Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2025:2965

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
19 september 2025
Publicatiedatum
3 november 2025
Zaaknummer
23-000678-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 423 SvArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Terugwijzing wegens nietigheid onderzoek ter terechtzitting door ontbreken juiste dagvaarding

In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2019. De verdachte werd verdacht van witwassen van een aanzienlijk geldbedrag en goederen, waaronder contant geld, een jacht en een horloge.

Tijdens het hoger beroep heeft het hof vastgesteld dat de verdachte en zijn raadsman niet aanwezig waren bij de terechtzitting in eerste aanleg op 4 juli 2019. De dagvaarding was niet op de juiste wijze aan de verdachte betekend, aangezien deze niet op het door hem opgegeven adres in Duitsland was verzonden, maar alleen aan de griffier was betekend. Hierdoor had de rechtbank het onderzoek moeten schorsen om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn.

Dit procesverzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en het vonnis van de rechtbank. Het hof vernietigt daarom het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam om opnieuw te worden behandeld met inachtneming van dit arrest.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 19 september 2025.

Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de zaak terug voor nieuwe behandeling wegens nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000678-23
datum uitspraak: 19 september 2025
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 18 juli 2019 in de strafzaak onder parketnummer 13-845239-17 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1963,
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,
adres verdachte in het buitenland: [adres] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 19 september 2025 en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Namens de verdachte is hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:
Primair
hij (als bestuurder van [bedrijf] BV en/of [stichting] ) in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 7 maart 2018, te Amsterdam en/of Purmerend en/of Alkmaar, in elk geval in Nederland en/of Altea (Spanje), in elk geval in Spanje, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, althans zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), (telkens) (van) een voorwerp, te weten
- een (contant) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 1.387.770, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp, bestaande uit:
- een (contant) geldbedrag van 574.585,00, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 1] ten name van [verdachte] ) en/of
- een (contant) geldbedrag van 384.240,00, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 2] op naam van [bedrijf] BV) en/of
- een (contant) geldbedrag van 105.870, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 2] op naam van [bedrijf] BV) en/of
- een (contant) geldbedrag van 298.950, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 3] op naam van [stichting] ) en/of
- een (contant) geldbedrag van 21.975, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 3] op naam van [stichting] ) en/of
- een jacht (te weten Fairline Targa 52, naam [naam] (Primero), HIN code/rompnummer: [nummer 1] ), in elk geval enig voorwerp en/of
- een horloge van het merk Breitling, type Transocean Edition Limitee [nummer 2] , in elk geval enig voorwerp en/of
- een (contant) geldbedrag van 1.025,00, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp
de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat geldbedrag(en) en/of goed(eren) was/waren of het voorhanden heeft/hebben gehad
en/of
bovenomschreven geldbedrag(en) en/of goed(eren) heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of omgezet en/of van die/dat geldbedrag(en) en/of goed(eren) gebruik heeft/hebben gemaakt,
terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dan wel redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en)en/of goed(eren) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
subsidiair
een of meer onbekend gebleven personen in of omstreeks de periode van 1 januari 2016 tot en met 7 maart 2018, te Amsterdam en/of Purmerend en/of Alkmaar, in elk geval in Nederland en/of Altea (Spanje), in elk geval in Spanje, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft/hebben gemaakt, althans zich schuldig heeft/hebben gemaakt aan witwassen, immers heeft/hebben zij, verdachte(n), (telkens) (van) een voorwerp, te weten
- een (contant) geldbedrag(en) van (in totaal) (ongeveer) 1.387.770, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp, bestaande uit:
- een (contant) geldbedrag van 574.585,00, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 1] ten name van [verdachte] ) en/of
- een (contant) geldbedrag van 384.240,00, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 2] op naam van [bedrijf] BV) en/of
- een (contant) geldbedrag van 105.870, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 2] op naam van [bedrijf] BV) en/of
- een (contant) geldbedrag van 298.950, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 3] op naam van [stichting] ) en/of
- een (contant) geldbedrag van 21.975, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp (gestort op rekeningnummer [iban 3] op naam van [stichting] ) en/of
- een jacht (te weten Fairline Targa 52, naam [naam] (Primero), HIN code/rompnummer: [nummer 1] ), in elk geval enig voorwerp en/of
- een horloge van het merk Breitling, type Transocean Edition Limitee [nummer 2] , in elk geval enig voorwerp en/of
- een (contant) geldbedrag van 1.025,00, in elk geval enig geldbedrag en/of voorwerp,
de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, althans heeft/hebben verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op die/dat geldbedrag(en) en/of goed(eren) was/waren of het voorhanden heeft/hebben gehad
en/of
bovenomschreven geldbedrag(en) en/of goed(eren) heeft/hebben verworven en/of voorhanden heeft/hebben gehad en/of heeft/hebben overgedragen en/of omgezet en/of van die/dat geldbedrag(en) en/of goed(eren) gebruik heeft/hebben gemaakt,
terwijl hij en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dan wel redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat bovenomschreven geldbedrag(en)en/of goed(eren) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks voornoemde periode te Amsterdam en/of Purmerend en/of Alkmaar, in elk geval in Nederland en/of Altea (Spanje), in elk geval in Spanje, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door de bankrekening(en) van de bedrijven [bedrijf] BV en/of [stichting] , ter beschikking te stellen voor het storten en/of overboeken van voornoemde van misdrijf afkomstige geldbedragen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Terugwijzing naar de rechtbank

De advocaat-generaal en de raadsman hebben zich op het standpunt gesteld dat de zaak dient te worden teruggewezen naar de rechtbank omdat de verdachte voor de terechtzitting in eerste aanleg niet op de door de wet voorgeschreven wijze is gedagvaard.
Het hof overweegt als volgt.
Artikel 423, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv) bepaalt dat indien de hoofdzaak niet door de rechtbank is beslist en het onderzoek daarvan gevolg moet zijn van de vernietiging van het vonnis, het gerechtshof de zaak zelf afdoet, tenzij terugwijzing naar dezelfde rechtbank door de advocaat-generaal of de verdachte ter terechtzitting is verlangd. Terugwijzing vindt ook zonder uitdrukkelijk gebleken verlangen van de verdachte plaats indien de verdachte niet ter terechtzitting aanwezig is en de dagvaarding om op de zitting in hoger beroep te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte niet in persoon is gedaan of betekend en zich geen andere omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was.
Volgens de letter van de wet is het bepaalde in artikel 423, tweede lid, Sv niet van toepassing als de rechtbank ten onrechte wél aan de hoofdzaak is toegekomen.
In sommige gevallen kan echter het in artikel 423, tweede lid, Sv besloten liggende beginsel dat een verdachte in aan hoger beroep onderworpen zaken aanspraak heeft op berechting in twee feitelijke instanties, in afwijking van de hiervoor bedoelde hoofdregel, met zich brengen dat na vernietiging van het vonnis in eerste aanleg, de zaak wordt teruggewezen naar de eerste rechter.
Naast de in artikel 423, tweede lid, Sv geregelde gevallen is van een geval als hiervoor bedoeld onder meer sprake wanneer de rechter ter terechtzitting in eerste aanleg aan de behandeling ten gronde niet had mogen toekomen.
Van de situatie dat de rechter in eerste aanleg niet aan de inhoudelijke behandeling (in de bewoordingen van die jurisprudentie: ‘de behandeling ten gronde’) had mogen toekomen is sprake “indien zich een zodanig gebrek heeft voorgedaan in de samenstelling van het gerecht in eerste aanleg dat de behandeling van de zaak niet heeft plaatsgevonden door een onpartijdige rechterlijke instantie als bedoeld in art. 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, alsmede wanneer de rechter ter terechtzitting aan de inhoudelijke behandeling niet had mogen toekomen omdat een van de overige personen die een kernrol vervullen bij het onderzoek ter terechtzitting aldaar niet is verschenen, terwijl deze persoon niet op de bij de wet voorgeschreven wijze op de hoogte is gebracht van de dag van de terechtzitting en zich evenmin een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat die dag hem tevoren bekend was. Tot zodanige personen dienen, naast de vertegenwoordiger van het openbaar ministerie, slechts de verdachte en diens raadsman te worden gerekend (HR 7 mei 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0442).
Deze zaak is op 4 juli 2019 ter terechtzitting in eerste aanleg behandeld. De verdachte en zijn raadsman waren daarbij niet aanwezig. De rechtbank heeft vervolgens op 18 juli 2019 bij verstek vonnis gewezen en de verdachte veroordeeld. Het hof stelt vast dat de dagvaarding voor die zitting van 4 juli 2019 op 30 april 2019 aan de griffier is betekend, omdat van de verdachte geen woon- of verblijfplaats bekend was. De verdachte heeft evenwel bij zijn politieverhoor op 29 augustus 2018 als adres opgegeven: [adres]
(het hof begrijpt: [adres] )[adres] . Uit het dossier blijkt niet dat een afschrift van de dagvaarding naar dit door de verdachte opgegeven adres in Duitsland is verstuurd. Gelet hierop had de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting behoren te schorsen, teneinde de verdachte in de gelegenheid te stellen alsnog bij het onderzoek op de (nadere) terechtzitting aanwezig te zijn. Dit verzuim leidt tot nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg en de naar aanleiding daarvan gegeven uitspraak.
Gelet op het bepaalde in artikel 423, tweede lid, Sv alsmede hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof het vonnis van de rechtbank vernietigen en de zaak terugwijzen naar de rechtbank om de zaak daar met inachtneming van dit arrest opnieuw te beslechten.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam, teneinde met inachtneming van dit arrest recht te doen.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. A.P.M. van Rijn, mr. M. Senden en mr. B.E. Dijkers, in tegenwoordigheid van mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 19 september 2025.