Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep
3.Tenlastelegging
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Wijk en Aalburg en/of Nijeveen en/of Apeldoorn en/of Elshout, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een stof bevattende cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een stof vermeld op lijst 1 van de Opiumwet dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen,
hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Wijk en Aalburg en/of Nijeveen en/of Apeldoorn en/of Rotterdam en/of Heerde en/of Elshout, in elk geval in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, welke Organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende een stof vermeld op lijst 1 van de Opiumwet, zijnde een middel(en) vermeld op de hij de Opiumwet behorende lijst 1.
4.Vernietiging vonnis
5.Inleiding
6.Standpunt van het openbaar ministerie
7.Standpunt van de verdediging
[EncroChat-account 1]niet, of in ieder geval onvoldoende doorwrocht zijn getoetst om als belastend bewijs te kunnen worden gebruikt.
[EncroChat-account 1]) dat onvoldoende steunbewijs uit de ‘werkelijke’ (dat wil zeggen, niet virtuele) wereld is verkregen om aan te nemen tot de conclusie te kunnen komen dat cliënt de gebruiker is geweest van het EncroChat-account [EncroChat-account 1] . Dit verweer zal in een separate pleitnota worden weergegeven.
8.Verweer bewijsuitsluiting
betrouwbaar(cursivering hof) is. [3] Dat leidt er volgens de raadsman bijvoorbeeld toe dat niet met een voldoende mate van zekerheid kan worden vastgesteld dat de koppelingen (gemaakt op basis van de ruwe data) tussen ‘account ID’ en IMEI-nummer correct zijn. Dat zelfde geldt volgens de raadsman voor bijvoorbeeld ‘de koppeling van datum en tijd aan de inhoud van berichten, de koppeling tussen, in tegenaccounts opgeslagen namen en het betreffend account-ID, tussen de inhoud van berichten en het betreffende account ID’.
betrouwbaarheidvan onderzoeksresultaten die voor het bewijs worden gebruikt, geldt dat de rechter bij de beantwoording van de vraag of het tenlastegelegde kan worden bewezenverklaard, alleen dat bewijsmateriaal gebruikt dat hij betrouwbaar en bruikbaar acht. Er kan grond voor bewijsuitsluiting bestaan als zich onregelmatigheden hebben voorgedaan die de betrouwbaarheid en accuraatheid van onderzoeksresultaten wezenlijk hebben aangetast. Hierbij maakt het in beginsel geen verschil of die onderzoeksresultaten zijn verkregen onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten dan wel in een Nederlands strafrechtelijk onderzoek. Dat doet echter niet eraan af dat de rechter in de strafzaak tot uitgangspunt mag nemen dat onderzoek dat onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten is uitgevoerd, op zodanige wijze is verricht dat de door dat onderzoek verkregen resultaten betrouwbaar zijn. Als er echter – al dan niet naar aanleiding van een daartoe strekkend verweer – concrete aanwijzingen voor het tegendeel bestaan, is de rechter gehouden de betrouwbaarheid van die resultaten te onderzoeken. Daartoe kan hij bijvoorbeeld – met tussenkomst van het openbaar ministerie – nadere informatie inwinnen over de wijze waarop het onderzoek onder de verantwoordelijkheid van de buitenlandse autoriteiten is verlopen en de (procedurele) waarborgen die daarbij in acht zijn genomen; één en ander voor zover dat voor de beoordeling van de betrouwbaarheid van de door die autoriteiten verkregen resultaten van belang is. Deze nadere informatie kan bijvoorbeeld betrekking hebben op de waarborgen die bij de verkrijging van gegevens in acht zijn genomen in relatie tot de betrouwbaarheid, integriteit en/of herleidbaarheid van die gegevens. Deze plicht tot het onderzoeken van de betrouwbaarheid van de resultaten hangt samen met het op grond van artikel 6 EVRM Pro aan de verdachte toekomende recht om de authenticiteit en de betrouwbaarheid van het bewijs te betwisten en zich tegen het gebruik ervan te verzetten’.
berichten uit technisch hulpmiddel, behalve de fout met de omgedraaide bellende en gebelde tegenpartij. De correcte bellende en gebelde partij is nog af te leiden door de aangegeven richting (zie hoofdstuk 5.2). De berichtengeschiedenis is echter niet volledig. In de via technisch hulpmiddel verkregen berichten kunnen berichten ontbreken. Dit kan een enkel bericht zijn, maar langere perioden aan ontbrekende berichten komen ook voor. Op de toestellen is door het automatisch verwijderen van berichten na de
burn timeook geen volledige berichtengeschiedenis aanwezig. Daarnaast is het mogelijk dat berichten handmatig door de gebruiker zijn gewist, en daardoor ontbreken op het toestel.’.
- 14 IBC’s (van 1000 liter) gevuld met vloeistof;
- 6 IBC’s (van 1000 liter) gevuld met steenkool;
- 176 lege 30-liter jerrycans met o.a. de opschriften ‘Hex’ en ‘Soda’.
9.Bewezenverklaring
hij in de periode van 1 maart 2020 tot en met 7 augustus 2020 te Nijeveen en Apeldoorn en Elshout, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of vervaardigen van een stof bevattende cocaïne, voor te bereiden en te bevorderen,
hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 7 augustus 2020 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten het opzettelijk bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren, vervaardigen en binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van cocaïne.
10.Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
11.Strafbaarheid van de verdachte
12.Oplegging van straf
13.Toepasselijke wettelijke voorschriften
14.BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
32 (tweeëndertig) maanden.