ECLI:NL:GHAMS:2024:1304
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen afwijzing herroeping vonnis
Appellant heeft bij dagvaarding hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de kantonrechter waarin zijn vordering tot herroeping van een eerder vonnis werd afgewezen. Het verzoek tot herroeping betrof een verzet tegen een verstekvonnis. Het hof heeft overwogen dat de beslissing over de heropening van het geding niet vatbaar is voor hoger beroep op grond van artikel 388 lid 2 Rv Pro.
Appellant betoogde ontvankelijk te zijn op basis van doorbrekingsgronden, maar het hof verwierp dit en verwees naar eerdere rechtspraak van de Hoge Raad die bevestigt dat de appelrechter niet bevoegd is om in dergelijke gevallen af te wijken van het wettelijke verbod op hoger beroep. Tevens stelde het hof vast dat de aangevoerde doorbrekingsgrond feitelijk niet klopt.
Het hof veroordeelde appellant in de kosten van het hoger beroep en wees de vordering van geïntimeerde tot proceskostenveroordeling af wegens gebrek aan toelichting. Het arrest werd uitgesproken door drie raadsheren en verklaarde appellant niet-ontvankelijk, waarmee het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen de afwijzing van zijn verzoek tot herroeping van het vonnis.