Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
- we de gevraagde gegevens van jou hebben ontvangen;
- je akkoord bent gegaan met onze algemene voorwaarden;
- jij een (elektronische) machtiging voor automatische betaling hebt gegeven (als dat van toepassing is); EN
- wij de gevraagde borgsom van jou hebben ontvangen (als dat van toepassing is) (…)”
4.Procedure bij de kantonrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling
€ 2.871,45, aan [appellant] verschuldigd. Verder moet [geïntimeerde] € 370,20 aan bekeuringen en € 175,00 aan administratiekosten bekeuringen, totaal
€ 545,20,aan [appellant] betalen.
€ 2.416,65(€ 2.871,45 + € 545,20 = € 3.416,65 - € 1.000,-). De gevorderde rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding in eerste aanleg, zoals gevorderd.
€ 466,67,te vermeerderen met de wettelijke rente van de datum van de dagvaarding in eerste aanleg. Dit bedrag is berekend over het verschuldigde bedrag van € 3.416,65 (zonder aftrek van het reeds door [geïntimeerde] betaalde bedrag). Het hof neemt aan dat de over de buitengerechtelijke incassokosten gevorderde btw voor [appellant] een verrekenpost vormt, nu daarover niets anders is gesteld of gebleken. De gevorderde btw zal derhalve worden afgewezen