ECLI:NL:GHAMS:2025:3208

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
1 december 2025
Publicatiedatum
1 december 2025
Zaaknummer
23-000435-25
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake opzettelijk vervoeren van hennep met betrekking tot strafoplegging en vordering tenuitvoerlegging

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 1 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen een vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam. De verdachte, geboren in 1994, was aangeklaagd voor het opzettelijk vervoeren van een hoeveelheid hennep, namelijk 111,71 gram. Het hof heeft het verweer van de raadsman verworpen dat het ontbreken van een indicatieve test zou betekenen dat niet buiten redelijke twijfel vastgesteld kan worden dat de aangetroffen stof hennep betreft. Het hof heeft de bewijsoverwegingen van de politierechter overgenomen en aangevuld. De verdachte was eerder onherroepelijk veroordeeld voor een Opiumwet delict, wat van invloed was op de strafoplegging. De politierechter had een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken opgelegd, maar het hof heeft besloten om deze straf te bevestigen, met uitzondering van de bijzondere voorwaarden die aan de straf waren verbonden. Het hof heeft de persoonlijke omstandigheden van de verdachte in overweging genomen, waaronder zijn positieve ontwikkeling en werk als bezorger. De vordering van het openbaar ministerie tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde taakstraf is gedeeltelijk toegewezen. Het hof heeft de vordering tenuitvoerlegging voor de taakstraf van 30 uur, subsidiair 15 dagen hechtenis, toegewezen, maar de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde hechtenis van vier weken is afgewezen. Het arrest is uitgesproken in een openbare zitting en is ondertekend door de rechters, met uitzondering van twee rechters die buiten staat waren om te ondertekenen.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000435-25
datum uitspraak: 1 december 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 11 februari 2025 in de strafzaak onder de parketnummers 13-356488-24 en 15-275347-22 (TUL) tegen:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,
adres: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
17 november 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging en ten aanzien van de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof:
- de bewezenverklaring verbeterd leest zoals hierna te melden;
- de bewijsoverweging van de politierechter op pagina 5 van het vonnis aanvult met de navolgende bewijsoverweging.

Verbeterde lezing bewezenverklaring

Het hof zal de bewezenverklaring verbeterd lezen, in die zin dat:
verdachte op 8 november 2024 te Amsterdam opzettelijk heeft vervoerd een hoeveelheid van ongeveer 111,71 gram zijnde hennep

Aanvullende bewijsoverweging

De raadsman heeft zich in hoger beroep weer op het standpunt gesteld dat door het ontbreken van een indicatieve test niet buiten redelijke twijfel vast te stellen is dat de aangetroffen stof hennep betreft.
Het hof verwerpt het verweer van de raadsman en neemt daartoe allereerst over hetgeen de politierechter in eerste aanleg (op pagina 5 van het vonnis onder het kopje “De bewijsoverweging”) heeft overwogen. In aanvulling daarop verwijst het hof naar het arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1076. Daaruit volgt dat de veronderstelling dat een veroordeling ter zake van het opzettelijk vervoeren van hennep slechts mogelijk is in geval een test is gedaan op basis waarvan is vastgesteld dat er daadwerkelijk sprake is van hennep, geen steun vindt in het recht.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren en met daaraan verbonden enkele bijzondere voorwaarden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken met een proeftijd van twee jaren, zonder de bijzondere voorwaarden.
De raadsman heeft het hof primair verzocht om de verdachte vrij te spreken, subsidiair om de eis van de advocaat-generaal te volgen. De raadsman acht het niet noodzakelijk om de opgelegde bijzondere voorwaarden over te nemen, gelet op de positieve ontwikkeling van de verdachte.
Oordeel van het hof.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervoeren van 111,71 gram hennep. Het gebruik van hennep heeft grote schadelijke gevolgen voor de volksgezondheid.
Uit het strafblad van de verdachte blijkt dat hij eerder onherroepelijk veroordeeld is voor een Opiumwet delict. Na dit feit is de verdachte nog een keer onherroepelijk veroordeeld voor een ander feit, zodat het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
Het hof ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals deze door de verdediging ter terechtzitting in hoger beroep naar voren zijn gebracht, aanleiding om af te wijken van de door de politierechter opgelegde straf. De verdachte heeft zijn leven een positieve wending gegeven en werkt sinds december 2024 voor 40 uur per week als bezorger bij [bedrijf] . Het hof weegt in het voordeel van de verdachte mee dat hij sinds het bewezenverklaarde feit niet meer in aanraking is gekomen met politie en justitie. Gelet op de nog prille, positieve ontwikkeling die de verdachte lijkt door te maken ziet het hof op dit moment geen aanleiding (meer) voor het stellen van bijzondere voorwaarden aan een voorwaardelijk op te leggen straf(deel).
Het hof acht, alles afwegende, een voorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht.
Vordering tenuitvoerlegging
Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 september 2023 opgelegde voorwaardelijke taakstraf voor de duur van 30 uur subsidiair 15 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren en een hechtenis voor de duur van vier weken met een proeftijd van twee jaren.
Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Het hof stelt allereerst vast dat de politierechter geen beslissing heeft genomen over de gevorderde tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde hechtenis voor de duur van vier weken.
De advocaat-generaal heeft verzocht de vordering tenuitvoerlegging slechts gedeeltelijk toe te wijzen en alleen voor wat betreft de taakstraf van 30 uur subsidiair 15 dagen hechtenis, en het overige af te wijzen.
De raadsman heeft verzocht om de eis van de advocaat-generaal te volgen.
Gebleken is dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast. Het hof ziet aanleiding om dat slechts voor een gedeelte van die straf te doen. Het hof zal de vordering tenuitvoerlegging toewijzen voor wat betreft de taakstraf van 30 uur subsidiair 15 dagen hechtenis, en voor het overige afwijzen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en de beslissing op de vordering tenuitvoerlegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
2 (twee) weken.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 september 2023, gewezen onder parketnummer 15-275347-22, te weten: een
taakstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren, subsidiair
15 (vijftien) dagen hechtenis.
Wijst afde vordering tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 september 2023, gewezen onder parketnummer 15-275347-22, voorwaardelijk opgelegde hechtenis voor de duur van vier weken.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M. Iedema, mr. J.W.H.G. Loyson en mr. A.W.T. Klappe, en in tegenwoordigheid van mr. L.M. Steur, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 1 december 2025.
Mrs. M. Iedema en A.W.T Klappe zijn buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.
=========================================================================
[…]