ECLI:NL:GHAMS:2022:570
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijlating
De appellant stelde een verzoek in tot vergoeding van kosten die hij maakte in verband met rechtsbijstand en verzekering tijdens een strafzaak die eindigde zonder strafoplegging. De rechtbank kende een gedeeltelijke vergoeding toe, waarbij zij een korting toepaste op de uren die de raadsman na het onherroepelijk worden van het vonnis werkte, omdat deze werkzaamheden niet als billijk werden beschouwd.
In hoger beroep werd dit standpunt bevestigd. Het hof oordeelde dat de rechtbank op goede gronden de vergoeding beperkte, onder meer omdat de teruggave van inbeslaggenomen goederen zonder tussenkomst van de raadsman had kunnen plaatsvinden. De advocaat-generaal pleitte voor een minder grote korting, maar het hof vond de beslissing van de rechtbank rechtvaardig.
Het hof kende een vergoeding toe van € 280,00 voor de kosten van rechtsbijstand in hoger beroep en wees het overige verzoek af. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 22 februari 2022.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en een vergoeding van € 280,00 wordt toegekend.