ECLI:NL:GHAMS:2022:1591

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
25 mei 2022
Publicatiedatum
25 mei 2022
Zaaknummer
23-004656-18
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Seksuele uitbuiting van kwetsbare vrouwen door verdachte in mensenhandelzaak

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 17 mei 2022 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel. De verdachte heeft samen met een medeverdachte gedurende een periode van ongeveer een half jaar twee jonge kwetsbare vrouwen, waarvan één minderjarig, seksueel uitgebuit. De verdachte werd beschuldigd van het dwingen van de slachtoffers tot seksuele handelingen, het bedreigen van hen, en het controleren van hun financiën. De zaak kwam aan het licht na meldingen van de slachtoffers aan de politie, die hen in contact bracht met hulpverleners. Het hof heeft de verklaringen van de slachtoffers als betrouwbaar beoordeeld, ondanks enkele discrepanties. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden zoals een meldplicht en een contactverbod met de slachtoffers. Daarnaast zijn er schadevergoedingen toegewezen aan de benadeelde partijen, die de gevolgen van de seksuele uitbuiting ondervonden hebben. Het hof heeft de ernst van de feiten en de kwetsbaarheid van de slachtoffers zwaar laten meewegen in de strafoplegging.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-004656-18
datum uitspraak: 17 mei 2022
TEGENSPRAAK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, van 18 juni 2019 in de strafzaak onder de parketnummers
15-185333-18 en 15-870139-15 (TUL) tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ) op [geboortedag 1] 1994,
adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 21 april 2022 en 3 mei 2022 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte en het openbaar ministerie hebben hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de verdachte en de raadsvrouw en de advocaten van de benadeelde partijen naar voren hebben gebracht.

Tenlastelegging

Gelet op de in eerste aanleg door de rechtbank en in hoger beroep door het gerechtshof toegelaten wijzigingen is aan de verdachte tenlastegelegd dat:
1.
hij in of omstreeks de periode van 15 september 2017 tot en met 15 december 2017 te Heerhugowaard en/of te Schagen en/of te Egmond aan zee en/of te Akersloot en/of te Alkmaar en/of te Amsterdam en/of te Zaandam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een ander, genaamd [benadeelde 1] ,
(telkens) met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en/of geweld en/of een andere feitelijkheid en/of dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en/of door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1), en/of
2) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) dan wel enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [benadeelde 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van arbeid of diensten (van seksuele aard) (artikel 273f lid 1 sub 4), en/of
3) heeft gedwongen of bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [benadeelde 1] met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 9), en/of
(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [benadeelde 1] (artikel 273 f lid 1 sub 6),
waarbij dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit:
- het mishandelen van die [benadeelde 1] (onder andere door die [benadeelde 1] te slaan en/of aan de haren te trekken en/of te knijpen en/of de hand van die [benadeelde 1] om te draaien), en/of
- het dwingen, althans bewegen van die [benadeelde 1] om (onvrijwillig/afgedwongen) seksuele handelingen van en/of met hem, verdachte en/of zijn mededader(s) en/of (een) andere perso(o)n(en), te ondergaan en/of te dulden, en/of
- het bedreigen van die [benadeelde 1] met de dood, en/of
- het dreigen op internet foto’s en/of filmpjes te publiceren van voor die [benadeelde 1] compromitterende aard, en/of
- het zich op boze en/of agressieve en/of (anderszins) dreigende en/of overheersende en/of denigrerende toon/wijze te uiten tegen die [benadeelde 1] , en/of
- het onder druk zetten van die [benadeelde 1] (onder andere door haar voortdurend te blijven benaderen via de telefoon), waardoor het voor die [benadeelde 1] werd bemoeilijkt zich aan die prostitutiewerkzaamheden te onttrekken, en/of
- het controleren van de telefoon van die [benadeelde 1] en/of de portemonnee van die [benadeelde 1] , en/of
- het maken van een foto van de ID-kaart van die [benadeelde 1] ,
en/of waarbij voornoemde (onder 2) "enige handeling" heeft bestaan uit:
- het maken van foto's voor advertenties op één of meer website(s) waarin die [benadeelde 1] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;
- het aanmaken en/of onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [benadeelde 1] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;
- het instrueren van die [benadeelde 1] (per telefoon) wanneer zij klaar moest staan voor prostitutiewerkzaamheden;
- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [benadeelde 1] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen;
- het bepalen welke klanten die [benadeelde 1] moest aannemen voor haar prostitutiewerkzaamheden, en/of
- het bepalen of die [benadeelde 1] prostitutiewerkzaamheden met of zonder condoom moest verrichten;
- het bepalen dat die [benadeelde 1] ook bij ongesteldheid en/of met een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) moest werken;
- het boeken en/of ter beschikking stellen van hotelkamer(s) als werkplek voor die [benadeelde 1] ;
- het begeleiden van die [benadeelde 1] bij/naar prostitutiewerkzaamheden en/of het ophalen van die [benadeelde 1] na afloop van prostitutiewerkzaamheden;
- het huren van auto’s ten behoeve van het vervoer van die [benadeelde 1] van en naar haar prostitutiewerkzaamheden;
- het ter beschikking stellen van een of meer bankrekening(en) (toebehorend aan hem, verdachte en/of zijn mededader) waar prostitutieklanten geld naar over moesten maken (wanneer zij niet contant wilden of konden betalen)
2.
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2017 tot en met 31 januari 2018 te Oudkarspel en/of Den Helder en/of Alkmaar en/of IJmuiden en/of Warmenhuizen en/of De Rijp en/of Heerhugowaard en/of Egmond aan den Hoef en/of Anna Paulowna en/of Heiloo en/of Amsterdam en/of Bergen en/of Beverwijk en/of Purmerend en/of Julianadorp en/of Hoofddorp en/of elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een ander, genaamd [benadeelde 2] (geboren [geboortedag 2] 2000),
(telkens)
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht en/of gehuisvest met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 2), en/of
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel (enige) handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [benadeelde 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten die (seksuele) handelingen (artikel 273f lid 1 sub 5), en/of
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [benadeelde 2] met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 8),
terwijl die [benadeelde 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
en waarbij “enige handeling(en)” (zoals genoemd onder 2) (onder meer) hebben/heeft bestaan uit:
- het aanmaken van en/of het onderhouden van (waaronder begrepen het “omhoog plaatsen”) één of meer advertenties op één of meer website(s) waarin die [benadeelde 2] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;
- het verzinnen/bepalen van een werknaam/werknamen voor die [benadeelde 2] ;
- het onderhouden van contacten met en/of het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [benadeelde 2] en/of het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen;
- het bepalen welke klanten die [benadeelde 2] moest aannemen voor haar prostitutiewerkzaamheden;
- het ter beschikking stellen van condooms voor de prostitutiewerkzaamheden van die [benadeelde 2] ;
- het halen en/of brengen en/of begeleiden van die [benadeelde 2] van/naar/bij escort/prostitutiewerkzaamheden;
- het geven/ter beschikking stellen van drank en/of drugs aan die [benadeelde 2] .
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Ontvankelijkheid openbaar ministerie

Door de verdediging is bepleit dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in vervolging van de verdachte voor het onder 1 tenlastegelegde feit. Daartoe is aangevoerd dat de politie heeft gehandeld in strijd met artikel 126ff Sv, nu ‘uit de aanwijzing mensenhandel van het OM volgt (…) dat voor mensenhandel op grond van artikel 126ff een absoluut doorlaatverbod van toepassing is’ en de aangeefster [benadeelde 1] al op 20 september 2017 aan de politie kenbaar heeft gemaakt dat zij door de medeverdachte gedwongen in de prostitutie werkte, terwijl pas een aantal maanden later door de politie een informatief gesprek met de aangeefster heeft plaatsgevonden.
Het hof is van oordeel dat dit verweer niet kan slagen. Nog afgezien van het feit dat de verdediging zich beroept op een passage in de Aanwijzing mensenhandel die nog niet gold ten tijde van het tenlastegelegde (zoals ook door de verdediging moet zijn onderkend blijkens noot 3 van de pleitnota waarin naar de Aanwijzing mensenhandel uit 2022 wordt verwezen) strandt het verweer al op het gegeven dat gesteld noch gebleken is dat de betreffende politieambtenaren op 20 september 2017 werkzaam waren op grond van één van de bevelen zoals genoemd in artikel 126ff, eerste lid, Sv.
Het verweer wordt verworpen.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, reeds omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
1.
hij in de periode van 15 september 2017 tot en met 26 november 2017 te Heerhugowaard en te Alkmaar en te Amsterdam en te Zaandam en/of elders in Nederland tezamen en in vereniging met een ander,
een ander, genaamd [benadeelde 1] ,
telkens met één of meer van de onder lid 1, sub 1° van artikel 273f Wetboek van Strafrecht genoemde middelen, te weten door dwang en geweld en dreiging met geweld of een andere feitelijkheid en door misleiding, door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd en overgebracht met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273f lid 1 sub 1), en
2) heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten (van seksuele aard) dan wel enige handeling heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [benadeelde 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van diensten (van seksuele aard) (artikel 273f lid 1 sub 4), en
3) heeft gedwongen of bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader, te bevoordelen uit de opbrengst van seksuele handelingen van die [benadeelde 1] met een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 9), en
(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die [benadeelde 1] (artikel 273 f lid 1 sub 6),
waarbij dat geweld of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit:
- het mishandelen van die [benadeelde 1] (onder andere door die [benadeelde 1] te slaan en te knijpen), en
- het dreigen op internet foto’s en/of filmpjes te publiceren van voor die [benadeelde 1] compromitterende aard, en
- het zich op boze of (anderszins) dreigende toon/wijze te uiten tegen die [benadeelde 1] , en
- het onder druk zetten van die [benadeelde 1] (onder andere door haar voortdurend te blijven benaderen via de telefoon), waardoor het voor die [benadeelde 1] werd bemoeilijkt zich aan die prostitutiewerkzaamheden te onttrekken, en
- het controleren van de portemonnee van die [benadeelde 1] ,
en waarbij voornoemde (onder 2) "enige handeling" heeft bestaan uit:
- het aanmaken en onderhouden (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen") van meer advertenties op één website waarin die [benadeelde 1] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;
- het instrueren van die [benadeelde 1] (per telefoon) wanneer zij klaar moest staan voor prostitutiewerkzaamheden;
- het onderhouden van contacten met en het maken van afspraken met (potentiële) (prostitutie)klanten voor die [benadeelde 1] en het maken van afspraken met die (potentiële) klanten over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en/of de daarvoor te betalen bedragen;
- het bepalen welke klanten die [benadeelde 1] moest aannemen voor haar prostitutiewerkzaamheden, en
- het bepalen of die [benadeelde 1] prostitutiewerkzaamheden met of zonder condoom moest verrichten;
- het bepalen dat die [benadeelde 1] ook met een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) moest werken;
- het begeleiden van die [benadeelde 1] bij/naar prostitutiewerkzaamheden en het ophalen van die [benadeelde 1] na afloop van prostitutiewerkzaamheden;
- het ter beschikking stellen van bankrekeningen (toebehorend aan hem, verdachte en/of zijn mededader) waar prostitutieklanten geld naar over moesten maken (wanneer zij niet contant wilden of konden betalen).
2.
hij in de periode van 25 juni 2017 tot en met 31 januari 2018 te Oudkarspel en Alkmaar en IJmuiden en Warmenhuizen en De Rijp en Heerhugowaard en Egmond aan den Hoef en Beverwijk en elders in Nederland,
tezamen en in vereniging met een ander,
een ander, genaamd [benadeelde 2] (geboren [geboortedag 2] 2000),
telkens
1) heeft geworven, vervoerd, overgebracht met het oogmerk van uitbuiting (artikel 273 f lid 1 sub 2), en
2) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, dan wel handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [benadeelde 2] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten die (seksuele) handelingen (artikel 273 f lid 1 sub 5), en
3) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [benadeelde 2] met of voor een derde tegen betaling (artikel 273f lid 1 sub 8),
terwijl die [benadeelde 2] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt,
en waarbij "enige handeling(en)" (zoals genoemd onder 2) (onder meer) hebben bestaan uit:
- het aanmaken van en het onderhouden van (waaronder begrepen het "omhoog plaatsen”) een advertentie op een website waarin die [benadeelde 2] werd aangeboden voor prostitutiewerkzaamheden;
- het bepalen van een werknaam voor die [benadeelde 2] ;
- het onderhouden van contacten met en het maken van afspraken met
(potentiële) (prostitutie)klant(en) voor die [benadeelde 2] en het maken van afspraken met die (potentiële) klant(en) over de aard van de prostitutiewerkzaamheden en de daarvoor te betalen bedragen;
- het bepalen welke klanten die [benadeelde 2] moest aannemen voor haar prostitutiewerkzaamheden;
- het halen en brengen en begeleiden van die [benadeelde 2] van/naar/bij prostitutiewerkzaamheden;
- het geven/ter beschikking stellen van drugs aan die [benadeelde 2] .
Hetgeen onder 1 en 2 meer of anders is tenlastegelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.
Het bewezenverklaarde is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals opgenomen als bijlage achter dit arrest.

Bewijsoverwegingen

De verdediging heeft een aantal bewijsverweren gevoerd zoals verwoord in de pleitnota. Het hof zal hierna ingaan op een aantal punten die uit de pleitnota naar voren komen. Voor het overige worden de verweren geacht te zijn verworpen door de door het hof gebruikte bewijsmiddelen.
Betrouwbaarheid verklaringen aangeefsters feit 1 en feit 2
Het hof is van oordeel dat de verklaringen van de beide aangeefsters betrouwbaar zijn. Het hof acht daarbij van groot belang dat [benadeelde 1] en [benadeelde 2] elkaar niet kennen en hun verklaringen dan ook niet op elkaar konden afstemmen, terwijl zij beide hebben verklaard dat de verdachte en zijn medeverdachte hen in een overlappende periode en op vergelijkbare wijze seksueel hebben uitgebuit. Weliswaar zitten er een aantal discrepanties in de verklaringen, maar het hof acht die van ondergeschikt belang. De verklaringen zijn op de voor de tenlastelegging relevante onderdelen consequent en consistent. Hun verklaringen vinden bovendien steun in andere, door het hof gehanteerde bewijsmiddelen. Het hof zal de verklaringen van beide aangeefsters dan ook bezigen voor het bewijs.
Het telefoonnummer [telefoonnummer 1]
Door de verdediging wordt betwist dat de verdachte de enige gebruiker was van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] en is – zo begrijpt het hof – gesteld dat dit telefoonnummer in de werktelefoon zat die door zowel de verdachte, de medeverdachte als [benadeelde 1] werd gebruikt. Het hof gaat hieraan voorbij. De ter terechtzitting in hoger beroep als getuige gehoorde medeverdachte [medeverdachte] heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat hij noch [benadeelde 1] de telefoon waarmee contact werd gehouden met klanten in hun bezit hebben gehad. Van dit nummer is uit onderzoek door de politie wel gebleken dat dit in gebruik is geweest bij de verdachte. Zo verklaart [benadeelde 1] bij de politie met zoveel woorden dat dit het telefoonnummer van [verdachte] , zijnde de bijnaam van de verdachte, is. Dat dit nummer in gebruik is bij de verdachte volgt ook uit een WhatsApp gesprek tussen [benadeelde 1] en ‘ [naam 1] ’ ( [telefoonnummer 1] ) van 20 oktober 2017. In dit gesprek geeft ‘ [naam 1] ’ aan ‘Heb 3000 geïnvesteerd’ ‘In jou kkr account’. De verdachte heeft verklaard dat het klopt dat hij er op enig moment heeft ‘uitgefloept’ dat het account bij [website 1] hem € 3.000,00 heeft gekost. Direct na het ontvangen van voornoemde berichten heeft [benadeelde 1] contact met het telefoonnummer dat aan de medeverdachte [medeverdachte] wordt toegeschreven en schrijft zij ‘Hij heeft 3000 neergelegd voor die acc’, waaruit kan worden afgeleid dat de berichten die door ‘ [naam 1] ’ zijn verstuurd niet door [benadeelde 1] of [medeverdachte] zijn verzonden. Bovendien heeft het hof acht geslagen op een app gesprek van 8 november 2017, waarin [benadeelde 1] aan ‘ [naam 1] ’ ( [telefoonnummer 1] ) vraagt ‘Ik kan gewoon bij die balkon roken toch? [verdachte] ?’. [verdachte] duidt op de voornaam van de verdachte. Gelet op deze omstandigheden gaat het hof er vanuit dat de zogenoemde ‘werktelefoon’ de telefoon van de verdachte zelf betrof.
Vrijwillige medewerking [benadeelde 1]
Door de verdediging is aangevoerd dat aangeefster [benadeelde 1] heeft ingestemd met de werkzaamheden van de verdachte en de medeverdachte en dat zij de seksuele contacten vrijwillig is aangegaan. Dit staat in de weg aan een bewezenverklaring van seksuele uitbuiting, aldus de verdediging.
Het hof verwerpt dit verweer. Uit de bewijsmiddelen volgt zonder meer het oogmerk van uitbuiting gedurende de bewezenverklaarde periode bij de verdachte en de medeverdachte. Dit is voor een bewezenverklaring voldoende. Dat [benadeelde 1] wellicht in het begin van die periode een eigen motief had om met hen in zee te gaan, doet daaraan niet af.
De bewezenverklaarde periode ten aanzien van de aangeefster [benadeelde 2]
Anders dan de rechtbank – en conform het standpunt van de advocaat-generaal – gaat het hof uit van een langere periode waarin aangeefster [benadeelde 2] is uitgebuit, namelijk vanaf 25 juni 2017. Weliswaar is [benadeelde 2] pas op een later moment geld gaan verdienen met de uitbuitingsactiviteiten, maar uit haar verklaringen volgt dat de verdachte en de medeverdachte al vanaf 25 juni 2017 zijn begonnen met het ‘werven’ van [benadeelde 2] . Dit ‘werven’ is - naast andere handelingen - ook een middel dat in de tenlastelegging van feit 2 wordt genoemd en deze handeling kan – gelet op de gehanteerde bewijsmiddelen - ook worden bewezenverklaard.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Geen omstandigheid is aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het onder 1 bewezenverklaarde levert op:
mensenhandel terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.
Het onder 2 bewezenverklaarde levert op:
mensenhandel, terwijl de persoon ten aanzien van wie het feit wordt gepleegd, de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen omstandigheid aannemelijk is geworden die de strafbaarheid ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezenverklaarde uitsluit.

Oplegging van straf en maatregel

De rechtbank heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van voorarrest, onder oplegging van bijzondere voorwaarden.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, onder oplegging van bijzondere voorwaarden waaronder het opleggen van een contactverbod met aangeefsters, met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft in het kader van de strafoplegging bepleit dat de in eerste aanleg opgelegde straf aanzienlijk zal moeten worden gematigd, mede gelet op het schenden van de redelijke termijn in hoger beroep.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich samen met een ander gedurende (in totaal) ongeveer een half jaar op grove wijze schuldig gemaakt aan de seksuele uitbuiting van twee jonge vrouwen. Een van de slachtoffers was een kwetsbare vrouw van pas 18 jaar, het andere slachtoffer was nog minderjarig en ook zeer kwetsbaar.
Dit zijn zeer ernstige feiten. De verdachte heeft zich kennelijk totaal niet bekommerd om de gevoelens en het welzijn van de slachtoffers, maar had enkel oog voor het eigen financiële gewin. Van de bewezenverklaarde feiten is algemeen bekend dat de slachtoffers gedurende lange tijd daarna de psychische nadelige gevolgen kunnen ondervinden van wat hen is overkomen, zoals ook blijkt uit de slachtofferverklaringen van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] .
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met het op naam van verdachte staand Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 7 april 2022, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor een soortgelijk feit.
Het hof heeft voorts gelet op het over verdachte uitgebrachte verslag van 23 augustus 2021 van Reclassering Nederland.
Het hof heeft acht geslagen op straffen die in soortgelijke gevallen worden opgelegd en die sinds 21 mei 2021, dus na de bewezenverklaarde periode, hun weerslag hebben gevonden in de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Daarin wordt voor seksuele uitbuiting, als bedoeld in art. 273f, lid 1 sub 4, Sr, van een minderjarige een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden genoemd en voor een meerderjarig slachtoffer een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden. Dat deze oriëntatiepunten pas als zodanig kenbaar zijn gemaakt na de bewezenverklaarde periode staat er niet aan in de weg deze als vertrekpunt van denken te hanteren, omdat deze zijn gebaseerd op eerdere jurisprudentie in soortgelijke zaken.
Gelet op de ernst van het bewezenverklaarde kan daarop niet anders worden gereageerd dan met oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. Het hof acht, alles afwegende en mede gelet op de eis van de advocaat-generaal, in beginsel een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden, passend en geboden.
Het hof ziet in de door de verdachte aangevoerde persoonlijke omstandigheden geen grond om de duur van de gevangenisstraf te beperken tot de tijd die de verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Daarvoor zijn de feiten te ernstig. Het hof zal de straf, mede gelet op de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn van de procedure in hoger beroep, evenwel deels voorwaardelijk opleggen en zal daaraan een proeftijd van twee jaren verbinden, zodat de verdachte ervan wordt weerhouden om nogmaals strafbare feiten te plegen. Daarnaast acht het hof het noodzakelijk dat bijzondere voorwaarden worden opgelegd, waaronder een meldplicht, traumabehandeling en een contactverbod ten aanzien van de slachtoffers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , die aan het voorwaardelijk deel verbonden zullen worden.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 58.987,54 bestaande uit € 48.987,54 aan materiële schade en
€ 10.000,00 aan immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 10.000 bestaande uit immateriële schade. Wat betreft de materiële schade is de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in de vordering. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering, met dien verstande dat als het hof net als de rechtbank een kortere periode bewezen acht het gevorderde bedrag aan materiële schadevergoeding wordt gematigd tot € 28.876,20.
De advocaat-generaal heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 38.816,20.
De verdediging heeft primair de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij bepleit gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij bepleit omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat bij een bewezenverklaring maximaal kan worden uitgegaan van 32 gewerkte dagen en een opbrengst van € 100,00 per dag.
Al het meerdere moet volgens de verdediging worden afgewezen. De materiële schade komt dan volgens de verdediging maximaal neer op een bedrag van 32 (dagen) x € 100,00 = € 32.000,00. Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding heeft de verdediging bepleit dat dit bedrag gematigd moet worden, gelet op de predispositie van de verdachte en de schadevergoeding die in vergelijkbare zaken wordt toegekend, tot maximaal € 5.000,00.
Oordeel van het hof
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
Materiële schade
De gestelde materiële schade bestaat uit de door de verdachte en zijn medeverdachte van de benadeelde partij afgenomen inkomsten die zij heeft verkregen voor haar prostitutiewerkzaamheden. De advocaat van de benadeelde heeft ter onderbouwing van de hoogte van deze vordering verwezen naar de ontnemingsrapportage.
Het hof gaat bij de berekening overeenkomstig de bewezenverklaring uit van een periode van ruim twee maanden (15 september 2017 tot en met 26 november 2017) waarin de benadeelde partij als prostituee heeft gewerkt. Het hof gaat er van uit dat de benadeelde partij in deze periode minimaal 32 dagen heeft gewerkt. Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat het hof er van uit dat de benadeelde partij per werkdag minimaal een bedrag van € 100,00 moet hebben verdiend en afgedragen. De vordering is in zoverre in ieder geval voldoende onderbouwd en meer subsidiair in zoverre niet betwist.
Dit betekent dat de benadeelde partij minimaal 32 (dagen) x € 100,00 =
€ 3.200,00aan verdiensten aan de verdachte en zijn medeverdachte heeft afgestaan.
Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering tot materiële schadevergoeding een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Immateriële schade
Het hof is, met het oog op de aard en de ernst van de normschending, alsmede de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, van oordeel dat zij op grond van art. 6:106, lid 1 sub b, van het Burgerlijk Wetboek, recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding van de geleden immateriële schade.
Uit het onderzoek ter terechtzitting en de namens de benadeelde partij ingebrachte toelichting op de vordering tot schadevergoeding, is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en zijn medeverdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Voor de beoordeling van de omvang van deze schade heeft het hof gelet op de aard, de ernst en de verwijtbaarheid van het handelen van de verdachte, de omstandigheden waaronder dit handelen zich heeft afgespeeld en de gevolgen die dit heeft gehad voor de benadeelde partij. Het handelen van de verdachte heeft een vergaande inbreuk op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij tot gevolg gehad. Gelet op het voorgaande en op de schadevergoedingen die in vergelijkbare gevallen door Nederlandse rechters worden opgelegd komt het door de benadeelde partij gevorderde bedrag van
€ 10.000,00het hof billijk voor. De verdachte en zijn medeverdachte zijn tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van
€ 13.200,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 26 november 2017, de laatste dag van de schadeveroorzakende gebeurtenis, tot aan de dag der algehele voldoening.
Daarbij zal het hof bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 120.501,20. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 10.937,80. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd en het bedrag van de oorspronkelijke vordering gematigd. De vordering bedraagt thans nog € 89.830,20 en bestaat uit de volgende schadeposten:
immateriële schade € 10.000,00
afgenomen inkomsten € 78.892,40
overige materiële schade (€ 315,- (adviesgesprek ‘ [adviesgesprek] ’) + € 95,00 (eigen risico zorgverzekering 2018) + € 237,80 (reiskosten)) van in totaal € 937,80
De advocaat-generaal heeft gevorderd de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 49.190,14.
De verdediging heeft primair de niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij bepleit gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de verdediging niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij bepleit omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat de vordering afgewezen moet worden, omdat er geen sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid. Uiterst subsidiair heeft de raadsvrouw bepleit dat bij een bewezenverklaring maximaal kan worden uitgegaan van 12 gewerkte dagen en een opbrengst van € 100,00 per dag. Al het meerdere moet volgens de verdediging worden afgewezen. De materiële schade komt dan volgens de verdediging maximaal neer op een bedrag van 12 (dagen) x € 100,00 = € 1.200,00.
Oordeel van het hof
Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
Materiële schade
De
onder b.gestelde materiële schade bestaat uit de door de verdachte en zijn medeverdachte van de benadeelde partij afgenomen inkomsten die zij heeft verkregen door haar prostitutiewerkzaamheden. De advocaat van de benadeelde heeft ter onderbouwing van de hoogte van deze vordering verwezen naar de ontnemingsrapportage.
Het hof gaat bij de berekening uit van een periode van ruim twee maanden (18 november 2017 tot en met 31 januari 2018) waarin de benadeelde partij als prostituee heeft gewerkt. Het hof gaat er van uit dat de benadeelde partij in deze periode minimaal 12 dagen heeft gewerkt. Op basis van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting gaat het hof er van uit dat de benadeelde partij per werkdag minimaal € 100,00 moet hebben verdiend en afgedragen. De vordering is in zoverre in ieder geval voldoende onderbouwd en uiterst subsidiair in zoverre niet betwist.
Voor de periode van 18 november 2017 tot en met 31 januari 2018 betekent dit dat de benadeelde partij minimaal 12 (dagen) x € 100,00 =
€ 1.200,00aan verdiensten aan de verdachte en zijn medeverdachte heeft afgestaan.
Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering tot materiële schadevergoeding voor zover deze ziet op afgenomen inkomsten uit prostitutiewerkzaamheden een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.
Wat betreft de
onder c.gestelde materiële schade is het hof uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting voldoende gebleken dat de benadeelde partij deze schade heeft geleden als gevolg van het onder 2 bewezenverklaarde handelen van de verdachte. Dit betreft het eigen risico van de zorgverzekering over 2018, het adviesgesprek ‘ [adviesgesprek] ’ en de gemaakte reiskosten, met uitzondering van de reiskosten naar haar advocaat. Dit deel van de vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van
€ 913,44, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2019, zijnde een datum gelegen in het midden tussen het ontstaan van de eerste en de laatste schade, aangezien het op verschillende data verschenen schade betreft, tot aan de dag der algehele voldoening.
Ten aanzien van de gevorderde reiskosten naar de advocaat van € 24,36 overweegt het hof als volgt. Reiskosten die in het kader van een vorderingsprocedure en van het strafproces sec worden gemaakt, worden niet aangemerkt als rechtstreekse schade, maar dienen te worden beschouwd als proceskosten. Nu de benadeelde partij deze proceskosten vordert als onderdeel van de schade in de zin van artikel 51f van het Wetboek van Strafvordering (Sv), wordt zij in zoverre ingevolge artikel 361, tweede lid, Sv in die vordering niet-ontvankelijk verklaard (vlg. HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2338).
Immateriële schade
Het hof is, met het oog op de aard en de ernst van de normschending, alsmede de gevolgen daarvan voor de benadeelde partij, van oordeel dat zij op grond van art. 6:106, lid 1 sub b, van het Burgerlijk Wetboek, recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding van de geleden immateriële schade.
Uit het onderzoek ter terechtzitting en de namens de benadeelde partij ingebrachte toelichting op de vordering tot schadevergoeding, is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en zijn medeverdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden. Voor de beoordeling van de omvang van deze schade heeft het hof gelet op de aard, de ernst en de verwijtbaarheid van het handelen van de verdachte, de omstandigheden waaronder dit handelen zich heeft afgespeeld en de gevolgen die dit heeft gehad voor de benadeelde partij. Het handelen van de verdachte heeft een vergaande inbreuk op de lichamelijke integriteit van de benadeelde partij tot gevolg gehad. Gelet op het voorgaande en op de schadevergoedingen die in vergelijkbare gevallen door Nederlandse rechters worden opgelegd komt het door de benadeelde partij gevorderde bedrag van
€ 10.000,00het hof billijk voor. De verdachte en zijn medeverdachte zijn tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van
€ 12.113,44,vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 31 januari 2018 (ten aanzien van de posten a. en b.), respectievelijk 1 januari 2019 (ten aanzien van post c.), tot aan de dag der algehele voldoening.
Daarbij zal het hof bepalen dat indien de medeverdachte dit bedrag geheel of gedeeltelijk heeft betaald, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd.
Daarnaast dient verdachte te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken.
Het hof zal de schadevergoedingsmaatregel opleggen op de hierna te noemen wijze om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57 en 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2017 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.
Het hof acht termen aanwezig om de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
42 (tweeënveertig) maanden.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 2 (twee) jaren ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde verplicht is zich gedurende de volledige proeftijd te melden bij Reclassering Nederland, [adres 2] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde meewerkt aan traumabehandeling door GGZ NHN of een soortgelijke door de reclassering te bepalen zorgverlener, waarbij de behandeling zolang duurt als de reclassering dat nodig vindt en waarbij de veroordeelde zich houdt aan de aanwijzingen die de veroordeelde in het kader van die behandeling door of namens die instelling zullen worden gegeven.
Stelt als bijzondere voorwaarde dat het de veroordeelde gedurende de volledige proeftijd verboden is – direct of indirect - contact te hebben met [benadeelde 1] en [benadeelde 2] .
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Gelast de
teruggaveaan de verdachte van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
1. STK Telefoontoestel (477270), omschrijving: apple
1. STK Telefoontoestel (477308), omschrijving: zilverkleurig, merk; Apple.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 1]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 13.200,00 (dertienduizend tweehonderd euro) bestaande uit € 3.200,00 (drieduizend tweehonderd euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 1] , ter zake van het onder 1 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 13.200,00 (dertienduizend tweehonderd euro) bestaande uit € 3.200,00 (drieduizend tweehonderd euro) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 101 (honderdéén) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële en de immateriële schade op 26 november 2017.
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde 2]
Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde tot het bedrag van
€ 12.113,44 (twaalfduizend honderddertien euro en vierenveertig cent) bestaande uit € 2.113,44 (tweeduizend honderddertien euro en vierenveertig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdata tot aan de dag der voldoening.
Verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van materiële schade voor zover dit betreft gestelde afdrachten van inkomsten en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot vergoeding van materiële schade voor zover dit reiskosten naar haar advocaat betreft.
Veroordeelt de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.
Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [benadeelde 2] , ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde een bedrag te betalen van € 12.113,44 (twaalfduizend honderddertien euro en vierenveertig cent) bestaande uit € 2.113,44 (tweeduizend honderddertien euro en vierenveertig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
Bepaalt de duur van de gijzeling op ten hoogste 96 (zesennegentig) dagen. Toepassing van die gijzeling heft de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet op.
Bepaalt dat indien en voor zover de verdachte of zijn mededader(s) aan een van beide betalingsverplichtingen hebben voldaan, de andere vervalt.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de materiële schade op
- 31 januari 2018 over een bedrag van € 1.200,00 ter zake van afgestane verdiensten
- 1 januari 2019 over een bedrag van € 913,44 ter zake van het eigen risico van de zorgverzekering over 2018, het adviesgesprek en de reiskosten.
Bepaalt de aanvangsdatum van de wettelijke rente voor de immateriële schade op 31 januari 2018.
Wijst af de vordering van de officier van justitie in het arrondissement te Noord-Holland van 20 november 2018, strekkende tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de rechtbank Amsterdam van 3 oktober 2017, parketnummer 15-870139-15, voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. C.J. van der Wilt, mr. A.M.P. Geelhoed, mr. V.M.A. Sinnige, in tegenwoordigheid van mr. M. Boelens, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 mei 2022.

Bijlage

De bewijsmiddelen
De hierna vermelde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door personen die daartoe bevoegd zijn en voldoen ook overigens aan de daaraan bij wet gestelde eisen. De bewijsmiddelen zijn, ook in onderdelen, telkens slechts gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten waarop zij blijkens hun inhoud betrekking hebben.
Ten aanzien van feit 1 en 2
1. De verklaring van de
verdachte, [verdachte], afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 4 juni 2020.
Deze verklaring houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:
Ik heb [benadeelde 1] ( het hof begrijpt hier en verder: [benadeelde 1] ) via iemand anders leren kennen. [benadeelde 1] vroeg me gelijk of ik e-mails voor haar kon maken. Het zou gaan om prostitutie. Ik heb op internet gezocht. Ik wilde een [opleiding] gaan doen en ik weet veel van computers. Ik kwam toen op [website 1] . Ik heb een advertentie aangemaakt.
Als er een e-mail binnen kwam, reageerde één van ons drie, we hadden alle drie toegang tot het account. Het account heette [naam 1] . U houdt mij voor dat uit het dossier blijkt dat dit account al sinds 25 oktober 2015 bestaat. Het account bestond ook al, dat heb ik overgenomen. Ik heb het account niet aangemaakt. (…) ik heb de tekst wel zelf gemaakt. Het klopt dat er vanaf het IP adres van mijn partner [naam 2] op het account is ingelogd. Ik kreeg e-mails van klanten binnen.
Ik was er niet vaak bij als [benadeelde 1] naar een klant werd gebracht. U houdt mij het proces-verbaal van historische verkeersgegevens voor. Het zou kunnen dat ik acht keer ben mee geweest.
Ik kreeg daar soms hasj voor. Zij haalde het in de shop. Met haar geld ging ze hasj halen en dan gaf ze van haar eigen hasj wat aan mij. Ik vroeg daar niet om, ze gaf het gewoon. Voordat ik haar kende gebruikte ik ook al. Soms kreeg ik wat geld van [benadeelde 1] .
Ik heb inderdaad tegen [benadeelde 1] gezegd dat het account bij [website 1] € 3.000,- had gekost. [benadeelde 1] wilde stoppen met het werk en webcamseks gaan doen.
Er waren klanten die het geld overmaakten naar mijn ABN AMRO rekening, want dan stond het er gelijk op.
Ik heb [benadeelde 2] (het hof begrijpt hier en verder: [benadeelde 2] ) maar één keer gezien en dat was toen ik uit het ziekenhuis werd opgehaald. Ik ben dus één keer meegereden.
2. Een proces-verbaal van verhoor verdachte met nummer 2018210345 van 27 februari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s B.152 -159].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 27 januari 2019 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van
[medeverdachte]:
A: [benadeelde 1] kwam met me in contact in oktober 2017. De eerste keer heb ik met haar alleen afgesproken in de auto. De tweede keer kwam zij met een vriendin en ik ook met iemand. Daarna kwam ze met het voorstel dat ze sekswerk wilde gaan doen. Toen is het gaan starten eigenlijk.
V: Hoe ging dat?
A: Er was iemand die verstand van had hoe dat ging. Ik had een auto en een rijbewijs. Toen is er een account gemaakt. Toen zijn we gaan werken.
V: Was degene die met je meereed ook degene die het account had aangemaakt?
A: Ja dat klopt hij had verstand van het computerwerk.
V: Op welke site was dat?
A: Op [website 1] .
V: Hoe ging dat afspraken maken?
V: Hoe vaak heeft [benadeelde 1] gewerkt?
A: Ik weet niet hoeveel maar het was ongeveer anderhalf a twee maanden. Ik denk zes klanten per week, zoiets.
V: Wat weet je over waarom [benadeelde 1] in een instelling verbleef?
A: In het begin wist ik wel dat ze begeleid wonen deed. Maar later kwam ik er pas achter dat ze in een instelling verbleef waar ze ook beperkt naar buiten mocht.
A: [benadeelde 1] zag zelf niet wie de klanten eigenlijk regelde. Zij zag wel dat er iemand bij was met een telefoon. Dat is diegene van wie ik de naam niet wil noemen. Die andere was er vanaf het begin bij, ze heeft ons tegelijkertijd benaderd eigenlijk en hij wist precies was hij moest doen.
V: Wat waren de tijden dat ze werkte?
A: Verschillend, de ene keer kwam ze om 19:00 en dan weer om 23:00 uur en dan in de nacht. De advertentie stond altijd aan.
V: Er zijn aankopen gedaan in de advertentie accounts, zoals omhoog bellen etc, deze aankopen werden gedaan door middel van telefoonnummer [telefoonnummer 1] .
A: Ik heb ook wel eens omhoog gebeld, dat deed ik dan met mijn eigen telefoon. Ik weet het nummer niet meer. Die andere jongen belde ook omhoog.
V: Wat zijn je inkomsten per maand?
A: Ik had toen geen inkomsten.
V: Waar leefde je dan van?
A: Ja daar een beetje van, met daarvan bedoel ik de prostitutiewerkzaamheden van hen, daar betaalde ik wel een blowtje van of iets anders.
V: [rekeningnummer 1] . Herken je dit nummer? Het staat op jouw naam
A: Nee maar dat weten jullie wel.
V: Wie maken er gebruik van dit rekeningnummer?
A: Ik. Ik heb wel mensen laten pinnen voor mij maar niet uit handen gegeven. Ik heb gelezen dat er gestort is op mijn rekening dat zou kunnen dat dat een klant was.
V: We hebben een gesprek tussen jou en [benadeelde 1] gezien waarin jij zegt dat “zij voortaan het geld dat ze pakt van een klant aan hem moet geven, niet meer aan [verdachte] . 'Gewoon omdat jij van mij bent en niet van hem, had gister een beetje ruzie met hem. Niet tegen [verdachte] zeggen hierover'. (WhatsApp 24/10/17 19:08)
A: Dat zou kunnen, wat moet ik daar op antwoorden. Ik had heel vaak ruzie met [verdachte] . Ik was niet altijd degene die het geld aannam.
V: We gaan je nu nog wat vragen stellen over [benadeelde 2] . (…) Hoe ging dat eerste contact?
A: Tegen een jongen die ik ken van de buurt heeft ze gezegd dat ze wilde werken en dat ze het al eerder had gedaan. Maar dat ze bescherming wilde omdat veel klanten nep waren. Die jongen werkte gewoon dus die had geen tijd. Die jongen zei tegen haar ik weet iemand die daar toevallig mee bezig is en toen heeft hij haar mijn nummer gegeven. [benadeelde 2] heeft toen contact met mij opgenomen.
A: We hebben gewoon gepraat en gelachen, ik weet niet meer hoe het precies ging. Ik kreeg een relatie met haar. . Ik had toen nog wel contact met mijn neef. Ik was nog met die andere jongen maar toen het over ging met [benadeelde 2] had ik geen contact meer met hem.
V: Weet je nog wel op welke site [benadeelde 2] stond?
A: Ik gebruikte niet eens die site, alleen de mail. Ik had de inlogcode van de mail. Ik weet het mailadres niet meer. Ze stond volgens mij ook op [website 1] .
V: Hoeveel heb je verdiend met [benadeelde 2] ?
A: Niet veel omdat ze ook alleen maar bepaalde klanten wilde, heel veel wilde ze ook niet. Mijn deel weet ik niet maar in totaal misschien 4000/5000 euro.
Ten aanzien van feit 1:
3. Een proces-verbaal verhoor verdachte van 24 mei 2019, opgemaakt door mr W. Veldhuijzen van Zanten, rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Noord-Holland [los opgenomen].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 24 mei 2019 tegenover de rechter-commissaris afgelegde verklaring van
[verdachte] :
Ik ken het meisje met de achternaam [benadeelde 1] wel. Ik ken haar via iemand anders. Ik heb dat meisje via die persoon leren kennen. Het was in de auto van die andere persoon. Volgens mij had hij haar opgehaald. Mij werd gevraagd door hen om e-mails aan te maken. Ik heb verstand van computers. Die man en dat meisje hadden dat niet en daarom werd aan mij gevraagd om een advertentie aan te maken op de sekssite: [website 1] . Dat vroegen zij mij allebei toen tijdens die eerste ontmoeting in de auto. Ik heb een account aangemaakt en een advertentie gemaakt en geplaatst op die site. Het aanmaken van het account en het plaatsen van zo’n advertentie kost geen geld. Het heeft mij wel geld gekost om die advertentie omhoog te krijgen. Je doet dat door in te bellen. Of eigenlijk heb ik die e-mail naar mijn neefje gestuurd en hij heeft gezegd dat hij die naar [benadeelde 1] heeft gestuurd. Vervolgens kwamen er e-mails binnen van klanten. Die kwamen op alle mobiels binnen, ook die van mij. Zij zou eerst zelf reageren, maar ze wist niet goed hoe dat moest en daarom werd aan mij gevraagd om het contact met de klanten te doen. Ik deed me met haar toestemming voor als haar en maakte afspraken met klanten.
U vraagt mij wie afspraken maakte over welke seksuele handelingen verricht zouden worden. Ik kreeg een appje, stuurde dat aan haar door. Die man stuurde aan ons alle drie een bericht wat hij precies wilde. Soms reageerde ik, soms die andere man op het bericht van de klant als zij het te moeilijk vond om te reageren. De seks vond, volgens mij, meestal thuis bij de klant plaats. Die keren dat ik erbij was, was bij de klanten thuis. Ik zat als bijrijder in de auto, die andere man reed. Een of twee keer dat ik erbij was hebben we haar opgehaald op een parkeerplaats. De andere keren had die andere man haar al opgehaald.
Het klopt dat mijn bijnaam “ [verdachte] ” is.
Het klopt dat er drie keer geld van klanten is gestort op mijn rekening. Ik heb een ABN-AMRO rekening en zij niet en daarom vroeg ze of die klant het op mijn rekening kon storten. De klant betaalde aan [benadeelde 1] . Ik kreeg af en toe 20,- of 30,- euro of 1 gram of 2 gram hasj per dag.
Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] is het nummer van de werktelefoon.
Als [benadeelde 1] bij een klant was bleven wij wachten in de auto. Als ze klaar was nam ze contact op met die andere man. Dan reed hij naar het huis om haar op te halen. Ik zat er dus als bijrijder bij.
De naam [naam 1] is volgens mij de naam van het account op [website 1] . Mijn bankrekeningnummer is [rekeningnummer 2] .
Het klopt dat op enig moment uit mijn mond is gefloept dat de account bij [website 1] mij 3.000,- euro had gekost.
Het klopt dat het mobiele nummer eindigend op [telefoonnummer 1] op 18 november 2017 ‘s nachts in Edam/Volendam was tegelijk met het nummer van [benadeelde 1] . Zij had daar met een klant afgesproken. Ik was mee als bijrijder naar die klant. Er is toen 200,- euro door die klant op mijn rekening overgemaakt. Door [naam 3] en [naam 4] zijn geldbedragen op mijn rekening gestort op verzoek van [benadeelde 1] .
4. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1100-2017202948-1 van 1 oktober 2017, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 3] en [verbalisant 4] [doorgenummerde pagina’s E.1].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisanten (of één of meer van hen):
Op 20 september 2017 omstreeks 23.58 uur kregen wij de melding van het operationeel centrum te gaan naar de kruising Twiskeweg/de Weer te Zaandam, gemeente Zaanstad.
Aldaar zou een jongedame staan die door een jongeman uit de auto was gezet en thuis hoorde in Heerhugowaard.
Wij, verbalisanten, zijn ter plaatse gegaan. Wij werden aangesproken door een jongedame welke ons opgaf te zijn genaamd:
[benadeelde 1] , [benadeelde 1]
geboren [geboortedag 3] 1999
[adres 3] .
[benadeelde 1] vertelde ons dat zij woonde in een instelling die [instelling] heet. Verder vertelde zij ons dat zij sinds een paar weken contact heeft met een jongen die [medeverdachte] zou heten. Zij vertelde ons dat zij dagelijks door [medeverdachte] opgehaald wordt en dan naar mannen wordt gebracht om daar sex met ze te hebben. [medeverdachte] incasseert het geld en [benadeelde 1] krijgt daar niets van.
[benadeelde 1] vertelde ons dat zij vandaag wederom door [medeverdachte] opgehaald is en naar Zaandam is gebracht in de buurt van de Weer. Zij werd daar naar een klant gebracht. [medeverdachte] heeft 250 euro van de man gekregen en ging daarna weg. [benadeelde 1] heeft toen sex gehad met de man en is daarna naar buiten gegaan. [benadeelde 1] vertelde dat zij van [medeverdachte] nog 100 euro extra moest proberen te krijgen maar dat dit niet was gelukt. Zij heeft dit aan [medeverdachte] bericht en daarop werd zij niet door hem opgehaald.
[benadeelde 1] heeft uiteindelijk de politie gebeld omdat zij niet wist waar zij precies was en niet zelf naar huis kon.
5. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2017255423 van 9 maart 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] [map D doorgenummerde pagina’s 7-44].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 15 februari 2018 tegenover [verbalisant 6] , brigadier van politie van de Eenheid Noord-Holland, afdeling Zeden, gecertificeerd zedenrechercheur en gecertificeerd in het horen van betrokkenen in kindvriendelijke studio’s, afgelegde verklaring van
[benadeelde 1]:
V: Waar wil jij aangifte van doen?
A: Omdat ik gedwongen aan het werk ben.
V: En op welk gebied ben je gedwongen aan het werk?
A: Seksueel, prostitutie.
V: Vertel eerst maar wat je kwijt wilt.
A: Het begon allemaal eerst met een jongen die ik heb ontmoet via [website 2] . Daar had ik eerst contact mee. Dat was familie van hun. Ik zocht gewoon een relatie en zo. Hij zei ook, ‘ik zoek geen relatie, ik ben binnenkort druk en heb geen tijd, ga maar met mijn neef chillen, wat doen’. Maar het was niet zeg maar chillen, het was meer een beetje klooien. Het was gewoon meer misbruiken. Mij naar klanten sturen. Ik was van 12 uur 's nachts aan het werk tot meestal 4 uur, 5 uur 's ochtends en meestal tot half 7. Het was gewoon geen pretje, er waren heel veel klanten die bij mij wilden komen.
V: Wanneer is het begonnen, welke maand?
A: September.
V: Laten we beginnen met dat je een jongen leert kennen.
A: Ik heb eerst contact gehad met [verdachte] op [website 2] en daarna heb ik nummer uitgewisseld. (…) hij had het ook heel druk en dan had hij me overgeplaatst naar zijn neef, dat ik wat met zijn neef moest doen. Zo ben ik dan in de prostitutie gekomen.
V: Nou zeg jij eerst, ‘dat je met zijn neef ging chillen’. Dus eerst noem je één neef?
A: Ja, het waren er twee.
V: Het waren er twee, hoe heten die?
A: [medeverdachte] en [verdachte] .
V: En wat is [medeverdachte] voor jou gaan betekenen?
A: Hij is het ergste...dat is het ergste.. Het is een blik, ik wil er gewoon niet aan denken, maar hij heeft me heel vaak misbruikt enzo. Dat ga je niet vergeten. (…)
V: Moest je van hem ook met klanten, kreeg je via hem klanten?
A: Ja.
V: Wanneer is dat begonnen met die klanten, of hoe kwam dat dat er een keer klanten kwamen?
A: Dus ik zeg: “Ik wil seks werken". Gewoon met een lachje erbij. Ik wist niet dat ze zo serieus waren.
Dat ie mij uit die auto pikte en dat ie mij begon te betasten en zei: “Dit gaat hem worden, je bent best wel mooi en doe niet zo verlegen, een beetje onzeker, je bent best wel mooi en ...”
Toen gingen we weg, achter die park en toen moest ik seksuele dingen bij hem doen, zonder dat ik het.. Ja, tegen mijn wil.
V: Over wie heb je het dan?
A: [medeverdachte] ..
V: Maar hoe gaat dat als je het met klanten gaat doen, hoe is dat begonnen?
A: Hij is gewoon een advertentie aan het zetten met mijn foto's en die foto’s werden dan waarschijnlijk door [verdachte] , die werden dan allemaal doorgestuurd.
A: Dus die foto’s komen op die site te staan. En mijn naam werd dan een beetje verzonnen, hoe ik eruit zag en mijn leeftijd werd verzonnen. En mijn echte foto’ s van mijn lichaam werd erop gezet. En ze konden bellen en ze konden afspraken maken en soms dan was het mailen van, ‘ja, mag ik met haar een uurtje dit of dat’, of ‘Hé hallo’, weet ik veel, allemaal dat soort verhalen. Dan gingen ze gewoon op die manier contact met mij houden. Ze hebben eigenlijk contact met die jongens en die jongens zeggen ook nooit wat ik precies moet gaan doen. Er wordt gewoon iets afgesproken en ik stap in, of ik wordt afgezet bij iemand zijn huis, klaar... Je moet vooraf betalen en dan moet ik seks hebben of dan moet ik dit of dat doen, soms condoom, soms zonder...
V: En aan wie betaalde die klant?
A: Die gaven het geld aan mij en ik moest het inleveren. Bij hun.
V: Om hoeveel geld ging het dan per klant?
A: Soms tot 200.
V: En wat moest je dan doen voor die 200?
A: Soms moest ik een uurtje blijven, soms twee uurtjes. Dan moest ik seks hebben...anaal, zonder condoom, met condoom..
Vaginaal, pijpen... dat soort dingen.
V: En als je dan bij iemand thuis zat, hoe werd dan geregeld datje weer uit dat huis kwam?
A: Als de afspraak klaar is voor hem en dan heb ik mijn geld.
V: En wie bel jij dan op?
A: Ik bel die jongens op zo van ‘Ik ben klaar'.
V: Bel je [medeverdachte] ook?
A: Ja, die bel ik dan op.
V: En dan?
A: Dan komen ze aanrijden en dan stap ik in en het eerste wat ze vragen is: “Is het goed gegaan?” En dan moest ik het geld inleveren en zo ging het de hele tijd door.
En soms moest ik bewijzen bij hem, als hij alleen was met mij, hoe ik het bij de klant doe, hoe ik seks heb met hem, hoe ik hem ging pijpen en dat ik bang was of zo, weet ik het...
Dat ik echt werk deed, dat moest ik hem laten zien. Want hij wilt niet dat het wordt gezien als gedwongen... ...maar het is gedwongen, weet je...
V: Moest je in het begin het geld ook al afgeven?
A: Ja.
V: Je hebt nooit wat voor jezelf gehad?
A: Ja, soms had ik wel wat voor mezelf.
Het is gewoon een manier voor hem om te laten zien dat het ongedwongen is. Dat ik ook wel wat krijg.
V: Kun jij mij uitleggen waarom jij dit gedwongen voelt?
A: Omdat ik af en toe geslagen word en dat ik er echt per sé moet staan en dat ze gaan ophalen.
V: Was je alleen met [medeverdachte] ?
V: Ja ...kun je mij vertellen, wat er met je zou gebeuren als je het geld niet aan hun gaf, of niet aan [medeverdachte] gaf?
A: Ik moest het standaard geven, of hij keek me met een blik aan van ‘Geef!’ Weet, zonder iets te zeggen, gewoon een beetje strenge blik.. En hij schoot met zijn ogen, met grote ogen naar me en toch denken van ‘Ik ga het geld geven’, gewoon omhoog...of hij kneep in mijn been, en ja... toen gewoon geven. En hij ging ook mijn portemonnee.. dus hij kreeg die hele portemonnee... van nou.. En ze gingen ook checken dat er geen geld over was, dus hij pakte het hele bedrag eruit.
V: Hoe kan [medeverdachte] nou weten, dat jij een klant hebt gehad voor 200 euro, door jou..?
Hoe weet [medeverdachte] dat die man voor 200 euro voor jou betaald heeft.
A: Hij stond bij de deur en ik stond ernaast en die man, de klant gaf het bedrag aan hem en hij ging het afsluiten en hij ging ermee vandoor. ‘Ik zie jullie straks wel' ... Ik ging naar binnen, zo was het afgesproken en zo is hij dan dus opgelicht..
V: Ooh . dus voordat je met de klant aan het werk ging, had die klant het geld al betaald?
A: Ja, het was gewoon vooraf betaald.
V: Maar kwam het ook voor dat de klant aan jou betaalde?
A: Ja, het was maar één keer dat ie daar bij de deur kwam. Dat was één keer maar. Dat geld kreeg ik zelf in mijn handen, dat moest ik in mijn portemonnee doen.
V: Hoe wist [medeverdachte] dan, dat jij zoveel geld van een klant had gekregen?
A: Omdat hij in de mail ziet, hoeveel die klant hebt betaald. Elke keer is er een klant en dan geef ik mijn geld aan [medeverdachte] en zo gaat het elke keer met de klant door, terwijl het leeg is en dan weer vol. Het is maar één bedrag, dus je hebt maar één ….euh …ja…
A: ik heb ook twee soa’s van al die klanten gehad!
V: Hoeveel heb je er gehad?
A: Heel veel, heel veel..!
V: Kun je ongeveer...
A: Ik weet niet het getal, maar het zijn er wel veel, die ik heb gezien, die in mij zijn geweest.. Ik heb twee SOA’ s gehad en ook al heb ik SOA, ik moét daar klaar staan...
En ik moet weer aan het werk, ik moet dit, ik moet dat, anders gebeurt er dit, anders gebeurt er dat..
V: Ja, benoem eens, anders gebeurt er dit, wat zou er dan gebeuren bij dit?
A: Nou, gewoon bedreiging, dat ik online word … foto’s van mij…!
V: Hoeveel klanten had je op een avond?
A: Tja... .Ik was in de middag, dan had ik er meestal 10 of zo.. En in de nacht heb ik er heel veel. Dan werkte ik tot half 7 ‘s ochtends, of tot 5 uur 's ochtends...
V: Kun je ook vertellen waarom het is gestopt?
A: Toen mijn telefoon werd afgepakt. En ik zat in een afkoelruimte zat ik dan, omdat ik ruzie heb gehad met een vriendin.
V: Waar was die ruimte?
A: Was gewoon op mijn verblijfplek, dat ik met haar ruzie had..
V: Nou, dat bedenk ik me ook in ene...Dan zit jij in een instelling en dan... Hoe weet jij dat je naar die jongen toe moet?
A: Door berichten op mijn telefoon. Want ik heb daar juist Wifi... het is...
V: En wat staat daar dan op, op je telefoon?
A: Eum, 'zorg datje klaar staat’. Als ik niet reageer, ‘Waar ben je, waar ben je’.. belt ie me de hele tijd op.. Van bellen en sms-en en berichten en What’s appen en bellen en video-callen.. Gewoon heel gek doen! ik schrik er gewoon van, want hij is de enigste, hun zijn de enigste die mij bellen.
V: Kreeg jij condooms?
A: Ja, dat moest ik geld van de klanten, van dat geld moest ik dan zelf condooms halen.
A: Als er bijvoorbeeld een klant is en ik heb dan geen condooms, dan zegt ie, ‘ja, heb je dat niet gehaald’ en dit en dat.. En dan moet ik het zonder condoom doen, terwijl gewoon…
V: Wie zegt dat?
A: [medeverdachte] ... moeten we het zonder condoom doen.. ‘En dan moet je het eerder zeggen, nu ben je te laat..’
V: Je IQ is laag?
A: Ja, dat..
V: Een licht verstandelijke beperking?
A: Ja, dat.
V: Wat ik wil weten... wisten die jongens dat je op die instelling zat?
A: Waar ik nu woon? Ja, dat weten ze.
V: Maar wisten ze dat al, voordat ze met jou kennis maakten?
A: Nee, dat heb ik tegen hun gezegd dat ik daar woon.
6. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2017255423 van 2 mei 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] [map D doorgenummerde pagina’s 45-97].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 29 maart 2018 tegenover [verbalisant 6] , brigadier van politie van de Eenheid Noord-Holland, afdeling Zeden, gecertificeerd zedenrechercheur en gecertificeerd in het horen van betrokkenen in kindvriendelijke studio’s, afgelegde verklaring van
[benadeelde 1]:
V: En wat je me net liet zien, dat rekeningnummer met de naam d’r bij.
A: Ja. Ja. Ja. [verdachte] , of eh eh de voornaam van [verdachte] . Eh o, wacht effe.... Hier...
Opmerking verbalisant: De aangeefster toont de verhoorster iets op haar telefoon.
V: Dat is [verdachte] . En dat is met een [verdachte] en een [verdachte] .
A: [verdachte] . En dan is dit z’n afschrift zeg maar.
Opmerking verbalisant: De aangeefster wijst naar het beeldscherm van haar telefoon.
V: Dit is z'n af-..,z’n rekeningnummer.
A: En waar, waar klanten... Ja... waar klanten zeg maar die eh geld eh...
V: ...op moesten betalen.
A: Sommige gingen echt eh eh.. zeg maar sommige gingen geld overmaken en dat moest per se op die rekening.
V: Ja.
A: En dan moest ik dit eh aan hun laten zien. Maar dan had ik dit weggehaald en dan moest ik dit aan hun laten zien van eh daar moet je het overmaken.
V: [rekeningnummer 2] .
A: [rekeningnummer 2] . Ja, klopt.
A: Ja. Dus ik heb ook een bewijs daarvan. Dus ook een foto van een klant die eh zeg maar eh eh kijk eh [verdachte] die heb dus niet eh ja, die voorin zat, die als [verdachte] wordt genoemd, die zat dus voorin en die ging dus met die klant praten. En eh toen werd die rekening zo aan hem eh ge... Moest ik ook foto van maken dat ik het echt heb gedaan.
A: [verdachte] . Hij heeft me ook wel echt vies geslagen..heeft ie..
V: Ja, wat kun je...
A: In m’n ribben.
V: Wat kun je vertellen (…)
A: Als er eh gebeld wordt dan wordt het hier keihard naar eh geslagen, dan moet ik het opnemen. ..dus...
Opmerking verbalisant: Bij het uitspreken van bovengenoemde woorden brengt de aangeefster haar telefoon ter hoogte van haar linkerschouder en demonstreert zij hoe zij geslagen werd. Dit doet ze door met haar telefoon op de plek tussen haar hals en linkerschouder te slaan.
V: Wat heb je nog meer met hem meegemaakt?
Opmerking verbalisant: De aangeefster wijst bij het uitspreken van bovengenoemde woorden naar de afgedrukte versie van foto 2 en 7, die op tafel liggen (het hof begrijpt: de foto’s van [verdachte] ).
A: Bedreiging. Eh veel bedreigingen.
V: Waarom?
A: Omdat eh omdat ik wou gaan stoppen of zo. Of ik had er geen zin meer in. Of dat hij het zat was, omdat ie al, al de, al de eh zeg maar omdat ie al de mails en dat soort dingen regelt. En daar wordt ie zat van en dan reageert ie dat op mij af. Hij is normaal heel stil, maar de laatste tijd is ie heel boos en eh met dat schreeuwen, uitschelden, dit.
V: En met betrekking tot het verdiende geld, speelde hij daar nog een rol in?
Opmerking verbalisant: de verhoorster wijst bij het uitspreken van bovengenoemde woorden naar de afgedrukte versie van foto 2 (het hof begrijpt: de foto van [verdachte] ).
A: Ja.
V: Wat?
A: Hij regelt de mail en de klanten van mij. En de geld eh de contant geld ging in [medeverdachte] z’n zak. En eh en als het, als het eh gepind moest worden ging het bij hem op de pinpas, dus moest het overgemaakt worden naar de pinpas.
Opmerking verbalisant: bij het uitspreken van de woorden 'ging het bij hem op de pinpas', wijst de aangeefster naar de afgedrukte versie van foto 2.
V: Naar zijn rekeningnummer?
A: Ja.
V: Ja. Om hoeveel geld zou het gaan in totaal?
A: Wel veel geld. Nou, dat zou ik niet weten, maar het is wel veel hoor.
V: Wat voor bedrag heb je gehoord?
A: Een groot bedrag, dat weet ik niet meer precies, oké?
V: Nee, oké. Nee, oké.
A: Het is gewoon wel een doos vol, dat ze dat zeiden. Maar die geld ging alleen maar naar ergens anders. Elke keer was het op en dan moest ik het opnieuw verdienen. Nou, het is een best bedrag..
V: Heeft hij die maanden een rol gespeeld?
Opmerking verbalisant: De verhoorster wijst bij het uitspreken van bovengenoemde woorden naar de afgedrukte versie van foto 2 (het hof begrijpt: de foto van [verdachte] ).
A: Hij was er altijd bij. Dat was geen inval, hij was er altijd bij. Net zoals [medeverdachte] , zij waren altijd er bij. Altijd. Was nooit een inval, nooit.
V: Ehm... Weet jij ook de telefoonnummers van al die jongens?
A/V: [medeverdachte] [telefoonnummer 2] .
A/V: [verdachte] [telefoonnummer 1]
V: Ja. Weet je, weet je, kun je wel plaatsen vertellen waar je geweest bent?
A: Ja, overal, overal. Sint Pancras, Egmond aan zee, eh hotel in Heerhugowaard, paar keer. Eh tennisbaan, bij Heerhugowaard. Eh, een parkeerplaats was daar. En eh wat nog meer eh bij de [winkel] in Heerhugowaard. Eh ergens eh ook bij mensen thuis. Eh, Amsterdam. Eh ja, in Alkmaar heel veel. Bijna in Hoorn ook. Eh, heel veel plekken was het, ja, heel veel plekken.
V: Ja. Nou, je kan d’r wel heel wat noemen.
A: Ja. Ja. Ook industrieterrein en eh afgelegen plekken en eh een beetje waar, waar alleen maar gebouwen aan het werk zijn en dat soort dingen, gewoon industrieterrein.
V: Werd van tevoren afgesproken wat je bij zo’n klant zou doen?
A: Nou, het wordt wel afgesproken van ja, eh ‘je gaat zonder condoom'. En dan hoor ik van die eh klant dat je gewoon met condoom moet doen. Dan wordt het hele gezeik. Of eh zeggen ze bijvoorbeeld, ‘ja, je mag, je, je, je moet maar één uurtje’. En dan hoor ik van die persoon dat ik drie uurtjes moet. En soms hoor ik dat ik gewoon moet slapen bij hem. Ja, het is allemaal gewoon eh...
V: Hé en wie bepaalde het bedrag dan, wat er betaald moest worden?
A: [medeverdachte] .
V: Hoe deed ie dat dan?
A: Eh via mail van [website 1] . Eh krijgt ie daar allemaal mails en dat soort dingen. Eh en dan krijgt ie, krijgt ie in z’n mailbox van al die mensen die willen afspreken en of ze tijd hebben, of, of ik tijd heb voor ze. En eh toen word en dan wil eh vragen die mensen wat ze kunnen bij mij, wat ze bij mij kunnen doen. En eh het wordt zeg maar op zo’n manier gedaan alsof ik dat persoon ben op dat e-mail. Maar het was gewoon, het is gewoon [medeverdachte] en die doet zich voor als een vrouw, dan weet je wel. ‘Ja, is goed, lekker, geil. Oké, is goed, om 2 uur, kom maar’.
A: En dan wordt er zo’n bedrag opgegeven. Ja en dan moet ik eh dan krijg ik een belletje en dan moet ik eh word ik eh... Dan spreek ik met [medeverdachte] af en dan ga ik eh naar die plek toe en eh zet ie me daar af. En dan moet ik naar die... Moet ik wachten en dan komt er een jongen naar me aanlopen, of een oude man, of weet ik veel.
V: En, en, en, en het bedrag wat dan betaald moest worden, dat deed [medeverdachte] ook?
A: Ja.
V: Maar wat blijft er dan over van het bedrag?
A: Drie uurtjes is gewoon wat hij, het hangt er af wat hij wil bij mij. Wilt ie me neuken, wilt ie eh eh zonder of con- zonder of met. Wilt ie me eh wilt ie eh mij laten vingeren of weet ik veel.
V: Ja, maar als je...
A: en dan komt het geld alleen maar bij en bij en bij. Dus dan komt een groter bedrag en dat moet hij dus contant aan mij als eerst geven, vooraf betalen.
V: Ja. Ja.
A: En dan doe ik het in zo’n tasje. En als en als ik weer bij hem instap moet ik het geld heel snel aan hem geven. Gewoon alles. En hij wilt ook gewoon voor de zekerheid... Soms pakt ie die tasje van me af en om zeker te weten dat er geen geld er nog in zit. Dus alles moet aan hem, weet je eh alle geld moet naar hem toe.
V: Ja.
A: Dus ja, dan komt eh, pingeld, want die moet dus overgemaakt worden naar eh die eh man.
V: Hoeveel kreeg je uiteindelijk van [medeverdachte] dan weer? Of hoeveel mocht je houden?
A: Nou, ik kreeg meestal eh eh rookgeld. Dus daar kon ik van roken en ook condooms van halen. Dat moest.
A: En dan eh die papiertjes, die tissues d'r bij. Oké, klaar. En soms was het ook gewoon een groot bedrag, ik denk 100 euro of zo. Soms 50 euro. Ja, het meest 50 euro, 10 euro, 20, zo, zoiets. En was maar één keertje, was één keertje maar eh 100 euro volgens mij.
V: Dat je kreeg? Dat je mocht houden?
A: Ja, bijna 100 euro, plus die geld wat ik nog over bij eh had.
V: Maar had je misschien ook kunnen besluiten om niet om 11 uur uit de instelling te gaan?
A: Ja, dat heb ik allemaal besloten, maar toch krijg ik allemaal bedreigingen naar m’n hoofd. En eh gewoon geschreeuw. De hele tijd bellen. En toen heb ik mijzelf laten eh gewoon overgaan, ga toch maar. Ik laat me gewoon eh ja, ik word er gewoon bang van en gewoon boos, teleurgesteld eh verdrietig en dan, dan ga ik wel.
V: Mocht jij in het begin ook wat geld houden? Meer dan bijvoorbeeld op het end?
A: Ik heb in het begin geen geld gehouden hoor. Nee.
V: Je hebt de vorige keer ook verteld dat je geslagen werd en geknepen.
A: Ja. ..dat gebeurt hè..
V: Wat wilden ze daarmee bereiken?
A: Om me stil te houden, denk ik. Laten zien wie de baas is.
V: Dus jij denkt, om je stil te houden.
A: [medeverdachte] ging heel vaak op m’n been heel hard klap geven en dan eh, hij had gewoon een handafdruk. Of in m'n been heel hard knijpen tot ik zeg ‘ja, ja, ja, is goed’
V: Wat moest je dan goed vinden?
A: Of ik ga nog door en dat soort dingen.
V: Ga nog door met wat?
A: Met het werk en eh … gewoon met het werk en gewoon, gewoon door.
V: Nee. Maar ik snap wel dat deze vragen... Maar daar hebben we het vorige keer ook al zo over gehad eh, watje ongeveer verdiende per klant, hoeveel geld je per klant kreeg. Maar ik snap ook dat dat afhankelijk is...
A: Soms 100 euro, soms 150, soms meer, soms minder, soms het hangt er af joh!
V: Want dan, dan, dan eh... Hoeveel klanten had je gemiddeld?
A: In de nacht had ik best wel veel. Ik denk wel zeven of acht, soms tien. Ja, tien. En eh, overdag, er zijn er ook wel veel, maar er zijn ook mensen die dan afzeggen, dus ik weet niet wat die fucking eh, ..kankergetal is
V: Hé en als we het dan over de gemiddelde klanten hebben, hoeveel klanten betaalden d’r cash aan jou, of maakten het over op de rekening?
A: Rekening heel weinig. Maar eh contant heel veel. Klaar, opgelost.
V: En dat contante ging naar [medeverdachte] ?
A: Ja, naar hem, ja.
V: Oké. Wie is [naam 1] ?
A: Dat ben ik!
V: Oké.
A: Ja, nou. Dat is m'n eerste account. De tweede account [naam 5] . [naam 5] .
V: Oké.
A: Ja.
7. Een proces-verbaal met nummer 2017255423 van 23 april 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 7] [losse bijlage, pagina’s 1-42].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 8 maart 2021 tegenover verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 8] afgelegde verklaring van
[benadeelde 1]:
P: Ja. Hé, en uh.. over wie hebben we het waartegen een Rechtszaak is geweest?
A: Ja.
P: Wie zijn dat?
A: Tegen [medeverdachte] (fon) en [verdachte] (fon). Twee neven van elkaar. Eén van 25 en 24, 23 jaar? In die richting destijds.
P: Ja, weet je nog dat we het de laatste keer met die geeltjes deden?
A: Ja.
P: Dat het duidelijk was over wie we het eerst hadden en..
A: Ja, want ze hebben ook bijna dezelfde achternaam.
P: Heb jij je blauwe plekken wel eens laten zien aan iemand?
A: Ja.
P: Aan?
A: [naam 6] had ik het laten zien. Aan [naam 7] had ik het laten zien, aan de begeleider had ik het
uiteindelijk toen wel later laten zien.
8. Een proces-verbaal bevindingen huisarts [benadeelde 1] met nummer 2017255423 van 3 juli 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 9] [map D, doorgenummerde pagina’s 111-113].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
[huisarts] is als huisarts verbonden aan het [instelling] , [adres 4]
. [benadeelde 1] heeft haar een aantal maal bezocht vanaf het moment dat zij daar verblijft. Hierop zijn er bij [huisarts] gegevens opgevraagd uit het medische dossier van [benadeelde 1] .
Op 2 oktober 2017 heeft [benadeelde 1] de huisarts bezocht. [benadeelde 1] heeft aan de arts verteld dat zij het weekeinde voorafgaand aan 2 oktober 2017 ongewenst seks contact heeft gehad. Dat is het weekeinde van 30 september en 1 oktober 2017.
Vervolgens heeft [benadeelde 1] op de volgende data een afspraak met de huisarts [huisarts] ;
• 3 oktober 2017
• 16 oktober 2017
• 23 oktober 2017
Tijdens deze afspraken komt steeds de angst voor SOA en zwangerschap ter sprake.
Op 23 november 2017 geeft de door de huisarts afgenomen SOA test de uitslag dat [benadeelde 1] de geslachtsziekten gonorroe en trichomonas heeft.
9. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2017255423 van 13 juni 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 10] en [verbalisant 9] [map G, doorgenummerde pagina’s 10-14].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 13 juni 2018 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van
[naam 7]:
V: Hoe lang ken jij [benadeelde 1] ?
A: Ik ken haar nu ongeveer 1 jaar, zo lang zit ze ook bij ons. Ik ben nu ook haar cliëntbegeleider geworden.
V: Weet jij wanneer de vermoedelijke uitbuiting van [benadeelde 1] heeft plaatsgevonden?
A: Ik bedacht mij dat het rond september 2017 was, [benadeelde 1] heeft het aan collega's verteld. En ik moest werken die avond en toen heeft zij mij ook het een en ander verteld.
A: Mijn collega’s vertelde tegen mij dat het niet goed ging en dat [benadeelde 1] dingen moest doen wat niet goed was. En met niet goed was, bedoel ik seksuele dingen. Ze heeft aangegeven aan de collega’s dat ze contact had met meerdere jongens en dat het niet goed ging. Er waren ook vermoedens dat het niet goed ging met haar, samen met een medebewoner. De medebewoonster is [naam 6] .
’s Avonds wilde ze met mij een gesprek aan gaan en toen vertelde [benadeelde 1] het tegen mij. Dat de periode voor haar een hel was.
V: Wat heb jij gemerkt?
A: [naam 6] en [benadeelde 1] gingen samen de deur uit en kwamen ook laat terug. Ze gingen na 22.30 de deur uit, nadat wij naar bed waren. En kwamen rond 5 uur of half 6 terug. We zijn dan wel aanwezig maar niet zichtbaar.
V: Heeft ze iets verteld over wat ze ermee verdiende?
A: Ze stond online op een website daar stonden geen prijzen bij, alleen een telefoonnummer. Dat kwam ter sprake en ik ben nieuwsgierig dus ik ben het gaan opzoeken. Ik vond haar advertentie ook. Ik herkende haar op de foto.
V: Heb je ooit letsel gezien bij haar?
A: Ze heeft blauwe plekken laten zien op haar zij.
V: Was het voor jou een bevestiging dat zij mishandeld was?
A: Het waren rode plekken, je kon zien dat het van een vuist of hand was geweest. Het was duidelijk dat het door iemand was toegebracht.
10. Een proces-verbaal bevindingen met nummer 2017255423 van 9 augustus 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 10] [map E, doorgenummerde pagina 112].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
[naam 7] is werkzaam bij [instelling] en de cliëntbegeleider geweest van [benadeelde 1] gedurende de delictsperiode.
Aan [naam 7] is de vraag gesteld of hij kon achterhalen wat exact de datum is geweest wanneer haar telefoon is afgenomen door medewerkers van [instelling] . Tevens gevraagd of hij de datum kon achterhalen wanneer hij gezien heeft dat zij heel vaak is gebeld en geappt.
Hieronder het antwoord van [naam 7] :
“ [benadeelde 1] is op 26-11-17 gesepareerd op [plek 1] . Dit houdt in dat ze geen spullen meer heeft gehad vanaf dat moment. Wij hebben gezien dat ze op dat moment een aantal keer gebeld is door -soldier- en een bericht heeft gekregen met “waar ben je”. Ze is op de avond van 26 en 27 november verhuisd naar [plek 2] (gesloten afdeling) om daar te verblijven in de separeer.
11. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2017255423 van 18 september 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 11] [map G, doorgenummerde pagina’s 15-20].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 18 september 2018 tegenover [verbalisant 12] en [verbalisant 11] afgelegde verklaring van
[naam 6]:
V: In dit mensenhandel onderzoek is jou naam naar voren gekomen. Kan je daar iets over verklaren?
A: Ik ken wel een meisje die daar in zat. Dat was [benadeelde 1]. Zij ging met verkeerde jongens om en toen wilde ze ineens geld verdienen. Ze heeft eerst meegewerkt, maar later werd ze gedwongen.
[benadeelde 1] noemde de namen [verdachte] en [medeverdachte] en een van de achternamen was [naam 8] en een ander heette [medeverdachte] (fon).
A: Ik ben ook een keer meegegaan en de jongens vroegen aan mij ook of ik geld wilde verdienen. Dat wilde ik niet.
V: Wat bedoelden ze met geld verdienen?
A: Seks, dat was voor mij wel duidelijk.
A: Hoe wil je geld verdienen, toen kwamen ze met een paar opties, op een site zetten, dan praten met iemand en dat zij hem dan zouden rippen. Of gewoon seks.
V: Met wie zat je in de auto?
A: Met [verdachte] , [medeverdachte] , [benadeelde 1] en ik.
V: je noemt [verdachte] , wie is dat?
A: Hij is de baas of zo, hij is ook getrouwd met een Nederlandse vrouw, hij woont in [plaats 1] . Hij is klein van stuk, heeft wel een grote mond. Kan bedreigend overkomen en gaat dan vriendelijk doen, om niet bedreigend over te komen.
V: Waarom denk je dat hij de baas is?
A: Hij had telefoons, hij regelde klanten, en hoe hij over kwam. Die andere was meer met haar aan het spelen. Ik bedoel [medeverdachte] met die andere. Hij wilde denk ik dat zij verliefd op hem werd of zoiets.
V: Hoe zou je [medeverdachte] omschrijven?
A: Lelijk, dik krulletjes. Hij was onbeschoft, respectloos, aan je zitten. Hij was een volwassen iemand met een achterstand. Niet goed in ieder geval.
V: Regelde [medeverdachte] ook wel eens klanten?
A: Hij had haar op een site gegooid en regelde zo klanten. Dan zei hij tegen [benadeelde 1] hoe laat en waar ze moest komen. Met hij bedoel ik [medeverdachte] , of [verdachte] ze waren altijd met z’n tweeën.
V: Had jij het idee dat ze werd uitgebuit?
A: Ja zo wie zo dat voor 100%. Ze gebruikten haar zwaar voor alles. Zij kreeg maar 20 euro, terwijl die man waarschijnlijk 200 had betaald, er klopte gewoon niets van.
V: We gaan naar de eerste keer dat je in de auto zat, dat ze toen iemand moest pijpen, hoe zat dat?
A: Ze [medeverdachte] uit de auto en toen ze terug kwam ging ze lachen. Ik hoorde dat [medeverdachte] zei dat ze het wel goed kon en haar haar zat raar, alsof hij haar haar had vastgepakt. Toen vroeg ze of ze was goed gekeurd en [medeverdachte] zei dat ze was goed gekeurd.
V: Heb jij wel een letsel gezien bij [benadeelde 1]
A: Ze had op haar zij wel eens letsel, ze had wel pijn. Ze vertelde me dat ze haar pijn hadden gedaan. Ik heb op haar linkerzij en onder haar borst wel eens blauwe plekken gezien.
O: Getuige geeft aan dat [benadeelde 1] en [medeverdachte] anders geschreven moeten worden en de juiste spelling betreft: [benadeelde 1] en [medeverdachte] .
12. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2017255423 van 27 september 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 11] [map G, doorgenummerde pagina’s 31-36].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 18 september 2018 tegenover [verbalisant 12] en [verbalisant 11] afgelegde verklaring van
[naam 6]:
V: Weet jij iets over de schulden die [benadeelde 1] heeft?
A: Bij wie? Nee volgens mij heeft ze geen schulden.
V: Zou het kunnen dat zij een geld schuld had bij [medeverdachte] of [verdachte] ?
A: Nee, omdat hij meestal het geld meteen gaf. Zij kreeg de helft en hij hield de helft. Dat werd later steeds minder en minder. Ze heeft me dat verteld en ik heb ook gezien dat het geld steeds minder werd.
13. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 2017255423 van 20 september 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 13] en [verbalisant 14] [map G, doorgenummerde pagina’s 26-28].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 20 september 2018 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van
[naam 3]:
Bij aanvang van het verhoor deelden wij aan de getuige het volgende mede:
Wij draaien op dit moment een mensenhandel onderzoek en jouw naam komt naar boven als mogelijk contact van een verdachte.
De getuige verklaarde:
A: Dit zou kunnen omdat ik wel eens een meisje heb gebeld.
V: Op wat voor manier kwam jij met een meisje in contact?
A: Ik heb wel eens een site bezocht en zo kwam ik in contact.
V: Via welke site was dit?
A: Dit was via [website 1]
V: We praten over de periode van eind 2017. Zou dit kunnen?
A: Ja dat zou kunnen.
V: In het onderzoek is gebleken dat vanaf jouw rekeningnummer geld is overgemaakt naar 2 verschillende personen.
V: De data van de overboekingen waren van het laatste kwartaal van 2017. Dit was in september, oktober en november.
A: We spraken ergens af, hadden gemeenschap en dan was het klaar.
V: Dit was in het totaal 5 keer.
V: Weet je nog om wat voor bedragen het ging?
A: Het ging altijd om een bedrag van de 60 euro.
V: Hoe ben je met haar in contact gekomen?
A: Via dezelfde site. Ik heb het geld naar 2 rekeningnummers overgemaakt.
V: Wie gaf jou het rekeningnummer?
A: Volgens mij kreeg ik het via de app.
A: Ik wil ook nog aanvullend zeggen dat ik ook een keer met haar had afgesproken en dat ze in tranen was. Er is toen geen seks geweest en we hebben alleen gepraat. Ik heb haar toen gevraagd of ze het wel vrijwillig deed.
14. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer 2017255423 van 3 september 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 5] [dossiermap E, doorgenummerde pagina’s 151-155].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
Op 4 juni 2018 zijn de historische financiële gegevens opgevraagd van het rekeningnummer van verdachte [verdachte] , namelijk:
- [rekeningnummer 2] - van 1 januari 2017 tot en met 31 mei 2018. Dit rekeningnummer wordt door [benadeelde 1] tijdens haar tweede verhoor genoemd als het rekeningnummer waarop betalingen werden gedaan voor haar seksuele diensten door klanten.
Onderzoek historische financiële gegevens:Op 21 augustus 2018 heb ik, verbalisant, onderzoek gedaan naar de betreffende financiële gegevens die binnen de onderzoeksperiode vallen.
Daarbij zijn vier opvallende transacties te noemen.
Transactie 312:Op 28 oktober 2017, om 03.00 uur is op de genoemde rekening, een bedrag van 50.00 euro overgemaakt vanaf rekening [rekeningnummer 3] op naam van ‘ [naam 3] .
Transactie 320:Op 15 november 2017, om 00.20 uur is op de genoemde rekening, een bedrag van 65.00 euro overgemaakt vanaf rekening [rekeningnummer 3] op naam van ‘ [naam 3] '.
Transactie 324:Op 17 november 2017, om 23.54 uur is op de genoemde rekening, een bedrag van 65.00 euro overgemaakt vanaf rekening [rekeningnummer 3] op naam van ‘ [naam 3] '.
15. Een proces-verbaal bevindingen nader onderzoek WhatsApp gesprekken met nummer 2017255423 van 17 oktober 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 15] [dossiermap E, doorgenummerde pagina’s 64-71].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
Onderzoek: COLO
Binnen het bewijsbestand heb ik het gesprek gevolgd tussen de aangeefster en de verdachte die gebruik maakt van telefoonnummer [telefoonnummer 2] . In de telefoon van de aangeefster staat dit telefoonnummer in de contactpersonen onder naam “ [naam 9] ”.
De hieronder weergegeven berichten achter “Outgoing" zijn afkomstig van de aangeefster.
De hieronder weergegeven berichten achter “Incoming” zijn afkomstig van “ [naam 9] ”
Outgoing hij is afbetaald dan krijg ik ook geld deal? 31-10-2017 21:59(UTC+1)
Incoming Jaa die waggie ja maar die kilometers moeten ook nog betaald worden
31-10-2017 22:00(UTC+1)
Incoming Jaa maar je krijgt gwn elke dag gwn sjans e dat
was togh de afspraak en de rest word gwn gestash 31-10-2017 22:02(UTC+1)
Outgoing Elkedag hmm laast niet 31-10-2017 22:02(UTC+1)
Outgoing Nu 31-10-2017 22:02(UTC+1)
Outgoing Due dag 31-10-2017 22:02(UTC+1)
Incoming Jaa duh omdat er meer kosten zijn dan dat er binne komt 31-10-2017 22:02(UTC+1)
Incoming Jij beseft niet hoeveel alles kost 31-10-2017 22:03(UTC+1)
Outgoing Als ik werk dan krijg k 31-10-2017 22:03(UTC+1)
(…)
Outgoing We moeten niks uitgeven alleen als het belangrijk is ! 1-11-2017 17:52(UTC+1)
Incoming Maar dat willen we ook doen maar afgelopen
keren veel koste 1-11-2017 17:53 (UTC+1)
Outgoing Jaa klopt maar anders is het ook voor mij faya ik heb dan sex en dan is die geld half weg
1-11-2017 17:54(UTC+1)
Outgoing Wordt ook stil geriteerd van snapje 1-11-2017 17:54(UTC+1)
Incoming Jaa maar dat komt goed wollah, 1 deze dagen zityen we goed kunnen we goed uitgeven
1-11-2017 17:55(UTC+1)
Incoming Maar dan moet er wel wat binnekomen, deze dagen alleen maar 1 klennie per dag
1-11-2017 17:56(UTC+1)
Incoming Dat is niks 1-11-2017 17:56(UTC+1)
Outgoing Sorry maar dat je zeg je vaak dan .. 1-11-2017 17:56(UTC+1)
Incoming Je hebt togh gezien hoeveel er is uitgegeven, als mijn auto niet stuk was gegegaan dan wollab dan zaten we nu kkr lekker 1-11-2017 17:57(UTC+1)
(…)
Incoming Een bedrijf heb je ook niet 1 2 3 lopend 5-11-2017 18:52(UTC+1)
Incoming Duurt allemaal lang voordat er echt echt wat binnekomt 5-11-2017 18:52(UTC+1)
Outgoing Ik wil m'n geld 5-11-2017 18:52(UTC+1)
Incoming Je krijft geld je hebt altijd geld gehad 5-11-2017 18:54(UTC+1)
Incoming 3 4 keer niet tofh 5-11-2017 18:54(UTC+1)
16. Een proces-verbaal bevindingen onderzoek COLO met nummer 2017255423 van 6 april 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 15] [dossiermap E, doorgenummerde pagina’s 13-23].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
Ik, verbalisant, heb de veilig gestelde data van bovengenoemde telefoon nader onderzocht en vond hierin een WhatsApp gesprek tussen Aangeefster en “ [naam 1] ".
[telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net C (eigenaar)
[telefoonnummer 1] @s.whatapp.net [naam 1]
Het gesprek tussen “C” en “ [naam 1] " vond plaats van 29-09-2017 tot en met 27-11 -2017.
1-10-2017 18:31 C: Ben gewoon kkr in love met jou
1-10-2017 18:32 [naam 1] : Je wilt geen moer doen beter afstand elke keer breng je mij hoofdpijn gezeik
1-10-2017 18:33 [naam 1] : Afzeggen weer
1-10-2017 18:34 C: ik wil geen afstand wollah
17. Een proces-verbaal bevindingen nader onderzoek WhatsApp gesprekken met nummer 2017255423 van 17 oktober 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 15] [dossiermap E, doorgenummerde pagina’s 72-84.1].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
Binnen het bewijsbestand heb ik het gesprek gevolgd tussen de aangeefster en de verdachte die
gebruik maar van telefoonnummer [telefoonnummer 1] . In de telefoon van de aangeefster staat dit
telefoonnummer in de contactpersonen onder naam “ [naam 1] ”
De hieronder weergegeven berichten achter “Outgoing" zijn afkomstig van de aangeefster.
De hieronder weergegeven berichten achter "Incoming" zijn afkomstig van “ [naam 1] "
Incoming Ey neem paar strings mee 29-9-2017 22:15(UTC+2)
Incoming En beha's 29-9-2017 22:16(UTC+2)
Outgoing Oke hoeveel vraagt ie? 29-9-2017 22:18(UTC+2)
Incoming 3 50 29-9-2017 22:20(UTC+2)
Outgoing Hoeveel krijg ik ? 29-9-2017 22:21 (UTC+2)
Incoming Begin je weet 29-9-2017 22:22(UTC+2)
Incoming Weer 29-9-2017 22:22(UTC+2)
Incoming Met wat ik wat ik wat ik zondag zie je wat je krijgt een lekkere 4 5 bar
29-9-2017 22:23(UTC+2)
Incoming Heb gestash voor je toch 29-9-2017 22:23(UTC+2)
Incoming Voor ons 29-9-2017 22:23(UTC+2)
Incoming Van die 350 krijg jij bankoe ik bankoe me niffoh bankoe de rest aan de kant
29-9-2017 22:24(UTC+2)
Incoming En dan zien we zondag wat we hebben en delen we het door 3 29-9-2017 22:25(UTC+2)
(…)
18. Een proces-verbaal bevindingen over account kost 3000,00 euro met nummer 2017255423 van 9 augustus 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 16] [dossiermap E, doorgenummerde pagina’s 118-120].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
Onderstaande betreft een gesprek tussen de telefoonnummers;
+ [telefoonnummer 1] (in gebruik bij [verdachte] ) en
+ [telefoonnummer 3] (in gebruik bij de aangeefster).
Het betreffen onderdelen uit de chat(s) waar het gaat over het feit dat een account aanmaken 3000 per jaar kost.
[telefoonnummer 1] @s whatsapp.net [naam 1] Incoming Heb je laptop 2-10-2017 19:37(UTC+2)
[telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net C Outgoing Nee wel miss een app 2-10-201719:38(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Account aanmaken kost 3000 per jaar 2-10-2017 19:38(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Heb je dat 2-10-2017 19:38(UTC+2)
[telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net C Outgoing Nee zoveel 2-10-2017 19:38(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Jij wilt niet meer to check 20-10-2017 11:17(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Heb 3000 geïnvesteerd 20-10-2017 11:17(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming In jou kkr acvount 20-10-2017 11:17(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Ga je mij 20-10-2017 11:17(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Dat Terug gsven 20-10-2017 11:17(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Neee 20-10-2017 11:17(UTC+2)
[telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net C Outgoing Wat? 20-10-2017 11:17(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Beter stil 20-10-2017 11:17(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Jij.wilt niet meer werken 20-10-2017 11:18(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Ik.hsn 3000 eu 20-10-2017 11:18(UTC+2)
[telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net C Outgoing Wie zegt t 20-10-2017 11:18(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Gelegd 20-10-2017 11:18(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Voor die kkr acount 20-10-2017 11:18(UTC+2)
[telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net C Outgoing ..3000 ??? 20-10-2017 11:20(UTC+2)
@s.whatsapp.net C Outgoing Ik ben verschijnlijk vergeten of je hebt t niet verteld 20-10-2017 11:20(UTC+2)
@s.whatsapp.net C Outgoing Ik ben nu ook (
verdrietige smileys) 20-10-2017 11:20(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Ja 3000 dus beter zie je vnb weet je nog onze 1ste gesprek ik zei weet je zeker 20-10-2017 11:22(UTC+2)
[telefoonnummer 1] @s.whatsapp.net [naam 1] Incoming Want moet er uit me eigen zak op investeren 20-10-201711:22(UTC+2)
Onderstaande betreft een gesprek tussen de telefoonnummers;
+ [telefoonnummer 2] (in gebruik bij [medeverdachte] ) en
+ [telefoonnummer 3] (in gebruik bij de aangeefster).
Het betreffen onderdelen uit de chat(s) waar het gaat over het feit dat een account aanmaken 3000 per jaar kost.
[telefoonnummer 2] @s.whatsapp.net [naam 9] Incoming Ok ewa je wilt stoppe dus?
20-10-2017 11:20(UTC+2)
[telefoonnummer 3] @s.whatsapp.net C Outgoing Nee . Hij heeft 3000 neergelegd voor die acc
20-10-2017 11:21(UTC+2)
19. Een proces-verbaal bevindingen analyse histo 7-11-2017 met nummer 2017255423 van 3 juli 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 17] [dossiermap E, doorgenummerde pagina’s 126-133].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
In beslaggenomen iPhone slachtoffer
Van het slachtoffer [benadeelde 1] werd haar mobiele telefoon van het merk iPhone
inbeslaggenomen en onderzocht. Op deze mobiele telefoon werden velen whatsapp gesprekken
aangetroffen tussen het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij [verdachte] . en het
telefoonnummer [telefoonnummer 3] , in gebruik bij het slachtoffer.
8-11-2017 01:48 [telefoonnummer 3] C uit Ik kan gewoon bij die balkon roken toch ?
8-11-2017 01:51 [telefoonnummer 3] C uit [verdachte] ?
8-11-2017 01:51 [telefoonnummer 3] C uit ?
8-11-2017 01:52 [telefoonnummer 1] [naam 1] In Ja dat mag
8-11-2017 01:52 [telefoonnummer 1] [naam 1] In Op balkon
8-11-2017 01:52 [telefoonnummer 3] C uit Jaa
8-11-2017 01:52 [telefoonnummer 3] C uit Okee
8-11-2017 01:52 [telefoonnummer 3] C uit Trek nog schone lingerie aan ens
Ten aanzien van feit 2:
20. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2017255423 van 9 november 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 16] en [verbalisant 7] [map D doorgenummerde pagina’s 125-137].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 9 november 2018 tegenover verbalisanten, gecertificeerd voor het horen van slachtoffers van mensenhandel, afgelegde verklaring van
[benadeelde 2], geboren op [geboortedag 2] 2000:
V: Je mag je verhaal vertellen vanaf het begin. Hoe je met hem in contact bent gekomen en hoe het verder is gegaan.
A: Ik ben met hem in contact gekomen via snapchat. We kennen elkaar via via. Hij komt uit [plaats 2] en ik ook. Wij hebben met elkaar gepraat en een aantal keer afgesproken. Ik werd verliefd op hem. Ik was gek op hem.
Hij heeft mij op een gegeven moment opgehaald van school. Ik ben bij hem in de auto gestapt en hij bracht mijn naar huis. In de tussentijd heeft hij gevraagd of wij samen geld konden verdienen. Om dates te doen met een oudere man met een gezin.
Ik was toen 17.
Toen heeft hij mij, ik durf het niet met zekerheid te zeggen, een week of paar dagen daarna weer opgehaald van school. Ik ben bij hem in de auto gestapt. Hij was met zijn neef. Hij heeft mij ergens af gezet. Daarvoor hebben jointjes gerookt. Ik was toen goed stoned. Voordat ik de auto uitging, zei hij nog dat ik niet de deur uit mocht komen zonder geld. Ik ben naar binnen gestapt. Ik weet het niet meer goed de eerste keer.
De eerste keer is er geen seks geweest. Ik zag hoe de man die naast mij zat naar mij keek. En mij aanraakte.
Toen ik de deur bij de man uit was. Moest ik het geld afgeven. Dat moest ik aan hem geven omdat hij de auto moest afbetalen. Die zou van hem worden. De auto was van zijn nicht.
Er moest ook benzine in de auto. Omdat je onder invloed was van drugs heb je geen gevoel. Je weet niet wat er gebeurt.
Ik was nog steeds gek van hem. Je bent gek op iemand waarvan je denkt dat die ook gek op jou is.
Van de dag dat het begonnen is weet ik niet meer waar we nog meer precies naar toe zijn gegaan. En zo ging het de dagen er na verder. Ik kan niet zeggen dat ik het zeker weet. Ik weet zeker dat het in het weekend is gebeurd omdat ik dan vrij was. Door de weeks is het ook gebeurd. Het meest in het weekend omdat ik dan vrij was.
Zo is het maanden lang doorgegaan. Ik ben bij klanten geweest waar ik weg moest omdat ik dat wilde, maar de klant niet. Omdat het vaker is gebeurd, weet je wat de klanten willen. Alle keren ben je onder invloed. Je gevoel is dan nergens. Alles ging naar een ander en ik kreeg niets.
Hij had contact via de mail. Hij heeft mij op een site gezet. Er is een account voor mij gemaakt. Die neef heeft dat account geregeld. Dat is wat ik er van weet.
Hij heeft contact via de mail. Ik wist nergens van af, waar ik heen ging en wat ik moest doen en qua tijden. Hoelang de klant wilde en wat de klant wilde en moest betalen.
Met hem en hij in wat ik allemaal al verteld heb bedoel ik [medeverdachte] .
Vaak kreeg ik wel wat er afgesproken was. Maar omdat ik vaak eerder weg ging en de klant niet kreeg wat hij had afgesproken was ik bang voor [medeverdachte] omdat [medeverdachte] dan boos zou worden. Als [medeverdachte] boos werd schreeuwde hij. Hij ging dan op het stuur slaan. Als ik naast hem in de auto zat, gaf hij mij wel eens klappen op mijn been. Hij deed dit regelmatig. Zodanig dat het een blauwe plek werd en steeds meer pijn ging doen.
V: Hoe deed [medeverdachte] tegen jou als je het algemeen moet beschrijven?
A: In het begin deed hij lief. Hij gaf mij een kus als ik in de auto kwam. Later kreeg ik geen kus meer. In het begin kreeg ik bijvoorbeeld een hand op mijn been. Later werd dit een klap op mijn been.
V: Welke namen gebruikte [medeverdachte] op social media?
A: [naam 9] .
V: Als jij naar klanten gebracht werd was [medeverdachte] dan alleen?
A: Nee, hij was met [verdachte] . Als ik dan naar klanten gebracht werd, was [medeverdachte] niet alleen als hij moest wachten.
V: Wat wist [verdachte] over wat er gebeurde met jou?
A: Ze zullen dat vast onderling er over gesproken hebben.
[verdachte] had een account op de site waar [medeverdachte] gebruik van mocht maken. [medeverdachte] moest [verdachte] betalen daarvoor. [medeverdachte] heeft tegen mij gezegd dat hij [verdachte] moest betalen. Ik weet niet op welke site het was. Ik denk een sekssite. Als je je account niet betaald dan gaat deze uit de lucht.
V: Als je naar klanten ging, was [verdachte] er bij of was je ook wel eens alleen met [medeverdachte] ?
A: Zelden was ik alleen met [medeverdachte] .
V: Voordat je naar een klant toe ging, van wie kreeg je de informatie?
A: Ik kreeg de naam en de leeftijd en de plaats te horen van [medeverdachte] .
V: Welke naam werd er voor jou gebruikt in de advertentie?
A: [naam 10] of [naam 11] . In ieder geval niet mijn eigen naam.
V: Heb jij het altijd veilig gedaan?
A: Nee. Ook niet met klanten.
V: Heb jij je laten testen?
A; Ja, dit jaar in maart ofzo. Chlamydia is daar uit gekomen.
V: Hoe weet jij datje eerst een andere naam had in de advertentie?
A: Dat zei hij. Als ik naar de klant toe ging zei hij welke naam ik moest gebruiken.
A: [medeverdachte] reed altijd. Ik zat achter in als [verdachte] er was en voorin als [verdachte] er niet was.
V: Je vertelde dat je onder invloed was van drugs als je naar klanten ging. Hoe ging dat?
A: Hij blowde altijd. Hij gaf dat dan ook altijd aan mij. Hij gebruikte hasj en af en toe wiet.
V: Wat bleef jou bewegen om toch naar de klanten te gaan?
A: Ik dacht dat het over zou gaan. Als het maar een paar keer gedaan is, dan is de auto afbetaald. Ik was onder invloed van drugs en was verliefd op [medeverdachte] .
V: Hoeveel klanten ontving je per dag?
A: Gemiddeld drie. De ene dag 1 de andere dag dan weer 5. Ik hou het op drie gemiddeld.
V: Hoeveel dagen per week ontving je klanten?
A: Zes.
V: Hoeveel moest een klant betalen voor jou?
A: Voor twee uur kreeg ik 200,00 euro. Ik had niet altijd twee uur. Soms ook een uurtje, dan zal het denk ik 150,00 euro zijn. Ik heb ook wel eens onder de 100,00 euro gekregen als ik bijvoorbeeld wegging.
V: In het weekend ontving je meer klanten?
A: Ja, dan was ik vrij. Dan kon ik ’s morgens al beginnen. Ik had tussen de 5 en 7 klanten op een dag in het weekend.
V: Over welke periode heb je het dat je dit werk hebt gedaan.
A: Vanaf juni 2017 tot eind januari 2018.
V: Als de klant aan jou betaalde, wat gebeurde er met het geld
A: Eerst ging het in mijn eigen zak maar zodra ik in de auto zat, stak hij zijn hand op om het geld te ontvangen.
[medeverdachte] maakte de afspraken dus hij wist wat er afgesproken was. Ik kon dus nooit bijvoorbeeld 100,00 euro in mijn eigen zak houden. Ik heb wel eens geld gevraagd aan [medeverdachte] , maar hij zei dat hij dat niet kon missen. Hooguit heb ik een keer 10 of 20 euro gehad. Ik weet niet hoe vaak dit is geweest. Soms kreeg ik sigaretten.
V: Heeft [medeverdachte] jou wel eens mishandeld?
A: Ja, in de auto op mijn been slaan (…)
V: Waarom was jij bang voor [medeverdachte] ?
A; Ik ben een meisje en hij een jongen. Een jongen is sterker. Ik zag hoe boos hij kon worden. Ik zag het aan zijn ogen, zijn blik. Dat zegt al genoeg. Ik wist dan dat ik niet verder moest gaan anders zou hij mij aanvallen.
V: Zijn er getuigen die jouw verhaal kunnen bevestigen?
A: Ja, (…). Van klanten weet ik geen straatnamen. Ik weet wel van twee klanten uit [plaats 3] waar ze wonen. Van een weet ik zijn achternaam. [naam 12] van een [plek 3] in [plaats 4] . In Beverwijk weet ik ongeveer hoe je er naar toe moet rijden. Het was een [nationaliteit] man. De man [kenmerk] weet ik ook nog ongeveer. Dat is in [plaats 5] . Van de man uit [plaats 6] heb ik zijn telefoonnummer geblokkeerd, maar zijn foto staat nog bij zijn profiel. Van de man uit de [plaatsen] de man met zijn rug weet ik nog hoe ik daar moet komen denk ik.
V: Is het voor jou mogelijk om de dingen die gebeurt zijn, zoals wanneer je naar klanten toe moest in tijd neer te zetten en dan bedoelen wij wanneer dag/datum/ maand enzovoorts.
A: Door de weeks is het tussen half vier en twaalf uur 's nachts dat het gebeurde, dat ik naar klanten toe moest. Ik was na half vier uit school. En op de dinsdag vanaf half twee en in het weekend de hele dag tot twee uur in de nacht als het niet later is.
V: In de periode juni 2017 tot en met januari 2018 was jij 17 jaar. Wist [medeverdachte] dat.
A: Ja. Ik heb dit tegen hem gezegd.
21. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2018210345 van 30 november 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 16] en [verbalisant 7] [map D doorgenummerde pagina’s 143-153].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 30 november 2018 tegenover verbalisanten, gecertificeerd voor het horen van slachtoffers van mensenhandel, afgelegde verklaring van
[benadeelde 2], geboren op [geboortedag 2] 2000:
V: Wat was jouw werknaam?
A: [naam 11] of [naam 10] , ik weet het niet meer.
V: Welke foto was er in de advertentie geplaatst?
A: De foto’s die ik naar [medeverdachte] had gestuurd die eigenlijk tussen ons moesten blijven.
V: Wat was het uurtarief wat de klanten aan jou moesten betalen?
A: Een uur was 100,00 euro. Twee uur was 250,00 euro, zo ongeveer. Een keer was het dat hij wilde dat ik bleef slapen bij iemand. Dat is een (1) keer gebeurd. Die zou dan 700,00 euro betalen. Dit is ook echt gebeurd.
V: Vanuit welke plekken moest je werken?
A: Bij de klant thuis en later die cardates. Ik heb maar 1 of twee keer een cardate gedaan. Hij vroeg dan dezelfde bedragen. Ik werkte vier/ vijf dagen in de week, van half vier/half vijf in de middag tot 24.00 uur ongeveer. Het waren altijd die tijden ongeveer. Na school half vier/half vijf.
V: Hoeveel klanten had je gemiddeld op een dag?
A: vier/vijf klanten per dag, zo ongeveer.
V: Hoeveel verdiende je gemiddeld op een dag?
A: Tussen de 600,00 euro en 800,00 euro. 1 klant is 150,00 euro, als dat het al was, is 600,00 euro totaal.
V: Hoeveel verdiende je per klant gemiddeld?
A: Tussen de 100,00 en 200,00 euro.
V: Hoeveel van het verdiende geld ging naar [medeverdachte] ?
A: Alles.
V: Wat deed [medeverdachte] met het geld?
A: Zijn auto zogenaamd afbetalen, benzine, kapper, eten, kleding en zijn familie en drugs, sigaretten.
V: Hoeveel geld ging er van het verdiende geld naar jou?
A: Een pakje sigaretten, een broodje. Niet dat ik echt geld in mijn hand heb gehad. Wel eens een tientje of twintig euro. Maar het was niet dat hij eens een keer 100,00 euro gaf.
V: Wat is wel eens?
A: Niet vaak. Het is op 1 hand te tellen.
22. Een proces-verbaal van verhoor aangever met nummer 2018210345 van 7 februari 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 16] map D doorgenummerde pagina’s 158-164].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 7 februari 2019 tegenover verbalisanten, gecertificeerd voor het horen van slachtoffers van mensenhandel, afgelegde verklaring van
[benadeelde 2], geboren op [geboortedag 2] 2000:
V: Hoe komt het dat deze mannen in je telefoon staan, deze klanten?
A: Omdat het voor hem makkelijk was. Zodat ik met hun kon communiceren en dat [medeverdachte] dat niet hoefde te doen.
V: Wat vond [verdachte] daarvan?
A: [verdachte] zat ook op dat account. Ze zaten er met zijn tweeën op.
V: Wat was [verdachte] zijn rol met betrekking tot de advertenties?
A: Het plaatsen van de advertentie.
V: Wat was de rol van [verdachte] in zijn geheel in de periode van juni 2017 tot jan 2018?
A: Het bij [medeverdachte] zijn. Het gezelschap.
23. Een proces-verbaal van verhoor getuige met nummer 08032021.1020.3809 van 8 maart 2021, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 7] en [verbalisant 16] (los dossierstuk studioverhoor).
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de op 8 maart 2021 tegenover verbalisanten afgelegde verklaring van
[benadeelde 2], geboren op [geboortedag 2] 2000:
Ik was vanaf juni 2017 tot eind januari 2018 in de prostitutie actief. Ik weet nog dat [medeverdachte] en [verdachte] , [verdachte] , mij hebben ophaald in [plaats 7] . Wie haalde de drugs? [medeverdachte] of [verdachte] , omdat ik nog geen 18 was. [verdachte] beheerde het profiel op de site, hij heeft een account aangemaakt. En ze hadden allebei een telefoon met daarvan een mail erop, waar dus iemand op boekt. Als ik werd gebracht was dat door [medeverdachte] en [verdachte] met de Fiat Punto.
24. Een proces-verbaal van bevindingen, onderzoek contacten met telefoonnummer, met nummer 2017255423 van 29 augustus 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 18] [dossiermap E, doorgenummerde pagina’s 148-150].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
Uit informatie in het politiesysteem Basisvoorziening Handhaving (BVH) blijkt dat op woensdag 6 december 2017 omstreeks 21.35 uur een controle heeft plaatsgevonden op een parkeerplaats bij de [adres 5] . Op de betreffende parkeerplaats werd een beetje achteraf een voertuig aangetroffen met draaiende motor, waardoor de waaklichten van het voertuig brandden.
Het voertuig betrof een zwarte Fiat Punto, voorzien van het kenteken [kenteken] . In het voertuig werden drie personen aangetroffen, namelijk:
- [verdachte] . geboren op [geboortedag 1] 1994 te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ), [adres 6]
- [medeverdachte] . geboren op [geboortedag 4] 1995 te [geboorteplaats 2] , [adres 7]
- [benadeelde 2] , geboren op [geboortedag 2] 2000 te [plaats 8] , [adres 8] .
Binnen het onderzoek werden de historische verkeersgegevens opgevraagd van de volgende telefoonnummers:
• [telefoonnummer 3] - van 12 oktober 2017 10.00 uur tot en met 12 april 2018 10.00 uur.
Telefoonnummer in gebruik bij: aangeefster [benadeelde 1] .
• [telefoonnummer 2] - van 12 oktober 2017 10.00 uur tot en met 12 april 2018 10.00 uur
Telefoonnummer in gebruik bij: verdachte [medeverdachte] .
• [telefoonnummer 1] - van 9 november 2017 12.00 uur tot en met 9 mei 2018 12.00 uur
Telefoonnummer in gebruik bij: verdachte [verdachte] .
Ik zag dat in de beschikbare historische verkeersgegevens binnen het onderzoek Colo het
telefoonnummer [telefoonnummer 4] voorkomt. Het telefoonnummer [telefoonnummer 4] staat volgens het Centraal Informatiepunt Onderzoek Telecommunicatie geregistreerd op naam van [naam 13] , [adres 8] .
Het adres [adres 8] betreft hetzelfde adres als het adres waar [benadeelde 2] voornoemd ingeschreven staat in de Basisregistratie Personen. Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat [naam 13] de moeder is van [benadeelde 2] . Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] acht keer contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Deze contacten hebben plaatsgevonden tussen 6 december 2017 en 21 december 2017. Ik zag dat het telefoonnummer [telefoonnummer 4] ook contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Deze contacten hebben plaatsgevonden tussen 16 november 2017 en 20 januari 2018. Het betreft ongeveer 250 contacten.
25. Een proces-verbaal van bevindingen, onderzoek historische verkeersgegevens gericht op aangeefster [benadeelde 2] met nummer 20183210345 van 18 december 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 18] [dossiermap E, doorgenummerde pagina’s 229-239].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
Telefoonnummer [telefoonnummer 4][benadeelde 2] verklaarde dat ze in die tijd gebruik maakte van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] .
Telefonisch contact met [verdachte] / [verdachte]
Eerder werd binnen het onderzoek vastgesteld dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij [verdachte] (geboren [geboortedag 1] 1994), acht keer contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] .
Snapchat-herinneringenOp een ander moment tijdens de aangifte heeft [benadeelde 2] heeft een lijstje overlegd met ‘snapchat-herinneringen’. Aan de hand van deze aangemaakte ‘snapchat-herinneringen' kon zij aangeven op welke datum, soms zelfs inclusief tijdstip, ze bij klanten geweest is namelijk:
25 juni 02:00 opgehaald
18 november 22:00
1 dec 19:00
2 dec 05:00
3 dec 18:00
12 dec 00:00
22 dec
5 jan 22:00
6 jan Beverwijk 00:40
7 jan 17:00 uur
8 jan
11 jan 00:30
17 jan 23:00 Haarlem
1 december 19:00Op 1 december 2017 hebben de telefoonnummers [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] en het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] om 17.43.25 uur voor het eerst contact. Dit gesprek duurde vier seconden en is doorgeschakeld naar de voicemail van telefoonnummer [telefoonnummer 2] .
In de historische verkeersgegevens is te zien dat op die dag om 20.03.15 uur het telefoonnummer [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] , belde naar het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] . Dit gesprek duurde 41 seconden. De mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] straalde hierbij een zendmast aan de [adres 9] .
Later op 1 december 2017 is te zien dat zowel de mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] in gebruik bij [verdachte] als de mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] , zendmasten aangestraald hebben in Haarlem en dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] op dat moment ook contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] .
2 december 05:00Bij de datum 2 december 2017 staat het tijdstip 05:00 uur genoteerd. Die nacht, rond 01.00 uur hebben de mobiele telefoons met de telefoonnummers [telefoonnummer 1] in gebruik bij [verdachte] en [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] beiden zendmasten aangestraald in Den Helder. Ook heeft het telefoonnummer [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] , meerdere keren gebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] . Te zien is dat zowel de mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 2] als de mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] die nacht rond 01.00 uur zendmasten aangestraald hebben in Den Helder, vervolgens beiden zendmasten aangestraald hebben in Alkmaar en uiteindelijk beiden om 02.33.39 uur zendmasten aangestraald hebben in Broek op Langedijk.
Tussen 04.37.20 uur en 07.40.10 uur heeft het telefoonnummer [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] nog een aantal keer geprobeerd te bellen naar het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] : om 04.37.20 uur (één keer), om 04.37.50 (één keer) en tussen 07.33.28 tot 07.40.10 uur (drie keer).
Deze gesprekken duurden allen 10 seconden of korter. Vermoedelijk zijn deze oproepen niet beantwoord door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] , omdat de mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 2] geen zendmasten meer heeft aangestraald. Ook is te zien dat soms doorgeschakeld werd naar de voicemail van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Om 07.59.11 uur heeft het telefoonnummer [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] nogmaals gebeld naar het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] ; ditmaal vond een gesprek plaats gedurende 38 seconden.
3 december 18:00
Op 3 december 2017 is te zien dat om 15.31.34 uur (gedurende 8 seconden) en om 15.31.53 uur (gedurende 37 seconden) door het telefoonnummer [telefoonnummer 1] gebeld is naar het
telefoonnummer [telefoonnummer 5] . Hierbij straalde de mobiele telefoon met telefoonnummer
[telefoonnummer 1] zendmasten aan op de [adres 10] .
Van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] is geen tenaamstelling bekend. Ambtshalve is mij bekend dat dit telefoonnummer in gebruik is bij [BV] B.V. [BV] ontwikkelt en exploiteert diverse erotiek sites, zoals www. [website 1] en [website 3] . Door naar het telefoonnummer [telefoonnummer 5] te bellen kunnen advertenties die zijn aangemaakt/geplaatst op de seksadvertentie website www. [website 1] , omhoog geplaatst worden. Hoe hoger een advertentie in de rubriek staat, hoe meer de advertentie wordt bekeken.
Vanaf 16.07.47 uur is te zien dat zowel de mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] in gebruik bij [verdachte] , als de mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] , zich verplaatsen naar zendmasten in Purmerend.
Later op deze dag zijn er telefonische contacten te zien van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] tussen 18.29.23 uur en 18.36.07 uur.
12 december 00:00
Rond 00.00 uur zijn geen contacten te zien waarbij het telefoonnummer [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] betrokken is. De mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] straalde rond dat moment, van 11 december 2017 23.55 uur tot en met 12 december 2017 00.54 uur, zendmasten aan in Noord-Scharwoude en Oudkarspel.
Eerder op 11 december 2017 is te zien dat het telefoonnummer [telefoonnummer 2] vijf keer telefonisch contact heeft gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 5] in gebruik bij [website 1] . Deze contacten vonden plaats tussen 16.57.27 uur en 16.59.38 uur en duurden in drie gevallen acht seconden, één keer 37 seconden en één keer 35 seconden.
Enkele uren later, op 11 december 2017 tussen 21.40.48 uur en 23.07.59 uur zijn er wel telefonische contacten geweest tussen de telefoonnummers [telefoonnummer 4] en [telefoonnummer 2] in
gebruik bij [medeverdachte] . Ook heeft het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , in gebruik bij [verdachte] contact gehad met het telefoonnummer [telefoonnummer 4] in gebruik bij [benadeelde 2] .
Te zien is dat de mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 2] in gebruik bij [medeverdachte] zendmasten aangestraald heeft in Den Haag. Rond datzelfde moment straalde de mobiele telefoon met telefoonnummer [telefoonnummer 1] in gebruik bij [verdachte] ook dezelfde zendmasten aan in Den Haag.
26. Een proces-verbaal van bevindingen, betreft gegevens behorend bij advertentie [nummer] , met nummer 20183210345 van 28 maart 2019, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 18] [dossiermap E, doorgenummerde pagina’s 273-276].
Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als
mededeling van verbalisant:
Op 27 februari 2019 is er een aanvraag vordering 126ng opgemaakt ten aanzien van [BV] B.V. Dit om de vastgelegde en opgeslagen gegevens te verkrijgen met betrekking tot de telefoonnummers [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] .
Middels een e-mail zijn de gegevens aangeleverd door [BV] B.V.
Er is één advertentienummer aangeleverd door [BV] B.V., dat nog niet bekend was bij het onderzoeksteam. Het betreft het advertentienummer [nummer] . Zowel het telefoonnummer [telefoonnummer 1] als het telefoonnummer [telefoonnummer 2] hebben meerdere keren naar het telefoonnummer [telefoonnummer 5] in gebruik bij [website 1] gebeld voor dit advertentienummer. Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] deed dit in de periode van 3 december 2017 tot en met 21 december 2017. Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] deed dit in de periode van 9 december 2017 tot en met 31 december 2017.
Het volgende komt uit de beschikbaar gestelde gegevens van [BV] B.V.:
Account bij website [website 1]Op 1 december 2017 om 12.09 uur is er een account aangemaakt op de website [website 1] . Hiervan zijn de volgende gegevens bekend:
ID: [id]
e-mailadres: [e-mailadres]
Naam: [naam 14]
Postcode: [adres 11]
Advertentienummer [nummer] :De laatste keer dat is ingelogd op dit account is op 1 december 2017 geweest, om 13.50 uur, vanaf
het ip-adres [ip-adres] . Status: afgekeurd.
Aanmaak advertentie: 01-12-2017 14:08
Laatste wijziging advertentie: 01-12-2017 14:08
Gekozen e-mailadres bij de advertentie: [e-mailadres]
Aankopen:In het bestand ‘aankopen’ staan alle aankopen gedaan door de adverteerder. Indien er per telefoon of sms betalingen gedaan zijn om een advertentie te updaten (boven aan de lijst te plaatsen) dan staan deze op deze lijst. Ik zag de volgende gegevens vermeld staan:
Advertentie Telefoonnr Bellijn/SMS Datum
[nummer] anonymous bellijn 01-12-2017 23:53
[nummer] [telefoonnummer 1] bellijn 03-12-2017 15:32
[nummer] [telefoonnummer 1] bellijn 06-12-2017 16:00
[nummer] [telefoonnummer 2] bellijn 09-12-2017 17:09
[nummer] [telefoonnummer 2] bellijn 09-12-2017 20:40
[nummer] [telefoonnummer 2] bellijn 11-12-2017 17:00
[nummer] [telefoonnummer 2] bellijn 12-12-2017 11:25
[nummer] [telefoonnummer 6] bellijn 14-12-2017 14:05
[nummer] [telefoonnummer 1] bellijn 20-12-2017 18:08
[nummer] [telefoonnummer 1] bellijn 21-12-2017 19:53
[nummer] [telefoonnummer 2] bellijn 28-12-2017 21:00
[nummer] [telefoonnummer 2] bellijn 28-12-2017 21:01
[nummer] [telefoonnummer 2] bellijn 29-12-2017 01:18
[nummer] [telefoonnummer 2] bellijn 29-12-2017 14:56
[nummer] [telefoonnummer 2] bellijn 30-12-2017 01:04