Uitspraak
- 23-000584-24 (M.R.);
- 23-000565-24 (S.R.);
- 23-000583-24 (R.T.);
M.R.
S.R.
R.T.
Inzake S.R.
“Daarnaast geldt natuurlijk dat verdachte S.R. nog in Colombia verblijft in afwachting van uitlevering en dat hij momenteel geen advocaat heeft”(pagina 6) en:
“Verdachte S.R. moeten we nog gaan spreken over de beschuldigingen, maar hij is nog niet uitgeleverd door Colombia”(pagina 17);
“De zaak van verdachte S.R. is vandaag ook aanhangig, maar hij is niet op de zitting aanwezig, omdat er nog een uitleveringsprocedure tegen hem loopt in Colombia. De rechtbank hoopt uiteraard dat zij de zaak op enig moment met hem zelf kan bespreken”(pagina 37).
Inzake R.T.
Stafeyev tegen Rusland(EHRM 8 december 2020, application nr. 32984/06, ECLI:CE:ECHR:2020:1208JUD003298406) werd door het EHRM een schending geconstateerd van artikel 6 EVRM Pro omdat de verdachte onvoldoende tijd en gelegenheid was geboden voor overleg met een raadsman voorafgaand aan bespreking van de hoofdpunten van het hoger beroep (‘the merits of the appeal’):
Anders dan in de toelichting op het cassatiemiddel naar voren is gebracht, is daarbij niet van belang of zich bij de behandeling van de zaak in eerste aanleg verzuimen hebben voorgedaan, die eruit zouden bestaan dat de rechter-commissaris en/of de rechtbank geen blijk ervan hebben gegeven dat zij hebben onderzocht of de verdachte bewust afstand had gedaan van de bijstand van een raadsman en dat de rechter-commissaris in verband met een getuigenverhoor niet is overgegaan tot het geven van een last tot toevoeging van een raadsman nadat de verdachte zich niet langer van rechtsbijstand had voorzien. Voor zover die verzuimen zich al hebben voorgedaan, gaat het daarbij om verzuimen die – mede in aanmerking genomen dat de verdachte in hoger beroep werd bijgestaan door een raadsman – door de behandeling in hoger beroep konden worden hersteld.”