Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Het geding in hoger beroep
3.Feiten
4.Beoordeling
(…)
€ 1.214,00(tarief II, 1 punt)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
Deze zaak betreft hoger beroep van Dexia Nederland B.V. tegen een vonnis van de kantonrechter Amsterdam over effectenleaseovereenkomsten die door de echtgenote van de afnemer zijn vernietigd op grond van artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. De kernvraag is of Leaseproces bevoegd was om namens de echtgenote de verjaring van haar vordering uit onverschuldigde betaling te stuiten.
De feiten zijn niet in geschil: de effectenleaseovereenkomsten zijn op 5 januari 2006 buitengerechtelijk vernietigd door de echtgenote. Dexia betwistte dat de verjaring tijdig was gestuit, met name omdat zij de volmacht van Leaseproces om namens de echtgenote op te treden betwistte. Het hof oordeelt echter dat Dexia niet tijdig om bewijs van volmacht heeft gevraagd na ontvangst van de stuitingsbrief van 24 januari 2012, zodat het beroep op artikel 3:71 BW Pro faalt.
Het hof bevestigt dat de verjaring van de vordering uit onverschuldigde betaling tijdig is gestuit en dat Dexia gehouden is tot terugbetaling van de betaalde bedragen. Het vonnis van de kantonrechter wordt bekrachtigd en Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en oordeelt dat de verjaring tijdig is gestuit, waardoor Dexia gehouden is tot terugbetaling.