Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.ABN AMRO BANK N.V.,
ABN AMRO CLEARING BANK N.V.,
Gerechtshof Amsterdam
In deze civiele zaak zijn meerdere vennootschappen uit Luxemburg, Duitsland en Zwitserland in hoger beroep gekomen tegen ABN AMRO Bank en ABN AMRO Clearing. De kern van het geschil betreft de rechtsgeldigheid van de schorsing en hervatting van de procedure na een akte wijziging appellanten en de betekening van een exploot dat een schorsingsgrond inroept.
Kingstone c.s. hebben hun vorderingen overgedragen en gefuseerd, waardoor KIC c.s. als nieuwe appellanten zijn aangewezen. ABN AMRO c.s. betwisten de geldigheid van de schorsingsgrond, met name vanwege onduidelijkheden over cessies en de publicatie van fusiebesluiten.
Het hof constateert dat op basis van de tot nu toe overgelegde stukken niet kan worden vastgesteld of de procedure rechtsgeldig is geschorst. Daarom wordt een mondelinge behandeling gelast waarin partijen hun standpunten kunnen toelichten en relevante stukken kunnen overleggen.
De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor het plannen van deze mondelinge behandeling, waarbij partijen verplicht worden stukken tijdig in te dienen. De beslissing over de rechtsgeldigheid van de schorsing en hervatting wordt aangehouden totdat de mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden.
Uitkomst: Het hof gelast een mondelinge behandeling omdat niet kan worden vastgesteld of de procedure rechtsgeldig is geschorst en houdt verdere beslissing aan.