ECLI:NL:GHAMS:2022:246
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kosten ter vaststelling schade en aansprakelijkheid bij huurovereenkomst
In deze zaak huurt [geïntimeerde] een woning van Warmerdam Vastgoed B.V. Door toedoen van [geïntimeerde] ontstond in juni 2019 schade aan de woning. Warmerdam vorderde ontbinding en ontruiming van de huurovereenkomst en vergoeding van de schade, inclusief kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid. De kantonrechter wees de vorderingen tot ontbinding en ontruiming af omdat deze waren ingetrokken en wees de schadevergoeding af omdat de schade reeds was vergoed. Ook wees de kantonrechter de kosten ter vaststelling van schade af vanwege onvoldoende onderbouwing.
Warmerdam stelde in hoger beroep dat de kantonrechter ten onrechte de vorderingen had afgewezen en dat de kosten ter vaststelling van schade als redelijke kosten moesten worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat Warmerdam onvoldoende belang en onderbouwing had gegeven voor de ontbinding en ontruiming en dat de kosten van de gemachtigde niet als redelijke kosten ter vaststelling van schade konden worden beschouwd, mede omdat de aansprakelijkheid niet ter discussie stond en de werkzaamheden vooral gericht waren op het verkrijgen van voldoening buiten rechte.
Ten aanzien van de proceskosten oordeelde het hof dat geen aanleiding bestond om de beslissing van de kantonrechter te wijzigen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde Warmerdam in de proceskosten van het principaal hoger beroep en [geïntimeerde] in de proceskosten van het incidenteel hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en wijst alle grieven van Warmerdam af.