Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van de rechtbank
Beoordeling
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende, enig aandeelhouder en bestuurder van een BV, diende bezwaar in tegen aanmaningskosten van het waterschap voor 2016. Na afwijzing van haar bezwaar door de ambtenaar en de rechtbank, stelde zij hoger beroep in tegen de niet-ontvankelijkverklaring van haar beroep wegens niet betalen van griffierecht.
Zij beriep zich op betalingsonmacht, stellende dat haar netto-inkomen onder de relevante bijstandsnorm lag door aflossingen en rente aan haar BV, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het hof bevestigde dat haar netto-inkomen ruim boven de bijstandsnorm lag en dat zij over voldoende vermogen beschikte, mede gezien haar zeggenschap over de BV en het pand.
Het hof oordeelde dat het niet betalen van het griffierecht niet gerechtvaardigd was en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. De uitspraak werd in het openbaar gedaan en belanghebbende werd gewezen op de mogelijkheid tot cassatie.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht ondanks onvoldoende aannemelijkheid van betalingsonmacht.