In hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam heeft het gerechtshof Amsterdam op 11 februari 2025 een tussenarrest gewezen. Tijdens de terechtzitting van 28 januari 2025 bleek dat het onderzoek niet volledig was, omdat de verdediging voorwaardelijke verzoeken had gedaan om vijf getuigen te horen die belastende verklaringen tegen de verdachte hadden afgelegd.
Het hof overwoog dat de verdediging in staat moet worden gesteld deze getuigen te ondervragen om hun verklaringen te kunnen toetsen. Hoewel er een eerdere indicatie was dat de verdediging mogelijk afstand zou doen van het recht op verhoor van deze getuigen, was daarvan geen expliciete afstand genomen. Daarom oordeelde het hof dat het toewijzen van de verzoeken geen schending van de procesorde oplevert.
Het hof besloot het onderzoek te heropenen, te schorsen en de hervatting van het onderzoek te gelasten op een nader te bepalen zitting. Tevens werd de zaak verwezen naar de vaste raadsheer-commissaris voor het horen van de genoemde getuigen. De zitting voor de inhoudelijke behandeling zal plaatsvinden na de verhoren bij de raadsheer-commissaris.