Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
- de kwalificaties;
- de strafoplegging en de motivering daarvan;
- de beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen en de opgelegde schadevergoedingsmaatregelen; en
- de beslissingen omtrent het beslag
- de overwegingen van de rechtbank onder “4.4 Het oordeel van de rechtbank” die betrekking hebben op het onderzoek door de rechtspsycholoog naar de verklaringen van respectievelijk [benadeelde 2] (Zaak A feit 1 t/m 3) en [benadeelde 3] (Zaak A feit 4) verplaatst naar de overwegingen die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van hun verklaringen. Dat betekent dat de overweging van de rechtbank op pagina 4, laatste alinea, wordt verplaatst naar pagina 3, onder de tweede alinea, en de overweging op pagina 6, derde alinea, wordt verplaatst naar pagina 5, onder de vijfde alinea. Ten aanzien van [benadeelde 1] (zaak B) wijzigt het hof de eerste zin van de derde alinea op pagina 9 in de volgende: “De rechtbank acht de verklaring van [benadeelde 1] betrouwbaar mede gelet op de bevindingen van de rechtspsycholoog over de betrouwbaarheid van de verklaringen van [benadeelde 1] .”;
- de overweging van de rechtbank op pagina 5, vierde alinea, die aanvangt met “Dat niet voor alle onderdelen” en eindigt met “verklaring van [benadeelde 2] ”, schrapt;
- aanvullende overwegingen opneemt over de betrouwbaarheid van de slachtoffers en over het schakelbewijs; en
- de toepasselijke wettelijke voorschriften aanvult met de artikelen 36b, 36c en 38v van het Wetboek van Strafrecht (verder: Sr).
Bewijsoverwegingen
Kwalificatie van de bewezenverklaarde feiten
zaak A onder 1 en 5tenlastegelegde:
zaak A onder 2tenlastegelegde:
zaak A onder 3 en 4tenlastegelegde:
zaak Btenlastegelegde:
zaak Ctenlastegelegde:
Oplegging van straffen en maatregelen
Beslag
Vorderingen van de benadeelde partijen
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
- de aard, de ernst, de duur en de verwijtbaarheid van het onrechtmatige handelen van de verdachte, alsmede de ernst van de inbreuk die daarmee op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij is gemaakt;
- het feit dat het seksueel misbruik, dat mede bestond uit het seksueel binnendringen, op zeer jonge leeftijd een aanvang nam;
- het familieverband waarbinnen het seksueel misbruik plaatsvond;
- de nadelige gevolgen die het handelen van de verdachte heeft (gehad) op het dagelijkse leven van de benadeelde partij, waarvan blijkt uit de indringende slachtofferverklaring in hoger beroep;
- de Rotterdamse schaal, deel B, ((Geobjectiveerd) geestelijk letsel) Hoofdstuk 14.2 Posttraumatische stressstoornis, categorie ernstig en
- de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters wordt opgelegd.
Vordering van de benadeelde partij [vertegenwoordiger 1]
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 5]
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur
van 7 (zeven) jaren en 3 (drie) maanden.
onttrokken aan het verkeer:
teruggave aan rechthebbendevan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
teruggave aan verdachtevan het in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp, te weten:
€ 40.000,00 (veertigduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 40.000,00 (veertigduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
160 (honderdzestig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 5.654,82 (vijfduizend zeshonderdvierenvijftig euro en tweeëntachtig cent) bestaande uit € 654,82 (zeshonderdvierenvijftig euro en tweeëntachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade,vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.654,82 (vijfduizend zeshonderdvierenvijftig euro en tweeëntachtig cent) bestaande uit € 654,82 (zeshonderdvierenvijftig euro en tweeëntachtig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
22 (tweeëntwintig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 10.000,00 (tienduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
40 (veertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 20.000,00 (twintigduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
80 (tachtig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 2.500,00 (tweeduizend vijfhonderd euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
10 (tien) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
€ 12.000,00 (twaalfduizend euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 12.000,00 (twaalfduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
48 (achtenveertig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.