ECLI:NL:GHAMS:2025:367
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens intrekking bezwaren
In deze strafzaak heeft verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 27 augustus 2024. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 28 januari 2025 heeft het hof kennisgenomen van een e-mail van de raadsvrouw van verdachte waarin werd aangegeven dat verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven. Dit betekent dat verdachte zijn eerder opgegeven bezwaren heeft ingetrokken.
Het hof heeft vervolgens overwogen dat er geen rechtens te respecteren belang bestaat bij verdere behandeling van het hoger beroep. Op grond hiervan heeft het hof de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep, conform artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De beslissing is genomen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, bestaande uit de rechters A.M.P. Geelhoed, C.J. van der Wilt en H.A. Stalenhoef. De voorzitter kon het arrest niet medeondertekenen.
Hiermee is het hoger beroep gestrand en blijft het vonnis van de politierechter ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van zijn bezwaren.