ECLI:NL:GHAMS:2019:1564
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing aftrek dieetkosten en gedeeltelijke aftrek extra kleding en beddengoed
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting 2015 waarbij de inspecteur de aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder dieetkosten en extra uitgaven voor kleding en beddengoed, had beperkt. De rechtbank oordeelde dat de dieetkosten niet aftrekbaar waren omdat het dieet niet door een arts was voorgeschreven en dat aftrek voor extra kleding en beddengoed slechts voor de helft van het jaar toegekend kon worden vanwege vermindering van huidklachten vanaf medio 2015.
Belanghebbende stelde in hoger beroep dat het dieet wel degelijk medisch was voorgeschreven en dat de extra uitgaven voor kleding en beddengoed het hele jaar door bestonden. Het hof nam het oordeel van de rechtbank over, stellende dat de dieetverklaring niet door een arts was ondertekend en dat de arts expliciet ontkende dat er een dieetvoorschrift was. De verklaring van de echtgenote over de huidproblemen bevestigde een afname van klachten vanaf medio 2015, waardoor aftrek voor extra kleding en beddengoed slechts tijdsevenredig kon worden toegekend.
Het hof concludeerde dat het hoger beroep ongegrond was en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de vierde meervoudige belastingkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 16 april 2019.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.