Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2026:1201

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
14 april 2026
Publicatiedatum
4 mei 2026
Zaaknummer
25/2080
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 110 WaterschapswetArt. 111 WaterschapswetArt. 117 WaterschapswetArt. 122d WaterschapswetWet WOZ
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging aanslag waterschapsbelasting ondanks tariefstijging en organisatorische problemen

Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag waterschapsbelasting 2024 van €496,12, die aanzienlijk hoger was dan voorgaande jaren. Hij stelde dat de verhoging onredelijk en onrechtmatig was, mede door interne problemen bij het waterschap en een vermeende dubbele stijging van de watersysteemheffing ingezetene. Tevens werd misbruik van bevoegdheid (détournement de pouvoir) aangevoerd.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de heffingsambtenaar het griffierecht moest vergoeden omdat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard. Belanghebbende ging in hoger beroep. Het hof bevestigde het oordeel van de rechtbank na een zitting op 24 maart 2026.

Het hof overwoog dat het waterschap bevoegd is om de belastingverordeningen en tarieven vast te stellen en dat deze beleidsvrijheid toekomt aan het algemeen bestuur. De tariefstijging is gerechtvaardigd door gestegen kosten door klimaatverandering, hogere energiekosten en noodzakelijke investeringen. De WOZ-waarde, als heffingsmaatstaf, volgt uit de wet en is niet aan te merken als onrechtmatig.

Belanghebbende had onvoldoende gemotiveerd dat de heffing onrechtmatig was of dat er sprake was van misbruik van bevoegdheid. Het hof oordeelde dat de aanslag terecht is gehandhaafd en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.

Uitkomst: Het Gerechtshof Amsterdam bevestigt de aanslag waterschapsbelasting 2024 en wijst het hoger beroep van belanghebbende af.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 25/2080
14 april 2026
uitspraak van de derde meervoudige belastingkamer
op het hoger beroep van
[belanghebbende], wonende te [woonplaats] , belanghebbende,
tegen de uitspraak van 26 september 2025 in de zaak met kenmerk AMS 25/47 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en
de heffingsambtenaar van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, de heffingsambtenaar.

1.Ontstaan en loop van het geding

1.1.
In de bestreden uitspraak heeft de rechtbank het beroep van belanghebbende over de aan hem opgelegde aanslag waterschapsbelasting voor het jaar 2024 van in totaal € 496,12 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij ook beslist dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51 aan belanghebbende moet vergoeden, aangezien het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard, in plaats van ongegrond.
1.2.
Belanghebbende heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld.
De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft op 2, 4, 7 en 10 januari 2026 en op 9 februari 2026 nadere stukken ingediend.
1.5.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 maart 2026. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2.Feiten

2.1.
Belanghebbende woont samen met [naam] op het adres [adres] te [woonplaats] .
2.2.
Aan belanghebbende is voor het jaar 2024 door de heffingsambtenaar van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) de volgende aanslag watersysteemheffing gebouwd, watersysteemheffing ingezetenen en zuiveringsheffing woonruimten (tezamen aangeduid als: waterschapsbelasting) opgelegd:
“Uw waterschapsbelasting 2024
Watersysteemheffing GebouwdDit bedrag is gebaseerd op de WOZ-waarde.
0,015279 % van
€ 333.000,00
€ 50,87
Watersysteemheffing Ingezetenen
Vast bedrag per jaar per huishouden. Ook als u verhuist.
1,00 x € 170,30
€ 170,30
Zuiveringsheffing Woonruimten
Periode 01-01-2024 tot 01-01-2025
Woont u met meer dan één persoon, dan betaalt u altijd 3 vervuilingseenheden
3,00 x € 91,65
€ 274,95
Totaal
€ 496,12
2.3.
De aan belanghebbende opgelegde aanslag waterschapsbelasting bedroeg voor het jaar 2023 in totaal € 332,19 en voor het jaar 2025 in totaal € 542,77.
2.4.
Op een bijlage bij de aanslag 2024 staat de volgende toelichting:

Waarom is de waterschapsbelasting in 2024 hoger?
De laatste jaren hebben we de waterschapsbelasting zo laag mogelijk gehouden. Maar onze kosten zijn wel flink gestegen. Dat komt onder andere door hogere energiekosten en klimaatverandering. Het wordt steeds duurder om te zorgen voor veilig wonen onder zeeniveau en genoeg schoon water.
De belangrijkste redenen zijn:
Gestegen energiekosten
Net als iedereen in Nederland heeft ook het waterschap te maken met hogere prijzen voor elektriciteit, brandstof en grondstoffen. Ook hebben we meer energie verbruikt omdat onze gemalen vaker hebben moeten draaien.
Gevolgen klimaatverandering
Klimaatverandering maakt ons werk steeds ingewikkelder. Het regent harder en langer en de zeespiegel stijgt. En soms is het juist te droog. We moeten meer geld uitgeven aan nieuwe gemalen en het verstevigen van onze dijken om op de toekomst voorbereid te zijn.
Aanvullen van de reserves
Net als ieder huishouden moet ook het waterschap geld achter de hand hebben voor
onverwachte uitgaven. Omdat we de afgelopen jaren te weinig waterschapsbelasting hebben ontvangen, zijn onze reserves leeg. Die moeten we weer aanvullen.”
2.5.
Op de website van de regionale zender AT5 is sinds 6 juli 2023 onder meer het volgende bericht te lezen [1] :

Burger voelt chaos bij waterschap in portemonnee: belasting met 35 procent omhoog
Het kan even schrikken worden volgend jaar als de Amsterdammers de brief voor het betalen van de waterschapsbelasting op de mat krijgen. Het Waterschap wil namelijk de kosten verhogen met 35 procent ten opzichte van vorig jaar. Het is het gevolg van grote financiële tekorten die zich de afgelopen jaren hebben opgestapeld door aanhoudende problemen.
Huishoudens in een huurhuis met twee of meer bewoners stijgen komend jaar van 323 euro naar ongeveer 440 euro. Voor gezin van vier met een koophuis stijgt de prijs nu boven de 500 euro. Wie alleen in een huurhuis woont betaalde vorig jaar zo'n 200 euro, dat gaat nu bijna 270 euro worden.
Problemen bij Waternet
Voor het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht – verantwoordelijk voor de dijken en waterkwaliteit van de stad en de omgeving – is de waterschapsbelasting de enige inkomstenbron. Alleen kampt Waternet, die de belastingen van de Amsterdammer moet innen, al jaren met aanhoudende ict-problemen. Begin dit jaar moest er nog 237 miljoen euro worden geïnd. Ook werd er vorig jaar meerdere keren geblunderd met datzelfde innen, bij ruim 25.000 Amsterdammers werd er in augustus bijvoorbeeld te veel geld afgeschreven door Waternet. In februari stapte de algemeen directeur van Waternet, Annelore Roelofs, uiteindelijk op vanwege de aanhoudende problemen.
Door de problemen noemt het Waterschap de verhoging nu onvermijdelijk. "We begrijpen dat dit slecht nieuws is voor alle inwoners en bedrijven in ons gebied", reageert Simon Deurloo namens het dagelijks bestuur van het Waterschap. "Het eerlijke verhaal is dat de tarieven tot nu toe te laag waren en dat er daardoor te krap begroot is. De reserves zijn bijna uitgeput. De verhoging is noodzakelijk om hier veilig te kunnen blijven wonen, met voldoende water en genoeg schoon water."
Vanavond bespreekt het algemeen bestuur de prijsverhoging. Dit najaar wordt een besluit genomen over de nieuwe tarieven en dan wordt het duidelijk of de prijzen echt zo schrikbarend worden verhoogd.”

3.Geschil in hoger beroep

In geschil is of de aanslag waterschapsbelasting vanwege schending van algemene rechtsbeginselen of van algemene beginselen van behoorlijk bestuur verminderd dient te worden.

4.Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft in haar uitspraak het volgende overwogen (in de uitspraak van de rechtbank wordt belanghebbende aangeduid als ‘eiser’ en de heffingsambtenaar als ‘verweerder’):

Heeft verweerder de hoogte van de opgelegde aanslag juist vastgesteld?
8. Eiser[…] stelt dat de verhoging van de waterschapsbelasting onrechtmatig en onredelijk is, omdat deze in belangrijke mate voortkomt uit interne organisatorische problemen bij de verweerder. Bovendien is er sprake van een dubbele stijging van de watersysteemheffing ingezetene, omdat deze wordt bepaald als percentage van de WOZ-waarde1. Hierbij stijgt zowel het percentage, als de WOZ-waarde zelf. Eiser meent dat toegang tot water ten onrechte als verdienmodel gebruikt wordt door verweerder en dat er sprake is van détournement de pouvoir, of misbruik van macht. Eiser vraagt de rechter daarom de discretionaire bevoegdheden van verweerder in te perken.
9. Verweerder voert aan dat het waterschap belastingen heft om de kosten van het watersysteembeheer en het zuiveringsbeheer te dekken. Het waterschap maakt geen winst en geen verlies. Het was noodzakelijk om de tarieven te verhogen om financiële problemen in relatie tot de taakuitvoering van het waterschap te voorkomen. De recente tariefstijging wordt vooral veroorzaakt door noodzakelijke investeringen in het watersysteem en de rioolwaterzuivering wegens klimaatverandering, de toenemende complexiteit van het waterbeheer door de eisen aan schoon (gezuiverd) water en bescherming tegen wateroverlast en droogte. Hoewel het waterschap jarenlang reserves heeft aangewend om belastingtarieven te dempen, is dit op dit moment niet langer voldoende. Verweerder geeft bovendien aan dat belastingtarieven worden opgenomen in de belastingverordeningen van het waterschap die worden vastgesteld door het democratisch gekozen algemeen bestuur van het waterschap, en belastingverordeningen staan in beginsel niet open voor bezwaar of beroep.
10. De rechtbank is in beginsel niet bevoegd om over het in de Verordening vastgelegde tarief te oordelen, tenzij deze tariefstelling in strijd is met een hogere wettelijke regeling, leidt tot willekeurige of onredelijke belastingheffing die de wetgever bij het toekennen van deze bevoegdheid niet op het oog kan hebben gehad of in strijd is met enig rechtsbeginsel.
11. Op grond van artikel 110 van Pro de Waterschapswet is het vaststellen van een belastingverordening een bevoegdheid van het algemeen bestuur. Op grond van artikel 111 van Pro de Waterschapswet is de vaststelling van de tarieven een zelfstandige bevoegdheid van het algemeen bestuur. Bij de uitoefening van deze bevoegdheden heeft het algemeen bestuur beleidsvrijheid. De rechtbank is niet bevoegd zich uit te laten over de bedrijfsvoering van organisaties, ook niet als het gaat om een overheidsinstantie. De vaststelling van het tarief van de waterschapsbelasting is een zelfstandige bevoegdheid van het Hoogheemraadschap. De rechtbank volgt de toelichting van verweerder en acht het niet onredelijk dat de kosten voor onder meer de noodzakelijke investeringen en de kosten voor de bedrijfsvoering worden doorberekend aan de inwoners van het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Gezien de duidelijke onderbouwing2 en de beleidsvrijheid die het algemeen bestuur toekomt, is er geen reden om aan te nemen dat de heffing in strijd is met de Waterschapswet of enige hogere wettelijke regeling.
12. De opmerking van eiser dat er sprake is van een dubbele stijging van de heffing, is geen omstandigheid die in de procedure over de waterschapsbelasting aan de orde kan worden gesteld. De heffingsmaatstaf waterschapsbelasting betreft de waarde zoals die is bepaald op voet van Hoofdstuk 4 van de Wet WOZ. Verweerder heeft geen invloed op de hoogte van de WOZ-waarde, nu deze uit de wet volgt. De vaststelling van de heffingsmaatstaf door verweerder is niet in strijd met hogere wetgeving.
13. Van overtreding van het verbod van détournement de pouvoir is, naar het oordeel van de rechtbank, dan ook geen sprake en in wat eiser verder heeft aangevoerd ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat sprake is van een overschrijding van de beleidsvrijheid. De rechtbank concludeert dat de aanslag terecht is gehandhaafd.
[voetnoot 1: De waarde van een onroerende zaak zoals vastgesteld volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).
voetnoot 2: Zie bijvoorbeeld ook de begroting: https://repository.officiele-
overheidspublicaties.nl/extemebijlagen/exb-2023-52387Zl/bijlage/exb-2023-52387.pdf.]”

5.Beoordeling van het geschil

5.1.
Evenals bij de rechtbank wijst belanghebbende erop dat de stijging van het bedrag van de aanslag waterschapsbelasting 2024 veel hoger is dan de inflatie en verbindt hij daaraan de conclusie dat het bedrag van de aanslag verlaagd moet worden. Belanghebbende verzoekt het Hof om de gang van zaken binnen het Waterschap AGV te beoordelen en het rekenschap te laten afleggen over haar beleidsvoering. Volgens belanghebbende heeft het door het Waterschap gevoerde beleid geleid tot een onredelijke belastingheffing en maakt het Waterschap daarmee misbruik van haar bevoegdheden en van het recht. Daarnaast heeft belanghebbende verschillende (mondiale) problemen onder de aandacht gebracht en is hij het niet eens met de doelen waaraan belastinggeld – ook meer in het algemeen – besteed wordt.
5.2.
Op grond van artikel 117, lid 1, van de Waterschapswet, heeft het waterschap de bevoegdheid om watersysteemheffing te heffen. Watersysteemheffing wordt geheven van ingezetenen en van hen die het genot hebben van gebouwde onroerende zaken en dient ter bestrijding van kosten die zijn verbonden aan het beheer van watersystemen. Op grond van artikel 122d, lid 1, van de Waterschapswet, heeft het waterschap eveneens de bevoegdheid om een zuiveringsheffing in te stellen. Zuiveringsheffing wordt geheven van leden van het huishouden die een woonruimte gebruiken en dient ter bestrijding van kosten die zijn verbonden aan de behartiging van de taak inzake het zuiveren van afvalwater.
5.3.
In de artikelen 117 en 122d van de Waterschapswet zijn geen beperkingen gesteld aan de hoogte van de jaarlijkse stijging van de waterschapsbelasting. Een dergelijke beperking is evenmin inherent aan het overige belastingrecht (Hoge Raad 15 maart 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5135, ro. 3.3). In zoverre faalt dus de klacht van belanghebbende.
Wel volgt uit de in zowel artikel 117 als Pro artikel 122d Waterschapswet opgenomen zinsnede ‘ter bestrijding van kosten die zijn verbonden aan’, een andere beperking voor de watersysteemheffing en de zuiveringsheffing. De heffingen moeten namelijk bestemd zijn om de kosten van die in de artikelen 117 en 122d beschreven, respectievelijke taken te dekken en de opbrengsten mogen niet hoger zijn dan de daarmee te financieren uitgaven. Indien de aan het waterschap toegedeelde taken steeds hogere kosten met zich meebrengen en er geen reserves meer zijn om uit te putten, is het rechtmatig om ook de jaarlijkse heffing te verhogen.
5.4.
De heffingsambtenaar heeft belanghebbende gewezen op de website van het waterschap, waarop jaarplannen, -verslagen en begrotingen zijn opgenomen, waaronder – thans nog steeds – de begroting van het waterschap AGV voor het jaar 2024. [2] Belanghebbende heeft weliswaar gewezen op berichten uit de media, maar heeft daarmee onvoldoende specifiek gesteld, laat staan afdoende gemotiveerd, dat specifieke begrotingsposten of daarin opgenomen kosten door de onderhavige heffingen worden gefinancierd, terwijl die met de in 5.2 en 5.3 genoemde uitgangspunten in strijd zijn. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat de tariefstelling te hoog is. Ook zijn geen oneigenlijke heffingsdoelen naar boven gekomen. Dat het waterschap zijn bevoegdheid om belasting te heffen voor een ander doel heeft gebruikt dan waartoe die is gegeven, is met hetgeen belanghebbende naar voren heeft gebracht niet aannemelijk gemaakt.
5.5.
Belanghebbende heeft aan het waterschap een klinkende oproep gedaan tot een betere beleidsvoering. Hij heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat de aanslag waterschapsbelasting vanwege schending van algemene rechtsbeginselen of van algemene beginselen van behoorlijk bestuur onrechtmatig is of verminderd dient te worden. Het Hof sluit zich verder aan bij hetgeen de rechtbank heeft geoordeeld en maakt deze gronden tot de zijne (ro. 10 tot en met 13 van de rechtbankuitspraak).
Slotsom
5.6.
Het hoger beroep van belanghebbende is ongegrond.

6.Kosten

Het Hof ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

7.Beslissing

Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
De uitspraak is gedaan door mrs. M. Ferrier, voorzitter, R.C.H.M. Lips en J-P.R. van den Berg, leden van de belastingkamer,, in tegenwoordigheid van mr. W. de Gelder als griffier. De beslissing is op 14 april 2026 in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
(alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
de naam en het adres van de indiener;
de dagtekening;
een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
e gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.

Voetnoten

1.https://www.at5.nl/artikelen/221370/burger-voelt-chaos-bij-waterschap-in-portemonnee-belasting-met-35-procent-omhoog.
2.www.agv.nl/over-ons/begrotingen-plannen-verslagen/.