ECLI:NL:GHAMS:2019:2473
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beleidssepot in noodweersituatie
Appellante verzocht om vergoeding van kosten rechtsbijstand op grond van artikel 591a Sv, nadat haar strafzaak om beleidsredenen was geseponeerd. De rechtbank wees dit verzoek af wegens eigen schuld en het ontbreken van gronden van billijkheid.
Het hof oordeelde anders en stelde dat het beleidssepot niet zonder meer een vergoeding in de weg staat. Gelet op de feiten handelde appellante kennelijk in een noodweersituatie omdat haar zoon werd mishandeld door meerdere personen. Deze personen worden vervolgd.
Het hof achtte de werkzaamheden van de advocaat, ook na de sepotbeslissing, rechtstreeks samenhangend met de strafzaak. Daarom achtte het hof gronden van billijkheid aanwezig en wees het hoger beroep toe.
De vergoeding van € 1.884,20 voor rechtsbijstandskosten en een forfaitaire vergoeding van € 830,00 voor kosten in verband met het verzoek werden toegekend. De beschikking werd vernietigd en opnieuw recht gedaan met toekenning van in totaal € 2.714,20.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van € 2.714,20 toe voor kosten rechtsbijstand ondanks beleidssepot wegens noodweersituatie.