Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Bespreking verweer nietigheid dagvaarding
Vrijspraken
.Ook van samenwerking met anderen in de hier bedoelde zin is niet gebleken.
Bewijsoverweging
.
Na 8 mei 2018 zijn er geen cryptocurrencies meer aangekocht door/namens [bedrijf 5] , terwijl na die datum nog € 3.892.232 euro door inleggers is geïnvesteerd. Hierover is door [verdachte] verklaard dat het klopt dat niet het gehele geldbedrag naar de exchange is overgeheveld, en dat de reden daarvan de voorzichtige houding van banken was, waardoor het niet mogelijk was om crypto's te liquideren. Ondanks het uitblijven van investeringen in crypto's en het uitblijven van de mogelijkheid om crypto's te liquideren, heeft [verdachte] van de inleggelden wel op grote schaal privé-uitgaven gedaan. Zo is door [verdachte] een bedrag van € 648.710,- van de bankrekeningen van [bedrijf 5] overgeboekt naar zijn privérekeningen, waarvan een bedrag van € 277.995,- vervolgens contant is opgenomen.
) tevreden houden. Hoewel aan investeerders dagwinsten oplopend tot 1% zijn voorgehouden, heeft [verdachte] bekend de dagelijkse rendementsuitkeringen te hebben verzonnen. In werkelijkheid is namelijk van winst helemaal geen sprake geweest. Sterker nog, uit onderzoek door de FIOD is zelfs vastgesteld dat in de periode van februari 2018 tot en met juli 2018 een verlies van € 235.717,- is geleden.
zal de rechtbank zich beperken tot de vraag of [verdachte] gebruik heeft gemaakt van listige kunstgrepen en/of een samenweefsel van verdichtsels.
“Ineens had ik de beschikking over grote bedragen. Ik wilde dat uitgeven aan luxe goederen.”)
bewogen. Een en ander brengt mee dat niet snel tot een bewezenverklaring van de oplichting van alle 140 inleggers zal kunnen worden gekomen op basis van een algemene tenlastelegging. Dit kan slechts anders zijn als van één of meer in die tenlastelegging opgenomen bewezenverklaarde oplichtingsmiddelen (al dan niet in onderling verband beschouwd) zonder aarzeling kan worden aangenomen dat a) alle inleggers daarvan kennis hebben genomen en b) dat het niet anders kan dan dat zij zich daardoor ook allen hebben laten leiden aangezien zij de kern van de overeenkomsten omvatten.
Deze handelingen zijn naar het oordeel van de rechtbank gericht op het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het geld. Gelet op voornoemde is de rechtbank van oordeel dat [verdachte] de gelden die vanaf de rekeningen van [bedrijf 5] zijn overgeschreven naar de privérekeningen van [verdachte] , heeft overgedragen en (gedeeltelijk) heeft omgezet en dat dit kan worden gekwalificeerd als witwassen.
in Amsterdam en een verblijf in het [hotel]. Het doen van deze uitgaven kan worden gekwalificeerd als witwassen door het omzetten en gebruik maken van uit misdrijf verkregen geld. In deze situatie is de kwalificatie-uitsluitingsgrond niet aan de orde.
per tradehanteerde en niet een winstverdeling gebaseerd op de totaalbalans (rapport Melkweg 2025, p. 6). Door naar de totale winst of het totale verlies per account te kijken en die op te tellen en vervolgens tussen [bedrijf 5] en de beleggers te verdelen, wordt naar de opvatting van de verdachte geen recht gedaan aan het feit dat [bedrijf 5] recht had op de helft van de winst
per tradeen niet op de helft van de eventueel aan het einde van de dag gemaakte
totale winst van alle tradesvan die dag.
Ad 4. het voordoen alsof met de handel in crypto (dagelijkse) winst werd gegenereerd.Hetzelfde geldt voor de mededelingen van de verdachte zelf ter terechtzitting in eerste aanleg: “
Het klopt dat ik uitkeringen heb gedaan die niet reëel zijn geweest.” en “
Indien ik elke dag cryptovaluta had kunnen kopen en verkopen, had ik geen rendement hoeven spiegelen of geld van investeerders hoeven uitgeven.” Om deze redenen passeert het hof dit nadere standpunt.
“we waren nog steeds op zoek naar strategieën waardoor wijwinstgevend zouden kunnenworden” (V03-05, p. 9) en geconfronteerd met het door de FIOD berekende verlies van $ 274.987,00 “
Ja…ehm…dat wij nogop zoek warennaar een goede strategie”. [.]
Bewezenverklaring
al dan niet h.o.d.n. [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] , op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 januari 2018 tot en met 26 juli 2018 in Nederland,
in de periode van 1 januari 2018 tot en met 26 juli 2018, in elk geval in Nederland en in Duitsland, opzettelijk
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straffen
Vorderingen van de benadeelde partijen
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
15 (vijftien) maanden.