Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
Uitspraak van 24 november 2021
[X] te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Vaststaande feiten
“Antwoord vraag 1, 2 en 3:
Antwoord op vraag 4:
Oordeel van de Rechtbank
Schending van de hoorplicht?
€ 30.000. Dit aspect is door de Heffingsambtenaar niet meegewogen.
De Heffingsambtenaar heeft op de verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten een correctie toegepast voor het verschil tussen verkoop van het recht van erfpacht en verkoop van de volle eigendom. De WOZ-waarde moet immers volgens de wet worden bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen. Van de vergelijkingsobjecten is echter niet de volle en onbezwaarde eigendom verkocht, maar een recht van erfpacht. Het eigendomsrecht berust bij de gemeente Amsterdam. Omdat aannemelijk is dat de waarde van een recht van erfpacht lager is dan de waarde van de volle eigendom, moet er een correctie worden toegepast op de transactieprijzen van het recht op erfpacht.