Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Tussen partijen vaststaande feiten
€ 9.376
€ 26.031
Gerechtshof Amsterdam
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 2011 tot en met 2014, waarbij ook boetes en belastingrente zijn opgelegd. De inspecteur heeft het bezwaarschrift ontvangen na het verstrijken van de wettelijke termijn en heeft het bezwaar daarom niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft dit oordeel bevestigd en verklaarde de beroepen ongegrond. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij tijdig bezwaar had ingediend, maar kon dit niet aannemelijk maken. Het hof heeft de feiten en stukken, waaronder een verslag van een hoorgesprek en correspondentie, beoordeeld en concludeerde dat het bezwaar inderdaad te laat was ingediend.
Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de belastingkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 april 2020.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard omdat de bezwaarschriften niet tijdig zijn ingediend.