ECLI:NL:GHAMS:2020:712
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen schadevergoeding voor voorlopige hechtenis
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn verzoek om schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis in een strafzaak die zonder strafoplegging is geëindigd.
De voorlopige hechtenis duurde van 22 april 2018 tot 5 juni 2018. De rechtbank wees het verzoek af omdat, indien geen voorlopige hechtenis was bevolen, waarschijnlijk een maatregel ex artikel 37 Sr Pro zou zijn opgelegd. De advocaat van appellant verwees naar een eerdere beschikking van dit hof waarin een verzoek wel werd toegewezen.
Het hof oordeelt echter dat in deze zaak geen bijzondere omstandigheden zijn gebleken, zoals het niet civiel kunnen plaatsen van appellant kort na aanhouding, die toekenning van schadevergoeding rechtvaardigen. Het hof sluit zich aan bij eerdere jurisprudentie waarin vergelijkbare verzoeken zijn afgewezen en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek om schadevergoeding wegens voorlopige hechtenis wordt ongegrond verklaard.