ECLI:NL:GHAMS:2026:167

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
6 januari 2026
Publicatiedatum
26 januari 2026
Zaaknummer
200.336.288/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoofdelijkheid in proceskosten bij meerdere gedaagden in civiele procedure

In deze zaak gaat het om een hoger beroep van Ruhi Ventures B.V. tegen een vonnis van de rechtbank Amsterdam, waarin Ruhi Ventures hoofdelijk is veroordeeld in de proceskosten. Ruhi Ventures had een hypotheekrecht gevestigd op een woning, dat door Swishfund Nederland B.V. werd vernietigd. Het hof bekrachtigt de beslissing van de rechtbank, waarbij Ruhi Ventures in de proceskosten is veroordeeld, omdat zij als in het ongelijk gestelde partij wordt beschouwd. Het hof oordeelt dat Ruhi Ventures niet slechts zijdelings betrokken was bij de procedure, maar dat zij wist of moest weten dat het vestigen van het hypotheekrecht benadeling van schuldeisers met zich meebracht. Het hoger beroep van Ruhi Ventures wordt afgewezen, en zij wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep, die zijn vastgesteld op € 3.226,-. Het arrest is uitgesproken op 6 januari 2026.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht,
team I (handel)
zaaknummer : 200.336.288/01
zaak-/rolnummer rechtbank Amsterdam : C/13/728935/ HA ZA 23-100
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 6 januari 2026
in de zaak van
RUHI VENTURES B.V.,
gevestigd te Capelle aan den IJssel,
appellant,
verweerster in het incident,
advocaat: mr. J.E. van Kuijk te Amsterdam,
tegen
SWISHFUND NEDERLAND B.V.,
gevestigd te Naarden, gemeente Gooise Meren,
geïntimeerde,
eiseres in het incident,
advocaat: mr. H.A. Bravenboer te Rotterdam.
Partijen worden hierna Ruhi Ventures en Swishfund genoemd.

1.De zaak in het kort

Ten behoeve van Ruhi Ventures was een hypotheekrecht gevestigd op een woning. Dat hypotheekrecht is in het bestreden vonnis op verzoek van Swishfund vernietigd. Daarbij is bepaald dat de inschrijving van het hypotheekrecht in het kadaster waardeloos is. Het bestreden vonnis bevat verder een hoofdelijke veroordeling van verschillende andere partijen tot betaling van een geldbedrag. Alle gedaagden, inclusief Ruhi Ventures, zijn hoofdelijk in de proceskosten veroordeeld. Ruhi Ventures komt in hoger beroep van de voor haar ongunstige beslissingen in het bestreden vonnis. Zij is bij arrest in incident van 3 september 2024 niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep voor zover dat is gericht tegen 5.5 en 5.6 van het bestreden vonnis, omdat het hoger beroep niet is ingeschreven in het rechtsmiddelenregister (artikel 3:29 lid 3 BW). In hoger beroep resteert alleen de vraag of Ruhi Ventures in eerste aanleg terecht hoofdelijk in de proceskosten is veroordeeld. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis op dat punt.

2.Verder verloop van het geding in hoger beroep

Het hof heeft op 3 september 2024 (ECLI:NL:GHAMS:2024:2390) een arrest in het incident uitgesproken. Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot die datum naar dit arrest. In het arrest in incident is Ruhi Ventures niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep voor zover dat is gericht tegen de onder 5.5 en 5.6 van het bestreden vonnis opgenomen vernietiging van de hypotheekverlening en de bepaling dat de inschrijving van het hypotheekrecht waardeloos is. In het arrest in incident is verder overwogen dat Ruhi Ventures wel kan worden ontvangen in haar hoger beroep voor zover dat ziet op de proceskostenveroordeling.
Swishfund heeft daarna haar memorie van antwoord genomen.
Ten slotte is arrest gevraagd.

3.Feiten

Het hof gaat uit van de volgende feiten.
3.1.
De heer [naam] (hierna: [naam] ) is (indirect) bestuurder en (indirect) aandeelhouder van Ruhi Ventures, Fly me to the moon B.V. (hierna: Fly me to the moon) en een aantal andere vennootschappen.
3.2.
Fly me to the moon is in juli 2022 een overeenkomst van geldlening aangegaan met Swishfund. Het totaalbedrag dat zij onder deze overeenkomst aan Swishfund was verschuldigd bedroeg bij het aangaan van de overeenkomst (inclusief premie en afsluitvergoeding) € 559.980. Dit bedrag diende in twaalf maanden te worden terugbetaald door middel van betaling van € 2.222,14 per werkdag. Een aantal andere vennootschappen heeft zich hoofdelijk verbonden voor de nakoming van alle verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst.
3.3.
Fly me to the moon en de andere hoofdelijk verbonden vennootschappen zijn in gebreke gebleven met de nakoming van hun betalingsverplichtingen jegens Swishfund. Swishfund heeft de overeenkomst per 22 november 2022 ontbonden. Het op dat moment openstaande bedrag bedroeg € 433.318,02, dat per die datum direct opeisbaar was.
3.4.
[naam] heeft op 2 december 2022 ten behoeve van Ruhi Ventures een hypotheekrecht gevestigd op een woning te Rotterdam ter zekerheid van de terugbetaling van een bedrag van € 600.000.

4.Beoordeling

4.1.
De rechtbank heeft bij het bestreden vonnis, op vordering van Swishfund, onder andere Ruhi Ventures hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van € 11.503,96. Met haar grief bestrijdt Ruhi Ventures dat zij terecht hoofdelijk is veroordeeld in de proceskosten en de nakosten. Zij voert aan dat hoofdelijke veroordeling in deze zaak ongepast is, omdat zij geen geldnemer of borg is, maar slechts derde-belanghebbende met een zekerheidsrecht en dat zij daarmee slechts zijdelings betrokken is bij deze procedure. Ruhi Ventures vordert, naar het hof begrijpt en voor zover nog van belang, vernietiging van het bestreden vonnis, alsnog afwijzing van de hoofdelijke veroordeling in de proceskosten en veroordeling van Swishfund tot terugbetaling van hetgeen Ruhi Ventures ten onrechte ter uitvoering van het bestreden vonnis aan Swishfund heeft betaald, met rente en veroordeling van Swishfund in de kosten van het geding in beide instanties. Swishfund concludeert kort gezegd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met veroordeling van Ruhi Ventures in de kosten van het geding in hoger beroep.
4.2.
Ruhi Ventures is in eerste aanleg niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend. Omdat één van de gedaagde partijen wel in de procedure is verschenen moet het vonnis ook tegen Ruhi Ventures als een vonnis op tegenspraak worden beschouwd (artikel 140 lid 3 Rv). De vorderingen van Swishfund die betrekking hebben op Ruhi Ventures, zijn in eerste aanleg toegewezen. Ruhi Ventures is daarom in eerste aanleg, als in het ongelijk gestelde partij, terecht in de proceskosten veroordeeld. De vorderingen van Swishfund tegen de andere gedaagden zijn in het bestreden vonnis ook voor het grootste deel toegewezen. Uitgangspunt van artikel 237 Rv is dat indien meerdere gedaagde partijen in het ongelijk worden gesteld, zij hoofdelijk aansprakelijk zijn voor betaling van de proceskosten (HR 23 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1942). Het hof ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Daarbij overweegt het hof dat Ruhi Ventures, anders dan zij stelt, niet slechts zijdelings is betrokken bij de procedure. In het vonnis van de rechtbank ligt namelijk besloten dat ook Ruhi Ventures wist of moet hebben geweten dat door het vestigen van een hypotheekrecht door [naam] , ten gunste van Ruhi Ventures, benadeling van schuldeisers van [naam] het gevolg zou zijn (artikel 3:45 lid 2 BW).
4.3.
Het hoger beroep heeft geen succes. Ruhi Ventures wordt in het hoger beroep in het ongelijk gesteld en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten van Swishfund in hoger beroep, inclusief de kosten voor het incident. Het hof stelt de proceskosten in hoger beroep als volgt vast:
- griffierecht € 798,-
- salaris advocaat € 2.428,- (tarief II, 2 punten)
Totaal € 3.226,-

5.Beslissing

Het hof:
5.1.
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep, voor zover door Ruhi Ventures onderworpen aan het oordeel van het hof;
5.2.
veroordeelt Ruhi Ventures in de proceskosten in hoger beroep, tot nu aan de zijde van Swishfund vastgesteld op € 3.226,-;
5.3.
verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. K.A.J. Bisschop, M.M. Kruithof en H.O. Kerkmeester en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.