ECLI:NL:GHAMS:2025:2659
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot faillissement afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid in aandeelhoudersconflict
In deze civiele zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun verzoek tot faillietverklaring van Keyser Bouw door de rechtbank Amsterdam. Appellanten baseren hun verzoek op twee vorderingen die bij vonnis aan hen zijn toegewezen. Het hof heeft vastgesteld dat Keyser Bouw sinds enkele jaren geen activiteiten meer verricht en geen inkomsten genereert, en dat er sprake is van een opeisbare vordering van meerdere schuldeisers, waaronder de Belastingdienst.
Het geschil draait om een conflict tussen twee aandeelhouders, waarbij de ene aandeelhouder een curator wil inschakelen om het handelen van de andere bestuurder te onderzoeken en aansprakelijk te stellen. Het hof oordeelt dat de faillissementsprocedure niet bedoeld is voor het beslechten van dergelijke interne conflicten en dat er onvoldoende vermogen is om te liquideren. Bovendien is het aannemelijk dat een curator niet over voldoende middelen zal beschikken om de faillissementskosten te dekken.
Het hof overweegt dat het verzoek een misbruik van bevoegdheid inhoudt, omdat het belang van appellanten bij het faillissement niet in verhouding staat tot het belang van een curator die verschoond moet blijven van onnodige kosten. Het verzoek wordt dan ook in hoger beroep afgewezen en de bestreden beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. Appellanten worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring van Keyser Bouw wordt afgewezen wegens misbruik van bevoegdheid.