De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Nijmegen en Evergreen GGZ over de gunning van een aanbesteding voor specialistische geestelijke gezondheidszorg (ggz) in het kader van de jeugdzorg. Evergreen had zich ingeschreven en verwees als bewijs van ervaring naar een contractrelatie met het Regionaal Ondersteuningsbureau Nijmegen (ROB Nijmegen). De aanbestedende dienst stelde dat Evergreen niet voldeed aan de ervaringseis omdat er geen contractrelatie was voor specialistische ggz.
De voorzieningenrechter wees de vorderingen van Evergreen af, maar het hof vernietigde dit oordeel en gaf Evergreen alsnog gelijk. Het hof nam mee dat Evergreen in de relevante periode vijf specialistische ggz-behandelingen had verricht, ook al waren sommige contracten later ingetrokken wegens fouten van gemeenten. Het hof oordeelde dat deze behandelingen toch als ervaring mochten meetellen.
De Hoge Raad oordeelt echter dat het hof onbegrijpelijk heeft geoordeeld door behandelingen zonder contractrelatie toch als ervaring mee te rekenen, terwijl de aanbestedingsstukken juist een contractuele referentieopdracht vereisten. Daarnaast heeft het hof het recht op hoor en wederhoor geschonden door een stuk (productie 17) tijdens de comparitie te bespreken zonder de Gemeente in de gelegenheid te stellen hierop te reageren.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem-Leeuwarden en verwijst de zaak naar het hof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelt de Hoge Raad Evergreen in de kosten van het cassatiegeding.