De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 65 dagen gevangenisstraf, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, wegens vijf (doods)bedreigingen aan buurtbewoners in zijn woonomgeving. Het hof bevestigt deze straf en vervangt de motivering van de hoofdstraf. Daarnaast legt het hof een vrijheidsbeperkende maatregel op bestaande uit een gebiedsverbod en een contactverbod voor twee jaar, gericht op bescherming van de slachtoffers en de maatschappij.
De bedreigingen vonden plaats in de directe woonomgeving en hadden een grote impact op het welbevinden en de veiligheid van de slachtoffers. Het hof weegt mee dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten en dat hij na vrijlating zich provocerend en bedreigend bleef gedragen. De vrijheidsbeperkende maatregel wordt dadelijk uitvoerbaar verklaard met een vervangende hechtenis van 7 dagen per overtreding.
De benadeelde partijen vorderden immateriële schadevergoeding, maar het hof wijst deze af wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. Er is geen sprake van aantasting van de persoon in de zin van geestelijk letsel of een oogmerk om immateriële schade toe te brengen. De overige beslissingen van het vonnis worden bevestigd, en de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging worden begroot op nihil.