ECLI:NL:GHAMS:2020:986
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aanmerking als douaneschuldenaar bij invoer zonnepanelen
Belanghebbende, handelend als direct vertegenwoordiger van een derde partij, werd door de inspecteur aangemerkt als douaneschuldenaar en geconfronteerd met een uitnodiging tot betaling van antidumpingrechten. De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond, maar het hof vernietigt deze uitspraak.
Het geschil betreft de vraag of belanghebbende als douaneschuldenaar kan worden aangemerkt, terwijl zij niet zelf de aangever is en ook niet als indirecte vertegenwoordiger optreedt. Het hof stelt vast dat belanghebbende als direct vertegenwoordiger handelde, waardoor de derde partij als aangever en schuldenaar moet worden beschouwd.
Het hof wijst het standpunt van de inspecteur dat belanghebbende misbruik van recht zou maken af en vernietigt de uitnodiging tot betaling. Tevens veroordeelt het hof de inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Verzoeken tot rentevergoeding worden afgewezen omdat de wettelijke voorwaarden daarvoor niet zijn vervuld.
Uitkomst: Het hof vernietigt de utb en oordeelt dat belanghebbende ten onrechte als douaneschuldenaar is aangemerkt.