ECLI:NL:GHAMS:2021:751
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep huurgeschil over gebreken en huurverlaging mechanische ventilatie
In deze zaak vordert appellant in hoger beroep een huurverlaging en herstel van gebreken aan de centrale verwarming en mechanische ventilatie in zijn woning. Uit verschillende rapporten blijkt dat er gebreken zijn, maar deze zijn niet zo spoedeisend dat een tijdelijke voorziening gerechtvaardigd is. De kantonrechter had reeds geoordeeld dat de stankoverlast die mogelijk ontstaat geen recht geeft op huurverlaging.
Het hof concludeert dat de gebreken, hoewel erkend, niet leiden tot een vermindering van het woongenot die huurverlaging rechtvaardigt. De incidentele vorderingen worden daarom afgewezen. In de hoofdzaak blijft het geschil over andere vorderingen bestaan, waarbij het hof appellant in de gelegenheid stelt zich nader uit te laten over de betekenis van het niet-appellabele oordeel van de kantonrechter.
De zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling, waarbij partijen nog schriftelijk kunnen reageren. De kosten van het incident worden gereserveerd tot het eindarrest.
Uitkomst: De incidentele vorderingen tot huurverlaging en herstel van gebreken worden afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang en beperkte impact op het woongenot.