ECLI:NL:GHAMS:2020:2403
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onduidelijkheid bij afstand van hoger beroep in leerplichtzaak
In deze zaak ging het om een minderjarige verdachte die in eerste aanleg afstand had gedaan van zijn recht op hoger beroep in een leerplichtzaak. Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verklaarde de verdachte echter dat hij niet begreep wat afstand doen van hoger beroep inhield en dat hij dit niet bewust had gedaan. Het hof oordeelde dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren, waardoor de verdachte ontvankelijk werd verklaard in het hoger beroep.
De tenlastelegging betrof het niet voldoen aan de leerplicht tussen januari en juli 2019. De verdachte had 101 uren verzuimd, maar zijn moeder had hem telkens ziekgemeld vanwege lichamelijke en psychische klachten. De school had deze ziekmeldingen later omgezet in ongeoorloofde absentie nadat de verdachte en zijn moeder niet waren verschenen bij afspraken met de schoolarts.
Het hof stelde vast dat de omzetting van ziekteverzuim naar ongeoorloofde absentie niet tijdig aan de verdachte en zijn moeder was meegedeeld, waardoor zij hun gedrag niet konden aanpassen. Hierdoor was het ziekteverzuim niet als rechtens ongeoorloofd aan te merken. Het hof vernietigde het vonnis van de kantonrechter en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van ongeoorloofd leerplichtverzuim.