt in de Leidraad waarin wordt uitgegaan van het
pro rata partedeel van de reële waarde van 100% van de certificaten op de peildatum. Daarbij wordt uitgegaan van een waardering van de vennootschap en haar onderneming op basis van de veronderstelling dat de aan de vennootschap verbonden onderneming zelfstandig op de gebruikelijke wijze zal worden voortgezet (zie 2.3 van de Leidraad). Een waardering naar marktwaarde laat toe dat bij de waardering rekening word gehouden met de omstandigheid dat het hier gaat om een minderheidspakket, terwijl in aanmerking kan worden genomen dat het resultaat van de uittreding zal zijn dat PDM enig aandeelhouder wordt. Kostenbesparingen en eventuele andere voordelen kunnen dus meewegen bij de waardering. In de derde plaats is de Ondernemingskamer – met de door het NAI benoemde deskundige – van oordeel dat de certificaathouders op grond van de administratievoorwaarden moeten worden aangemerkt als
good leaver. Enora c.s. betwist dit (inmiddels) ook niet meer, althans niet gemotiveerd.
4.16
De Ondernemingskamer zal een beslissing over een billijke verhoging aanhouden. Deze kan worden toegepast in verband met gedragingen van Enora c.s. of van anderen dan Enora c.s. zoals van [de uiteindelijke aandeelhouder] en van andere aan hem gelieerde entiteiten, indien aannemelijk is dat die gedragingen hebben geleid tot een vermindering van de waarde van de over te dragen certificaten en deze vermindering niet (volledig) voor rekening van de certificaathouders behoort te blijven. De Ondernemingskamer zal de deskundige vragen of kan worden vastgesteld of de waarde van de certificaten sinds 31 december 2023 tot de peildatum is gedaald en, zo ja, of die daling valt te becijferen en welke oorzaken in welke mate aan die daling ten grondslag liggen. Daarbij kan de deskundige desgewenst gebruik maken van het waarderingsrapport van de door het NAI benoemde deskundige.
4.17
De Ondernemingskamer zal de te benoemen deskundige vragen om binnen vier weken – of zoveel eerder als mogelijk – een plan van aanpak met een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen. De Ondernemingskamer stelt partijen zo nodig in de gelegenheid zich over het definitieve plan van aanpak uit te laten en bepaalt vervolgens bij beschikking de hoogte (inclusief btw) van het voor de kosten van de deskundige ter griffie te storten voorschot, tenzij partijen over dit laatste punt afwijkende afspraken maken. In diezelfde beschikking zal de Ondernemingskamer bepalen binnen welke termijn de deskundige het deskundigenbericht dient uit te brengen.
4.18
Na indiening van het deskundigenbericht zullen partijen in de gelegenheid worden gesteld schriftelijk op het deskundigenbericht te reageren en hun zienswijze kenbaar te maken, waarna de Ondernemingskamer (tenzij alle partijen laten weten daarop geen prijs te stellen) een mondelinge behandeling zal bepalen ter bespreking van het deskundigenbericht en de vaststellen van de prijs van de over te dragen aandelen.
4.19
Ingevolge artikel 2:340 lid 1 BW Pro zal de Ondernemingskamer in de beschikking waarin zij de prijs van de aandelen vaststelt, bepalen wie uiteindelijk de kosten van het deskundigenonderzoek dient te dragen. Vooruitlopend daarop zal de Ondernemingskamer bepalen dat het voorschot op de kosten van het deskundigenonderzoek ten laste komt van Enora. De Ondernemingskamer zal daarbij tevens bepalen dat de deskundige niet met zijn werkzaamheden voor het opstellen van een plan van aanpak behoeft te beginnen voordat een bedrag van € 20.000 als voorschot is ontvangen.
4.2
Bij gebrek aan onderbouwing verwerpt de Ondernemingskamer het beroep van Enora op artikel 2:207 BW Pro.
Voorlopige voorzieningen
4.21
De Ondernemingskamer ziet aanleiding de gevraagde voorlopige voorzieningen onder 2.1 onder 4.a en 2.1 onder 4.f te treffen als in het dictum bepaald. Voor andere voorlopige voorzieningen bestaat op dit moment geen aanleiding.
4.22
De Ondernemingskamer zal een kostenveroordeling en iedere verdere beslissing aanhouden.

5.De beslissing

De Ondernemingskamer:
a. beveelt een onderzoek naar de waarde van de door [certificaathouder A] en [certificaathouder B] gehouden certificaten van aandelen in Enora Media Holding B.V., per vandaag, althans een zo dicht mogelijk daarbij liggende door de deskundige te bepalen praktische datum;
b. benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon (deskundige) om het onderzoek naar de waarde van de door [certificaathouder A] en [certificaathouder B] gehouden certificaten van aandelen in Enora Media Holding B.V. te verrichten;
c. bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig – in de zin van artikel 190 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, dat wil zeggen niet onder leiding van de Ondernemingskamer – zal verrichten;
d. bepaalt dat de griffier van de Ondernemingskamer onverwijld een afschrift van deze beschikking en het procesdossier aan de deskundige zal doen toekomen;
e. verzoekt de deskundige binnen vier weken – of zoveel eerder als mogelijk – een plan van aanpak met een begroting van de kosten van het onderzoek te maken en deze aan de Ondernemingskamer toe te sturen;
f. bepaalt dat Enora Media Holding B.V. het voorschot op de kosten van de deskundige zal dragen en dat de deskundige niet met zijn werkzaamheden voor het opstellen van een plan van aanpak behoeft te beginnen voordat een bedrag van € 20.000 als voorschot is ontvangen;
g. schorst, bij wijze van voorlopige voorziening en voor de duur van de procedure, de werking van artikel 5 van Pro de administratievoorwaarden van Stichting Managementparticipatie BMG in zoverre dat de overdracht van certificaten van aandelen in Enora Media Holding B.V. aan Enora Media Holding B.V. kan geschieden zonder goedkeuring van het bestuur van Stichting Managementparticipatie BMG;
h. verbiedt, bij wijze van voorlopige voorziening en voor de duur van de procedure, Enora Media Holding B.V. en Stichting Managementparticipatie BMG medewerking te verlenen aan een verkoop en levering van aandelen als bedoeld in artikel 9, aanhef en onder (b) van de administratievoorwaarden van Stichting Managementparticipatie BMG zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van [certificaathouder A] en van [certificaathouder B] ;
i. benoemt mr. J.M. de Jongh tot raadsheer-commissaris;
j. houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. de Jongh, voorzitter, mr. W.A.H. Melissen, mr. E. Loesberg, raadsheren, en mr. drs. G. Boon RA en mr. S.M. Zijderveld, raden, in tegenwoordigheid van mr. L. van Hoof, griffier, en in het openbaar uitgesproken door J.M. de Jongh op 19 februari 2026.