ECLI:NL:GHAMS:2024:414

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 februari 2024
Publicatiedatum
27 februari 2024
Zaaknummer
200.297.692/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging verklaring erfdienstbaarheid parkeren en bekrachtiging overige beslissingen

In deze civiele zaak stond de vraag centraal of er een erfdienstbaarheid van parkeren was ontstaan ten behoeve van het perceel [perceel 1] en ten laste van het perceel [perceel 3]. In een eerder tussenarrest was bepaald dat het hof het bestreden vonnis zou bekrachtigen voor de erfdienstbaarheid van uitweg en het verbod op cameragebruik, maar de parkeerrechtvordering werd nader onderzocht.

Na het tussenarrest hebben geïntimeerden hun vordering tot verklaring voor recht van een erfdienstbaarheid van parkeren ingetrokken. Hierdoor vernietigde het hof het bestreden vonnis voor zover het die erfdienstbaarheid toekende. Voor het overige werd het vonnis bekrachtigd, waaronder de verklaring voor recht van een erfdienstbaarheid van uitweg en het verbod op cameragebruik.

Appellanten werden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep. De uitspraak bevestigt dat het parkeerrecht niet is ontstaan door verjaring en dat het overige vonnis standhoudt, waarmee de belangen van partijen deels worden toegewezen en deels afgewezen.

Uitkomst: Het hof vernietigde de verklaring voor recht van erfdienstbaarheid parkeren, bekrachtigde het overige vonnis en veroordeelde appellanten in de kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I
zaaknummer : 200.297.692/01
zaaknummer rechtbank Noord-Holland : C/15/303705/HA ZA 20-364
arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 27 februari 2024
inzake
[appellante 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
[appellante 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
appellanten,
advocaat: mr. T.A.M. Drubbel LLM. te Lelystad,
tegen
[geïntimeerde 1] ,
wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,
wonende te [woonplaats] ,
geïntimeerden,
advocaat: mr. P.F.P. Nabben te Haarlem.
Partijen worden hierna [appellanten] en [geïntimeerden] genoemd.

1.Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1.
Het hof heeft in deze zaak op 20 juni 2023 een tussenarrest (hierna: het tussenarrest) gewezen, waarbij [geïntimeerden] zijn toegelaten te bewijzen dat door verjaring een erfdienstbaarheid van parkeren voor de garage van het perceel [perceel 1] is ontstaan, ten behoeve van het perceel [perceel 1] en ten laste van het perceel [perceel 3]. Voor het verloop van het geding tot die datum wordt naar het tussenarrest verwezen.
1.2.
Nadien hebben [geïntimeerden] een akte na tussenarrest met producties ingediend. [appellanten] hebben verzocht tegenbewijs te mogen leveren door het horen van getuigen. [geïntimeerden] hebben vervolgens aan het hof meegedeeld dat zij afzien van het parkeerrecht. Zij hebben aldus hun eis verminderd in de zin dat zij de gevorderde verklaring voor recht dat een erfdienstbaarheid van parkeren voor de garage van het perceel [perceel 1] is ontstaan, ten behoeve van het perceel [perceel 1] en ten laste van het perceel [perceel 3], hebben ingetrokken. Verder hebben zij eindarrest gevraagd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het tussenarrest is geoordeeld dat in het eindarrest het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd voor wat betreft de toegewezen verklaring voor recht dat een erfdienstbaarheid van uitweg bestaat ten behoeve van het perceel [perceel 1] en ten laste van het perceel [perceel 3] om van en naar het perceel Haemstedeplein te gaan vanaf de garage en de tuinpoort, het toegewezen verbod om camera’s zo af te stellen dat daarop is te zien wie gebruik maakt van de garage van [geïntimeerden] op het perceel [perceel 1] en de afwijzing van de vorderingen in reconventie. Iedere verdere beslissing is aangehouden.
2.2.
Aangezien de vordering strekkende tot een verklaring voor recht dat ten behoeve van het perceel [perceel 1] en ten laste van het perceel [perceel 3] een erfdienstbaarheid bestaat inhoudende het recht van [geïntimeerden] om hun auto voor de garage te parkeren, is ingetrokken, zal het hof het bestreden vonnis vernietigen voor zover die vordering is toegewezen. Voor het overige zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Grief 3, die zich richt tegen de proceskostenveroordeling in eerste aanleg in conventie faalt dan ook. [appellanten] zullen als grotendeels in het ongelijk gestelde partij ook worden veroordeeld in de kosten van het geding in hoger beroep.

3.Beslissing

Het hof:
- vernietigt het bestreden vonnis voor zover daarbij voor recht is verklaard dat ten behoeve van het perceel [perceel 1] en ten laste van het perceel [perceel 3] een erfdienstbaarheid bestaat inhoudende het recht van [geïntimeerden] om hun auto voor de garage te parkeren;
- bekrachtigt het bestreden vonnis voor het overige;
- veroordeelt [appellanten] in de kosten van het geding in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van [geïntimeerden] begroot op € 338,- aan verschotten en € 3.642,- voor salaris;
-verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mr. E.K. Veldhuijzen van Zanten, mr. J.C. Toorman en mr. J.E. van der Werff en door de rolraadsheer in het openbaar uitgesproken op 27 februari 2024.