De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf voor het treffen van voorbereidingshandelingen voor een gewapende roofoverval in een woning. Het hof bevestigt de bewezenverklaring, maar vernietigt het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling.
Het hof houdt rekening met de ernst van de feiten, de eerdere veroordelingen van de verdachte en de maatschappelijke impact van het delict. Gezien de eerdere onherroepelijke veroordeling van 20 jaar gevangenisstraf in een andere zaak, acht het hof een straf van twaalf maanden passend. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn wordt deze straf met twee maanden verminderd tot tien maanden gevangenisstraf.
De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling wordt door het hof niet-ontvankelijk verklaard omdat deze reeds in een andere zaak is toegewezen. De opgelegde straf wordt verminderd met de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 14 december 2022.