ECLI:NL:GHAMS:2019:247
Gerechtshof Amsterdam
- Rekestprocedure
- J.H.C. van Ginhoven
- A.M.P. Geelhoed
- M. Senden
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na vrijspraak in strafzaak
In deze zaak heeft appellant na een strafzaak die eindigde in vrijspraak een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten van een deskundige en kosten van rechtsbijstand op grond van artikel 591 en Pro 591a Sv. De rechtbank Noord-Holland wees het verzoek deels toe en wees het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in de klaagschriftprocedure af.
Het hof Amsterdam heeft het hoger beroep van appellant behandeld en overwogen dat de kosten van de raadsman in de klaagschriftprocedure wel in rechtstreeks verband staan met de strafzaak, ondanks de ongegrondverklaring van het beklag. Daarom is appellant ontvankelijk in zijn verzoek. Het hof acht gronden van billijkheid aanwezig voor toekenning van de gevraagde vergoedingen.
Het hof oordeelde verder dat de declaraties van de advocaten niet bovenmatig zijn, en dat de rechtsbijstand uitsluitend in verband stond met de strafzaak. Het hof vernietigde de eerdere beschikking en wees het verzoek toe: een vergoeding van €980,10 voor de deskundige kosten en €30.908,49 voor de kosten van rechtsbijstand, totaal €31.888,59. De beschikking werd uitgesproken op 31 januari 2019 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en deskundige toe en kent een totaalbedrag van €31.888,59 toe.