ECLI:NL:GHAMS:2019:4261
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek specifieke zorgkosten voor dieet en kleding
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2015 inzake de aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder dieetkosten en uitgaven voor extra kleding en beddengoed. De rechtbank wees het beroep af omdat niet was aangetoond dat sprake was van een ziekte die ten minste een jaar duurde, noodzakelijk voor aftrek van kleding en beddengoed.
In hoger beroep overwoog het Hof dat de dieetkosten voor een natriumbeperkt dieet aftrekbaar zijn en verklaarde het hoger beroep gegrond voor dat onderdeel. Voor de kleding en beddengoedkosten oordeelde het Hof dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in 2015 leed aan een chronische huidziekte. De enkele verklaring van de huisarts en de visite-informatie boden onvoldoende steun.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank en de uitspraak op bezwaar, en stelde de aanslag IB/PVV bij tot een belastbaar inkomen van € 19.069. Proceskosten werden niet toegewezen vanwege de laattijdige indiening van de dieetverklaring, die eerder had kunnen worden overgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond voor dieetkosten en afgewezen voor extra kleding en beddengoed; aanslag IB/PVV is verminderd.