Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
niet-navulbare zakgasaanstekers (hierna: aanstekers) betreft. Het Hof voegt hier nog de volgende feiten aan toe.
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende verzocht om terugbetaling van een deel van de antidumpingrechten die in 2007 waren betaald voor de invoer van navulbare wegwerpaanstekers. Dit verzoek werd door de inspecteur niet-ontvankelijk verklaard omdat het buiten de wettelijke termijn was ingediend. Na afwijzing van bezwaar door de inspecteur en ongegrondverklaring van beroep door de rechtbank, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Amsterdam.
Het Hof bevestigde dat het verzoek om terugbetaling uiterlijk binnen twaalf maanden na mededeling van de douaneschuld ingediend had moeten worden, in dit geval uiterlijk 27 februari 2008. Het verzoek werd pas in maart 2016 ingediend, ruim acht jaar te laat. Belanghebbende voerde aan dat er sprake was van onvoorziene omstandigheden en onbillijkheid, omdat hij de aanstekers jarenlang probeerde te verkopen en concurrentie uit Dubai de markt verstoorde. Het Hof oordeelde echter dat deze omstandigheden niet rechtvaardigen dat de termijn wordt overschreden.
Ook stelde belanghebbende dat het verzoek onterecht op zijn naam was ingediend en niet namens de aangever, maar het Hof concludeerde dat belanghebbende geen belanghebbende was en geen geldige volmacht had op het moment van indiening. Het verzoek om terugbetaling werd daarom terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek om terugbetaling wordt bevestigd.