ECLI:NL:GHAMS:2023:2139
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- M.J.A. Duker
- A.M. Kengen
- A.M.M.E. Doekes - Beijnes
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk wegens te laat ingesteld hoger beroep
De verdachte werd op 23 december 2022 door de politierechter veroordeeld. Tegen dit vonnis werd door zijn raadsman hoger beroep ingesteld, maar dit gebeurde op 7 januari 2023, buiten de wettelijke termijn van veertien dagen na het vonnis. De volmacht werd bovendien tijdens sluitingstijd van de griffie ontvangen, waardoor het hoger beroep niet tijdig was ingediend.
De raadsman voerde aan dat de overschrijding verontschuldigbaar was omdat hij abusievelijk de volmacht aan de verdachte had gestuurd in plaats van aan de griffie, waardoor de verdachte mocht aannemen dat het hoger beroep tijdig was ingesteld. Het hof oordeelde echter dat dit geen bijzondere, niet aan de verdachte toe te rekenen omstandigheid is. Niet-ambtelijke informatie kan niet gelijk worden gesteld aan ambtelijke informatie die de termijn zou kunnen wijzigen.
Verder rust de verantwoordelijkheid voor tijdige indiening op de verdachte zelf, die de keuze heeft om het hoger beroep zelf of via een raadsman in te stellen. Het feit dat de verdachte de Nederlandse taal niet machtig is, verandert hier niets aan. Het hof verklaarde de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens te late indiening zonder verontschuldigbare omstandigheden.