ECLI:NL:GHAMS:2024:419
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Opzegging creditcard-overeenkomst wegens weigering tot identificatie bevestigd
In deze zaak heeft [appellante] een creditcard-overeenkomst met ICS gesloten in 2008. Medio 2020 verzocht ICS haar meerdere malen om zich online te identificeren, conform wettelijke verplichtingen uit de Wwft en andere regelgeving. [Appellante] weigerde dit, waarop ICS de creditcard blokkeerde en de overeenkomst opzegde.
De kantonrechter wees de vorderingen van [appellante] grotendeels af, waarna zij in hoger beroep ging. Het hof bevestigde dat ICS de overeenkomst mocht opzeggen omdat [appellante] niet meewerkte aan de noodzakelijke identificatie. De algemene voorwaarden van ICS maken geen deel uit van de overeenkomst, maar de opzegging is geoorloofd op grond van redelijkheid en billijkheid.
Het hof oordeelde dat ICS haar zorgplichten niet heeft geschonden en dat de verwerking van persoonsgegevens, waaronder het BSN, rechtmatig was. De vorderingen tot herstel van de overeenkomst, verklaringen voor recht en schadevergoedingen werden afgewezen. Ook de stelling dat ICS onrechtmatig had gehandeld door [appellante] bij het BKR aan te melden, werd verworpen wegens gebrek aan bewijs.
Ten slotte werd [appellante] veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. Het arrest werd gewezen door het gerechtshof Amsterdam op 5 maart 2024.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst alle vorderingen van [appellante] af.