Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
zij, in of omstreeks de periode van 6 januari 2020 tot en met 15 juni 2020 te Purmerend opzettelijk een geldbedrag (136.852,67 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als (partner van) de gemachtigde om de bankrekening van die [benadeelde partij] te beheren, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
zij, in of omstreeks de periode van 6 januari 2020 tot en met 15 juni 2020 te Purmerend een geldbedrag (136,852,67 euro), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [benadeelde partij] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;
Vonnis waarvan beroep
Vrijspraak feit 1 primair
Bewijsoverweging
Bewezenverklaring
zij in de periode van 6 januari 2020 tot en met 15 juni 2020 te Purmerend een geldbedrag (136.852,67 euro) dat toebehoorde aan [benadeelde partij] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Oplegging van straf
Vordering van de benadeelde partij (wijlen) [benadeelde partij]
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) maanden.
€ 136.852,67 (honderdzesendertigduizend achthonderdtweeënvijftig euro en zevenenzestig cent) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.