ECLI:NL:GHAMS:2021:910
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verjaring vernietiging effectenleaseovereenkomst wegens ontbreken toestemming echtgenote
In deze civiele zaak staat centraal of de echtgenote van appellant sub 1 de effectenleaseovereenkomst II uit 1998 tijdig en rechtsgeldig heeft vernietigd op grond van het ontbreken van haar toestemming, zoals bedoeld in artikel 1:88 en Pro 1:89 BW. De kantonrechter had geoordeeld dat de vernietigingsverklaring niet tijdig was omdat de verjaringstermijn van drie jaar was verstreken, mede gebaseerd op een bewijsvermoeden dat de echtgenote reeds vóór 13 maart 2000 kennis had van de leaseovereenkomst.
Appellanten leverden schriftelijke verklaringen waarin werd gesteld dat de echtgenote pas in 2004 van de leaseovereenkomsten op de hoogte werd gebracht. De kantonrechter achtte deze verklaringen onvoldoende betrouwbaar vanwege mogelijke afstemming, het ontbreken van onder ede aflegging en het ontbreken van mogelijkheid tot tegenvragen door Dexia. Het hof deelt dit oordeel en acht het bewijsvermoeden van Dexia voorlopig bewezen.
Het hof staat appellanten echter toe om tegenbewijs te leveren, onder meer door getuigenverhoor, en verwijst de zaak naar een rolzitting voor het plannen van dit bewijs. De zaak wordt verder aangehouden voor een beslissing na het bewijs.
Uitkomst: Het hof houdt de zaak aan en staat partijen toe nader bewijs te leveren tegen het bewijsvermoeden omtrent kennis echtgenote.