ECLI:NL:GHAMS:2022:2002
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door onrechtmatige voorlopige hechtenis toegekend door Gerechtshof Amsterdam
De verzoeker heeft een verzoek ingediend om vergoeding van diverse schadeposten als gevolg van zijn voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging werd beëindigd. Het hof heeft het verzoek beoordeeld op grond van artikelen 530 en 533 Sv.
De voorlopige hechtenis duurde van 17 januari 2020 tot 10 december 2020. Het hof erkent gronden van billijkheid voor vergoeding van immateriële schade en kent hiervoor een bedrag van €33.090 toe. Daarnaast wordt een vergoeding van €27.500 toegekend voor gederfde inkomsten, gebaseerd op een jaarinkomen van €30.000 en een periode van 11 maanden.
Andere schadeposten, zoals doorbetaling vaste lasten, leningen voor boodschappen en renteverschillen, worden afgewezen omdat deze niet direct het gevolg zijn van de voorlopige hechtenis of reeds gecompenseerd zijn. Reiskosten van €79,12 en proceskosten van €680 worden wel toegekend.
De totale vergoeding bedraagt €61.349,12, welke onverwijld aan de verzoeker wordt overgemaakt. De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 5 juli 2022.
Uitkomst: Het hof kent een totale schadevergoeding van €61.349,12 toe wegens onrechtmatige voorlopige hechtenis.