ECLI:NL:GHAMS:2024:2632

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
30 augustus 2024
Publicatiedatum
17 september 2024
Zaaknummer
23-001603-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 378a Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs betrokkenheid bij verkeersongeval en verlaten plaats ongeval

In hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken. De verdachte werd verdacht van het veroorzaken van een verkeersongeval en het verlaten van de plaats van het ongeval, waarbij een ander letsel en/of schade had opgelopen.

Het hof oordeelde dat niet buiten redelijke twijfel kon worden vastgesteld dat de verdachte de bestuurder was van de bestelbus die de schade aan het voertuig had veroorzaakt. Evenmin kon worden vastgesteld dat de verdachte op andere rechtens relevante wijze bij het ongeval betrokken was geweest.

De advocaat-generaal had een geheel voorwaardelijke geldboete van 500 euro met een proeftijd van twee jaar gevorderd, maar het hof volgde dit niet vanwege het ontbreken van overtuigend bewijs. Het hof sprak de verdachte vrij en vernietigde het vonnis van de politierechter.

De uitspraak werd gedaan na een openbare terechtzitting op 30 augustus 2024 door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van betrokkenheid bij het verkeersongeval en het verlaten van de plaats van het ongeval.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001603-23
datum uitspraak: 30 augustus 2024
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 10 juli 2020 in de strafzaak onder parketnummer 13-024670-19 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1992,
adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 16 augustus 2024.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijziging is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
hij
in of omstreeks de periode van 25 augustus 2018 tot en met 29 augustus 2018te Amsterdam, in elk geval in Nederland, als degene door wiens gedraging een verkeersongeval was veroorzaakt, welke gedraging hij al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig had verricht en welk verkeersongeval had plaatsgevonden op de Kabelweg de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer]) letsel en/of schade was toegebracht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat daarvan slechts aantekening is gedaan ingevolge artikel 378a van het Wetboek van Strafvordering.

Vordering van het openbaar ministerie

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke geldboete van 500 euro, met een proeftijd van twee jaren.

Vrijspraak

Het hof overweegt dat niet buiten redelijke twijfel antwoord kan worden gegeven op de vraag of de verdachte de bestuurder van de bestelbus is geweest die destijds de schade heeft veroorzaakt aan het geparkeerde voertuig. Evenmin kan het hof vaststellen dat de verdachte op andere rechtens relevante wijze hierbij betrokken is geweest.
Op grond hiervan zal het hof de verdachte van het tenlastegelegde vrijspreken, omdat het hof op basis van het onderzoek ter terechtzitting en de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging heeft bekomen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. B.A.A. Postma, mr. M.J.A. Duker en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. M.S. Fritsche, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 30 augustus 2024.