De verdachte werd op 14 juni 2018 op Schiphol aangehouden wegens het voorhanden hebben van een vervalst Israëlisch paspoort, waarmee hij wilde reizen naar Canada om daar asiel aan te vragen. Na een eerdere afwijzing van zijn asielverzoek in Duitsland, stelde hij dat hij geen andere uitweg zag dan met het vervalste document te reizen.
Het Openbaar Ministerie besloot tot vervolging nadat de asielaanvraag in Nederland niet in behandeling werd genomen vanwege een Dublinclaim. De verdediging voerde overmacht aan, stellende dat de verdachte zijn leven wilde beschermen tegen dreiging vanuit Turkije. Het hof verwierp dit beroep, stellende dat de verdachte redelijkerwijs had kunnen wachten op de definitieve beslissing in Duitsland, een veilig EU-land.
Het hof achtte bewezen dat de verdachte het vervalste paspoort voorhanden had en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van twee maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Het hof benadrukte de ernst van het feit, maar hield rekening met het tijdsverloop en de positieve ontwikkelingen in het leven van de verdachte sinds 2018.