ECLI:NL:GHAMS:2019:4129
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt geldigheid boetebeding bij overtreding Opiumwet in huurovereenkomst
Bouwinvest verhuurde een woning aan [geïntimeerde] met een boetebeding in de huurovereenkomst dat bij overtreding van de Opiumwet een boete van €5.000 per overtreding oplegt, vermeerderd met een boete per dag dat de overtreding voortduurt, tot een maximum van €25.000. De politie trof een hennepkwekerij aan in de woning, waarna de burgemeester de woning sloot en Bouwinvest de huurovereenkomst buitengerechtelijk ontbond.
De kantonrechter wees de boete af en kwalificeerde het boetebeding als oneerlijk, onder meer vanwege de hoge boete en het ontbreken van differentiatie naar ernst van overtreding. Bouwinvest ging in hoger beroep en stelde dat het boetebeding een noodzakelijk afschrikmiddel is tegen drugsdelicten in woonruimte.
Het hof overwoog dat het boetebeding, mede gezien de ernst van drugsdelicten en de belangen van verhuurder en omwonenden, niet buitensporig is. Het boetebeding is gemaximeerd, de boete staat in verhouding tot de huurprijs en andere sancties zoals ontbinding en winstafdracht zijn ook van toepassing. Het hof oordeelde dat het boetebeding niet oneerlijk is in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen en wees de boete toe.
Het arrest vernietigt het bestreden vonnis voor zover de boete werd afgewezen en veroordeelt [geïntimeerde] tot betaling van €5.000 met rente. De overige onderdelen van het vonnis blijven in stand.
Uitkomst: Het boetebeding bij overtreding van de Opiumwet is niet oneerlijk en de boete van €5.000 wordt toegewezen.