ECLI:NL:GHAMS:2019:2937
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over aftrekbaarheid periodieke betalingen erfpacht en opstalrecht
Belanghebbende heeft in haar aangifte inkomstenbelasting 2013 een bedrag van € 2.712 opgevoerd als aftrekpost voor periodieke betalingen voor erfpacht, opstal en beklemming. De inspecteur heeft deze aftrekpost deels erkend, maar het grootste deel van de betalingen, die zien op servicekosten en contributies aan de vereniging, niet als aftrekbaar aangemerkt.
De rechtbank heeft het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard, stellende dat alleen de kosten voor erfpacht van € 113 aftrekbaar zijn en dat overige betalingen aan de vereniging niet onder de aftrekbare posten vallen. Belanghebbende voerde in hoger beroep aan dat het bezwaar niet over erfpacht ging, maar over periodieke betalingen voor opstalrecht, en dat haar bankafschriften leidend moeten zijn.
Het Hof overweegt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij periodieke betalingen op grond van opstalrecht verricht. De betalingen aan de vereniging zijn contributies ter dekking van diverse kosten en reserves. Het Hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er worden geen kosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.